opinie

Afvalbeleid dreigt in rook op te gaan

China sluit vanaf januari de grenzen voor een reeks afvalstromen, waaronder plastics. Goed voor de Chinezen en hun leefmilieu, maar voor Vlaanderen, dat jaarlijks 40 à 50.000 ton plastic afval naar China verscheept, een huizenhoog probleem, dat het afval­beleid onderuit dreigt te halen.

Door Bart Nevens, Vlaams Parlementslid (N-VA)

Dé leidraad in ons afvalbeleid is de ladder van Lansink, genoemd naar de Nederlandse politicus Ad Lansink. Volgens de hiërarchie die Lansink in 1979 voorstelde, zetten we eerst in op preventie, vervolgens op hergebruik en daarna proberen we maximaal te sorteren en recycleren. Verbranden en storten zijn de laatste opties, die we zoveel mogelijk moeten vermijden.

Vlaanderen moet de verschuiving op de internationale afvalmarkt aangrijpen om de weg naar de circulaire economie in te slaan.

Sorteren is in elk Vlaams huishouden de normaalste zaak van de wereld, waardoor we voor recyclage internationale topcijfers kunnen voorleggen. Meerdere Vlaamse steden en gemeenten namen enkele jaren geleden zelf het initiatief om nog een tandje bij te steken. Ze voerden de intussen wijdverspreide roze afvalzak in, waardoor ook zachte plastics zoals folies of yoghurtpotjes niet in de restafvalzak hoeven te belanden.

Op uiterlijk 1 januari 2018 legt de vzw Fost Plus een plan voor om alle plastic verpakkingen te laten inzamelen. Eind 2019 moet elke gemeente of afvalintercommunale deze dienst aan haar inwoners aanbieden. Onmiskenbaar een goede evolutie. Plastic afval zoveel mogelijk uit de restafvalzak weren is natuurlijk ingegeven door het feit dat het hergebruikt kan worden als grondstof. Mee daardoor wordt een derde van het plastic in ons land gerecycleerd. Dat aandeel zal dus alleen maar oplopen.

©BELGA

De vraag is natuurlijk of dat haalbaar blijft nu de Chinezen de deur sluiten. Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) wil de Chinese beslissing counteren. Ze zegt bijvoorbeeld een lager btw-tarief voor producten uit gerecycleerde plastics te willen bestuderen. Ook overweegt ze een wettelijk minimum voor het gerecycleerd aandeel van bepaalde producten.

Nobele initiatieven, maar met gemorrel in de marge komen we er niet. Want terwijl de prijs van afvalverwerking stijgt, stapelen de ingezamelde folies en yoghurtpotjes zich verder op. Gemeenten en afvalintercommunales vinden geen afnemers meer. Als we niet fundamenteel ingrijpen, riskeren we de Vlaming met een monsterfactuur op te zadelen.

Capaciteit

Vlaanderen moet de verschuiving op de internationale afvalmarkt aangrijpen om de weg naar de circulaire economie in te slaan. We beschikken over de kennis én de mogelijkheden om plastics te recycleren en om te vormen tot hoogwaardige grondstoffen. Alleen de capaciteit om die massa plastic afval te verwerken ontbreekt.

Nochtans zijn er Vlaamse spelers die de markt willen openbeuken: denk maar aan ECO-Oh! in Limburg of Vanheede in West-Vlaanderen, waar plastic afval herwerkt wordt tot een granulaat dat gebruikt kan worden voor de meest uiteenlopende toepassingen, van tuinmeubilair tot bierkratten en autobumpers. Door het pionierswerk van deze en andere Vlaamse bedrijven moeten we minder teren op aardolie. Die fossiele brandstof, die nodig is voor de aanmaak van plastic, maakt ons geopolitiek afhankelijk van onstabiele regio’s.

We hebben een uitdoofscenario nodig voor onze afvalverbrandingsovens.

Door de grondstof naar waarde te schatten komen er ook minder plastics in ons leefmilieu terecht. Als we verder doen zoals we nu bezig zijn, zit er in 2050 meer plastic dan vis in de oceanen. Dat klinkt niet alleen alarmerend, dat is het ook. We kunnen het tij nog keren.

Sorteerambitie

Als we in 2050 een circulaire economie willen zijn, zoals de Vlaamse overheid vooropstelt, dan moet de overheid nog meer haar stempel durven drukken. We hebben dringend nood aan een doelgericht beleid, niet alleen inzake verwerking, maar ook productie van afval. Zonder visie riskeren we het slachtoffer te worden van onze eigen sorteerambitie. Het is tijd om kleur te bekennen: willen we onze internationale koppositie effectief behouden en versterken?

Als we de afvalrace willen winnen, dan moeten we samen met de industrie, zowel met producenten als afvalverwerkers, de handschoen opnemen. Enkel als we meer investeren in hergebruik en recyclage en tegelijk een uitdoofscenario voor onze afvalverbrandingsovens durven uitwerken kunnen we evolueren naar een circulaire economie.

De mogelijkheid om te verbranden mag er niet meer zijn, want laat ons eerlijk zijn: zolang die ovens er staan, zal de verleiding groot blijven. Ze sluiten is de logica zelve. In een circulair model hebben afvalverbrandingsovens geen bestaansreden meer. Als we niets doen, schakelen we de trappen in de ladder van Lansink gelijk. En als we dat doen, waarom zouden we dan in godsnaam nog sorteren?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content