opinie

Alleenstaanden zijn het laaghangend fruit van de erfbelastingen

Vermogensplanning wordt onterecht verketterd en is een zwak excuus voor puur budgettaire doelstellingen. En vooral alleenstaanden en hun erfgenamen zijn de pineut.

Het moet zijn dat vermogensplanning een vieze aangelegenheid is. Het wordt immers onethisch genoemd, onrechtvaardig, belastingontwijking en ga zo maar door. Maar wie betaalt de rekening? U raadt het al: de alleenstaanden, of althans de erfgenamen van mensen zonder fiscale partner en erfgenamen in de rechte lijn.

Alle gewesten kennen opklimmende belastingtarieven. In het Vlaams Gewest is het toptarief voor verdere verwanten en niet-verwanten 55%. Dit tarief wordt al toegepast op het erfdeel boven 75.000 euro. Dit betekent dat de erfbelasting over de nalatenschap van een alleenstaande erflater met een eigen woning vaak de hoogste belastingschijf zal bereiken, ook al is de erfgenaam een broer of zus.

©rv

In het Brussels Gewest en in het Waals Gewest zijn de toptarieven zelfs nog aanzienlijk hoger. Broers of zussen van een Brusselse erflater betalen 65% boven 250.000 euro. Verdere verwanten tot de neven en nichten en niet-verwanten betalen respectievelijk tot 70% en 80% (telkens boven 175.000 euro). In het Waals Gewest gelden dezelfde toptarieven, met dien verstande dat het tarief van 65% voor broers en zussen reeds geldt vanaf 175.000 euro.

Een snelle benchmarking (zie de Worldwide Estate and Inheritance Guide 2019 van EY) leidt tot het besluit dat de toptarieven van 55%, 65%, 70% en 80% zeer hoog tot ongezien zijn. Daarom wordt vermogensplanning mijns inziens onterecht in een negatief daglicht geplaatst. Meer zelfs: het is een flauw excuus voor louter budgettaire doelstellingen.

Torenhoog

Die toptarieven zijn ook torenhoog in vergelijking met de toptarieven voor de fiscale preferiti (dit is de rechte lijn naar boven en beneden alsook de partners): in elk van de drie gewesten legt de wetgever aan de verdere verwanten en niet-verwanten een toptarief op dat niet alleen veel sneller wordt bereikt, maar dat ook meer dan het dubbele bedraagt van het toptarief in de rechte lijn en tussen partners (in Vlaanderen is dat 27% vanaf 250.000 euro, waarbij de roerende en onroerende nalatenschap afzonderlijk wordt belast, in Brussel en Wallonië 30% vanaf 500.000 euro).

De toptarieven van 55%, 65%, 70% en 80% zijn zeer hoog tot ongezien.

Vorig jaar werd het nieuwe erfrecht van kracht. Eén van de krachtlijnen was een flexibilisering. Een treffende hervorming is de verruiming van het beschikbaar deel, het deel van zijn nalatenschap waarover een toekomstige erflater via testament vrij kan beschikken. De parlementaire voorbereiding zegt daarover dat bij veel burgers de wens bestaat tot een grotere autonomie. Hierbij behield de wetgever het evenwicht met de familiale solidariteit. Alleenstaanden die van deze erfrechtelijke mogelijkheid gebruik willen maken moeten beseffen dat die flexibilisering in de erfbelasting niet is doorgetrokken.

Zijn er laagdrempelige planningstechnieken voor alleenstaanden, andere dan een schenking? Een belangrijke is ongetwijfeld het kinderloze vrijgezellentestament. Ouders bijvoorbeeld behoren tot de fiscale categorie van de rechte lijn. Aldus kan een alleenstaande zijn hele nalatenschap via testament vermaken aan zijn ouders of de langstlevende van hen, waarbij een broer of een nicht onrechtstreeks erft. Maar dat is niet altijd mogelijk of wenselijk.

Duolegaat

Een andere planningstechniek is (binnenkort ‘was’ voor het Vlaams Gewest) het duolegaat. De Vlaamse afschaffing van het duolegaat zonder aanpassing van de hoge tarieven voor verdere verwanten en niet-verwanten komt neer op een aanzienlijke belastingverhoging die door de hoge tarieven in het bijzonder erfgenamen van alleenstaanden treft.

Laat ik dat verduidelijken met een cijfervoorbeeld.

De Vlaamse afschaffing van het duolegaat komt neer op een aanzienlijke belastingverhoging die door de hoge tarieven in het bijzonder erfgenamen van alleenstaanden treft

In de huidige situatie, met duolegaat: Marie is alleenstaande en zij voorziet 200.000 euro na te laten. Via een klassiek duolegaat wil ze vrij van belasting 120.000 euro doen toekomen aan Paul, een niet-verwant waarmee ze niet samenwoont. De vzw of stichting die ze wil ondersteunen houdt na betaling van alle erfbelastingen netto ongeveer 21.700 euro over (totale erfbelasting: 58.300 euro of 29,15% van de veronderstelde nalatenschap).

Na de afschaffing van het duolegaat: Marie wil dat de vzw of stichting die ze wil ondersteunen 20.000 euro verkrijgt (met enige goede wil dus evenveel als hiervoor). In de hypothese dat het nultarief erdoor komt, betaalt de vzw of stichting geen erfbelasting over haar erfdeel. Paul van zijn kant erft 180.000 euro en betaalt ongeveer 84.500 euro erfbelasting (dit is 42,25% van de nalatenschap). Hij houdt minder over en ondergaat een belastingverhoging van ongeveer 45%. Indien we de voorgestelde fiscale vriendenerfenis op dit voorbeeld zouden mogen toepassen wordt de erfbelasting met amper 6.875 euro getemperd.

Ongrondwettelijk

In 2005 heeft het huidige Grondwettelijk Hof een tarief in de Waalse erfbelasting boven 80% (vanaf 175.000 euro) ongrondwettelijk verklaard omdat het niet alleen de legitieme verwachtingen van de erfgenaam miskende maar ook omdat de belastingverhoging (toen naar 90%) louter was ingegeven door budgettaire motieven.

Is de vermelde belastingverhoging niet in hetzelfde bedje ziek? En hoe valt dit te rijmen met de grotere beschikkingsbevoegdheid in het erfrecht en de fiscale vriendenerfenis?

Het debat over de hoge tarieven voor verdere verwanten en niet-verwanten en over de grote verschillen in tarieven met de rechte lijn en partners is opnieuw springlevend.

Lees verder

Tijd Connect