opinie

Aangepaste ouderenzorg is meer dan nieuwe voorzieningen bouwen

Massaal nieuwe woonzorgcentra bouwen voor onze ouderen is geen mirakeloplossing. Er moeten ook aangepaste woonzorgvormen komen en meer zorg in een thuissituatie.

Door Jeroen Trybou en Patrick Laisnez, respectievelijk gezondheidseconoom aan de Universiteit Gent en adviseur ouderenzorg bij Probis.

De vergrijzing verhoogt de nood aan woonzorgcentra. De cijfers spreken voor zich. Het aantal 80-plussers zal tegen 2050 verdubbelen. Het aantal senioren ouder dan 90 zal ruim drie keer zo hoog zijn. Projecties voorspellen dat dat elk jaar een dozijn nieuwe voorzieningen vergt.

We lijken dus te weten wat te doen: massaal nieuwe woonzorgcentra bouwen. Maar de realiteit is complexer. Naast het nijpende tekort aan capaciteit is ook de hoge maatschappelijke kostprijs van onze gezondheidszorg een uitdaging. Bovendien weerspiegelt de vergrijzing zich ook in de zorgequipe, wat op termijn tot een tekort dreigt te leiden.

Jeroen Trybou ©rv

Al te vaak wordt gedacht in termen van het klassieke ‘rusthuis’ als beste oplossing voor de demografische uitdaging. Vandaag worden echter nog steeds woongelegenheden bezet door bewoners die weinig zorgen nodig hebben. Hoewel deze mensen nog relatief gezond zijn, lopen de kosten hoog op omdat ze lange tijd residentieel verzorgd worden. Het is alsof men een vrij gezonde persoon toch in het ziekenhuis houdt.

Bovendien blijkt dat senioren de voorkeur geven aan zorg die zoveel mogelijk in hun eigen woonomgeving wordt verstrekt. Ook daarom moeten beter afgestemde woonzorgvormen worden ontwikkeld.

Levenskwaliteit

Dat plaatst het behouden en maximaliseren van levenskwaliteit centraal in het beleid. Door betere alternatieven uit te bouwen kan men bijgevolg niet alleen de kosten beperken maar ook de levenskwaliteit verhogen. Technologie kan hierbij een belangrijke hefboom zijn. Nieuwe woonzorgcentra bouwen dient daarom samen te gaan met de uitbouw van voldoende alternatieven voor senioren met een beperkte nood aan ondersteuning. Naast het rusthuis als ‘harde zorgkern’ bestaat het ouderenzorgbeleid immers ook uit andere instrumenten.

Patrick Laisnez ©rv

Ondersteuning uitbouwen via mantelzorg, thuisverpleegkunde en gezinszorg om zo de senioren toe te laten langer thuis te wonen, is essentieel. Daarnaast is ook het voorzien in voldoende aangepaste woningen en minder intensieve (en minder dure) woonzorgvormen (zoals assistentiewoningen) belangrijk. We benadrukken dat het hierbij niet om geïsoleerde elementen gaat maar om verschillende schakels van een systeem die, waar mogelijk, in interactie treden en samenwerken.

Ondersteuning uitbouwen via mantelzorg, thuisverpleegkunde en gezinszorg om zo de senioren toe te laten langer thuis te wonen, is essentieel.

Deze verschuiving moet de basis vormen van een langetermijnvisie en maakt onderbouwde beleidskeuzes mogelijk. Kwaliteit van zorg, aangepast aan en vertrekkende vanuit de verwachtingen van senioren, dient hieraan richting te geven. Deze principes vormen in de ouderenzorg een tandem met een meer nadrukkelijke focus op kosteneffectiviteit. De beschikbare capaciteit aan woonzorgcentra dient in de eerste plaats benut te worden door senioren met een intensieve zorgbehoefte en een ernstige dementieproblematiek. Vandaag behoort 80 procent van de bewoners tot die groep. Het besef groeit dat elke euro die extra wordt geïnvesteerd ook verantwoord moet zijn en voldoende extra gezondheid en welzijn moet opleveren. Ook als maatschappij willen we ‘waar voor ons geld’.

Inloopperiode

Is het vandaag dan kommer en kwel? Helemaal niet. De komende tien jaar moeten worden beschouwd als een inloopperiode. De nood aan woonzorgcentra gaat pas dan echt versneld toenemen. Bovendien zien we in de sector heel wat beheerders en directies met plannen om het bestaande aanbod uit te breiden. Al te vaak wordt echter weer het accent gelegd op de ‘harde zorgkern’. Aangepaste woonzorgvormen ontwikkelen en meer zorg verlenen in een thuissituatie vormen mee de oplossing voor de uitdagingen van de vergrijzing.

De huidige financieringsmethode schiet haar doel voorbij.

Een financiering die dit beleid mee ondersteunt is van het grootste belang. Ook hier een positieve noot. Over dat nieuwe systeem wordt reeds nagedacht. Ook daar wringt het schoentje. De huidige financieringsmethode schiet haar doel voorbij.

Het is niet te rechtvaardigen dat de gefinancierde zorgequipe voor eenzelfde type van bewoner tot bijna de helft kan verschillen, los van de geleverde kwaliteit, omdat deze toevallig in een bepaalde voorziening is opgenomen. Zijn gelijkheid en kwaliteit geen basisbeginselen van onze ouderenzorg? Nieuwe voorzieningen of instellingen die uitbreiden zijn hierbij de meest extreme voorbeelden. Als er onvoldoende bijkomende middelen beschikbaar zijn, moeten we ook een herverdeling van de middelen over de voorzieningen durven te overwegen. De argumenten daarvoor worden kracht bijgezet door voorzieningen met goede praktijken die er dagelijks in slagen kwalitatief hoogstaande zorg neer te zetten aan een relatief lage dagprijs voor de senior, een aanvaardbare werkdruk voor de medewerkers en die tegelijk op een duurzame manier positieve financiële resultaten halen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content