opinie

25 jaar na Bosman-arrest is het tijd voor macht aan de spelers

Een kwarteeuw na het befaamde Bosman-arrest is de vrijheid van voetbalspelers nog altijd relatief en ligt de beslissingsmacht niet bij hen. De makelaars werden de ‘kings of the game’.

Op 15 december 1995 vaardigde het Europees Hof van Justitie de spraakmakendste beslissing ooit uit in de geschiedenis van het internationale sportrecht, in de zaak van profvoetballer Jean-Marc Bosman. Hoewel het arbeidscontract van Bosman met de Belgische voetbalclub RFC Luik aan het einde van het seizoen 1989-1990 was afgelopen, weigerde RFC Luik het verzoek van de speler om over te stappen naar de Franse club US Dunkerque, omdat tussen beide clubs geen akkoord was bereikt over de transfervergoeding.

Sébastien Ledure en Wouter Janssens.

De beslissing van het Hof bevestigde dat profvoetballers die einde contract waren het recht hadden kosteloos over te stappen naar de nieuwe club van hun keuze, dus zonder de betaling van enige transfervergoeding door de nieuwe club. Daarnaast oordeelde het Hof dat de nationaliteitsquota’s die in alle Europese competities werden toegepast strijdig waren met het vrij verkeer van werknemers.

Onheilsvoorspellingen van voetbalbobo’s over een radicale verschuiving van de macht van de clubs naar de spelers bleken overroepen.

Onheilsvoorspellingen van voetbalbobo’s over een radicale verschuiving van de macht van de clubs naar de spelers bleken overroepen. De clubs pasten hun strategie snel aan door spelers langdurige contracten aan te bieden, om hen vervolgens alsnog voor het verstrijken van het contract te kunnen transfereren tegen de betaling van een transfervergoeding. Geruggensteund door een bekritiseerbare politieke deal met de Europese Commissie in 2001 vrijwaarden de FIFA en de UEFA bovendien het voortbestaan van het transfersysteem en daarmee een ogenschijnlijk onmisbare inkomstenbron voor de clubs.

Deregulering

De meubelen waren gered, maar tegen een prijs. De makelaars zouden voortaan een centrale rol spelen in het voetbal-Monopoly. Als onmiskenbare winnaars van het post-Bosman-tijdperk kwamen bepaalde makelaars snel tot het inzicht dat ze veel meer konden verdienen als ze behalve voor spelers ook gelijktijdig voor clubs optraden. Geholpen door een reglementaire deregulering bij de FIFA in 2015 en soms met het negeren van de elementaire principes inzake belangenconflicten werden succesvolle tussenpersonen de ‘true kings of the game’.

Ter illustratie, in de periode 2015-2019 betaalden clubs volgens de FIFA ongeveer 2 miljard euro aan makelaars voor internationale transfers. Tijdens dezelfde periode betaalden de Belgische clubs 185 miljoen euro aan makelaars, meer dan de helft van de algemene transferbalans (inkomsten min uitgaven van transfers) van ongeveer 350 miljoen euro.

Verloning

En wat met de spelers? Hun gemiddelde verloning is er de jongste 25 jaar ontegensprekelijk op vooruitgegaan, maar eerder door de exponentiële groei van het voetbal als volwaardige tak van de entertainmentsector dan door het Bosman-arrest op zich. De vrijheid van spelers is nog steeds relatief en de beslissingsmacht is niet naar hen overgeheveld. Gebrek aan transparantie en een onbestaande business-voorlichting van spelers zijn kenmerkend.

Zo gebeurt het vaak dat spelersmakelaars, naast de commissie die ze op het loon van de speler verdienen (gewoonlijk variërend van 5 tot 10%), ook een bijkomende vergoeding bedingen bij de aan- en/of verkopende club voor de ondertekening door de speler van zijn arbeidscontract (de forfaitaire ‘signing fee’) of in het kader van een volgende transfer van de speler (de procentuele ‘sell-on fee’). De speler is soms op de hoogte van die eerste vergoeding, maar zelden of nooit van die tweede, vaak veel hogere vergoeding.

Waar stopt de onderhandeling over de vergoeding voor de speler en begint die over de persoonlijke commissie van de makelaar?

Vermits de commissies steevast door de clubs en niet door de spelers worden betaald (in tegenstelling tot bijvoorbeeld in de Amerikaanse profsporten), ontstaat een schoolvoorbeeld van het principaal-agentprobleem. Er bestaat een inherent belangenconflict in hoofde van de makelaar. Waar stopt de onderhandeling over de vergoeding voor de speler en begint die over diens persoonlijke commissie? Bovendien is er sprake van asymmetrische informatie, omdat de speler meestal niet weet welk totaalbudget de club voor zijn deal ter beschikking heeft. Moral hazard is nooit veraf.

Hogere bekwaamheidsvereisten en een betere, afdwingbare regulering voor makelaars zijn dus evidente stappen. Maar de tijd is ook rijp voor een nieuw ‘Bosman-moment’, ditmaal via een ‘bottom-up’-bewustwording bij de spelers. Onze praktijk met elitespelers leert dat ze behoefte hebben aan externe, onafhankelijke bijstand die hen helpt volledige controle over hun carrière en inkomsten te krijgen. Wij raden hen steevast de ABC-test aan: 1) Alles weten, 2) zelf Beslissen en 3) Controleren wie voor hen werkt en wat hen dat kost. Checks and balances, ook in de sport.

Sébastien Ledure en Wouter Janssens

Vennoten van het sportrechtkantoor Cresta en oprichters van het Leaders platform voor elitespelers.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud