opinie

500 dagen en geen lagere vennootschapsbelasting in zicht

In januari 2016 stelde minister van Financiën Johan Van Overtveldt een hervorming voor die de vennootschapsbelasting in 2020 moest doen dalen van 33,99 naar 20 procent. Bijna 500 dagen later lijkt het plan op een laag pitje gezet te zijn en vrezen onze leden steeds meer dat de Belgische regering ter plaatse blijft trappelen.

Door Howard Liebman en Marcel Claes, voorzitter en chief executive Amcham Belgium

Boven op een hoog vennootschapsbelastingtarief en de aanzienlijk verminderde voordelen van de notionele interestaftrek staan de bedrijven ook onder druk door andere belastingen, zoals de onlangs tot 30 procent verhoogde roerende voorheffing op dividenden en de 5,15 procent fairnesstaks. Andere zorgen zijn de verhoogde bankheffingen en de standpunten van de EU over staatssteun.

2017 is het laatste jaar waarin deze regering een zinvolle belastinghervorming kan doorvoeren.

In plaats van zinvolle hervormingen na te streven om het Belgische belastingregime meer concurrentieel te maken, zoals andere landen doen, zijn de politici vastgelopen in discussies over een voorgestelde meerwaardebelasting van 30 procent op aandelen in particuliere handen.

Eurostat-data uit 2015 tonen dat de Belgische gecombineerde bedrijfsbelastingen 12 procent van het bruto binnenlands product vertegenwoordigen. Dat overtreft niet alleen aanzienlijk het gemiddelde van 7,5 procent in de referentiegroep van andere kleine open economieën, maar ook de gemiddelde belastingdruk van 9,5 procent voor bedrijven in België’s belangrijkste handelspartners, zoals Duitsland en Frankrijk. België prijst zichzelf uit de markt voor productieve investeringen.

Howard Liebman ©doc rv

Met de hervorming van vennootschapsbelastingen op een laag pitje en de blijvende rechtsonzekerheid over het fiscaal beleid hebben sommige van onze grootste leden hun twijfels over de toekomst van hun activiteiten in België. Het behoud van het huidige niet-competitieve vennootschapstarief, gecombineerd met de toename of het behoud van andere bedrijfsonvriendelijke belastingen, maakt het voor onze leden aanzienlijk moeilijker kansen te benutten om naar België activiteiten te verplaatsen als gevolg van de brexit. Dat heeft er al toe geleid dat ze overwegen hun aanwezigheid in België te verminderen.

Er zijn leden bezig met hun activiteiten naar elders te verplaatsen, of het nu gaat over een aanzienlijke afbouw van hun activiteiten en de tewerkstelling of een compleet vertrek uit het land. De verwachting is dat de investeringen in België door Amerikaanse multinationals verder onder druk komen te staan naarmate de Amerikaanse overheid vooruitgang boekt met haar plannen om het Amerikaanse tarief van de vennootschapsbelastingen substantieel te verlagen.

Onze bedrijfsleden dragen jaarlijks gemiddeld aan de begroting 52.000 euro - maar in sommige gevallen tot 80.000 euro - bij per voltijdse werknemer, dit in loonbelastingen en socialezekerheidsbijdragen. Aangezien deze werknemers geen financiële steun nodig hebben van de door de overheid bekostigde werkloosheidsverzekering, levert dat jaarlijks een bijdrage aan de begroting op van ongeveer 77.500 euro per werknemer.

Marcel Claes ©AmCham

Een vermindering van de vennootschapsbelasting van 33,99 naar 20 procent zou de belastinginkomsten van de overheid met 4 miljard euro doen dalen. Maar als het verminderde belastingtarief 63.700 nieuwe voltijdse banen oplevert, zullen de bijkomende loonbelastingen, socialezekerheidsbijdragen en verminderde uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen dat inkomstenverlies ruim compenseren.

Positief effect

Als we rekening houden met de bijkomende btw-inkomsten en de primaire en secundaire tewerkstelling door stijgende investeringen en consumptie, levert een verlaagd tarief gemakkelijk een aanzienlijk netto positief effect voor de begroting op. Als de situatie niet verandert, zal dat daarentegen een aanzienlijk verlies van toekomstige ontvangsten tot gevolg hebben omdat bedrijven België verlaten of banen schrappen.

Alhoewel we de doelstellingen van de Anti-Tax Avoidance Richtlijn (ATAD) van de EU ondersteunen en aanmoedigen, moet gezegd worden dat een aantal ATAD-maatregelen zoals de interestaftrekbeperking en andere fiscale beperkingen de capaciteit van in de EU gevestigde bedrijven om in de lokale economieën te investeren beperken. Daarom, en om te vermijden nog minder competitief te worden, is het van vitaal belang dat België zich dringend engageert voor een verregaande belastinghervorming.

Als dat niet lukt, moet de steeds toenemende belastingdruk op zijn minst verlicht worden door aanpassingen in de vennootschapsbelastingen, zoals het afschaffen van de fairnesstaks, de verhoging van de vrijstelling op ontvangen dividenden van 95 naar 100 procent en het behoud van de notionele interestaftrek.

België moet deze opgelegde veranderingen bedrijfsvriendelijk invoeren. Dat kan door het gebruik van de in de ATAD-richtlijn opgenomen mogelijkheden voor de interestaftrekbeperking in functie van de ebitda. België heeft er daarenboven baat bij een aantal lastenverlagingen door te voeren die nog steeds toegelaten zijn, zoals het invoeren van een innovatie-inkomstenaftrek, en het behoud van de notionele interestaftrek.

Red tape

Er kunnen ook heel wat bedrijfsvriendelijke belastingmaatregelen met een beperkte of zelfs geen negatieve impact op de begroting worden genomen. Men kan ‘red tape’ en nutteloze formaliteiten elimineren en symbolische belastingen afschaffen die weinig of niets opbrengen of soms zelfs tot negatieve inkomsten leiden voor de staat, zoals de fairnesstaks en de losstaande belasting van 0,412 procent op de door vennootschappen gerealiseerde meerwaarde op aandelen.

Met de federale verkiezingen van 2019 in het vooruitzicht is dit echt een laatste wake-upcall voor België. Ons huidig vennootschapstarief, dat dateert van 1993, is anti-competitief en verouderd. 2017 is het laatste jaar waarin deze regering, wier komst de hoop op een tewerkstellings- en investeringsgericht fiscaal beleid had gewekt, een zinvolle belastinghervorming kan doorvoeren. We willen de regering daarom aansporen deze opportuniteit te grijpen en de belangrijkste zorg van de bedrijven in België aan te pakken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content