opinie

Als ambtenaar bij de overheid steek je het best je nek niet uit

Elke Wambacq

Leidende ambtenaren die de overheid op de snelweg naar de klant willen zetten, krijgen het deksel stevig op de neus. Hun reactie is vechten, vluchten of verstijven. Wie niet onder de hakbijl wil belanden, moet toevluchtsoorden vinden.

Door Elke Wambacq, diensthoofd bij de Vlaamse overheid en CEO van Dinobusters. Schreef samen met Nancy De Vogelaere en Joke Renneboog ‘Tot uw dienst’ (2014, Lannoo Campus) en ‘Sssst…Hier werkt men’ (2014, Politeia).

Afgelopen week is het jaarverslag van de Vlaamse ombudsman gepubliceerd. Daarin staat een opmerkelijke passage. De ombudsman klaagt aan dat ambtenaren niet altijd met de media mogen praten, zelfs als ze over de gepaste expertise beschikken om een onderwerp toe te lichten.

De ene ambtenaar wordt plots bij het huisvuil gezet en in de structuur overbodig gemaakt. De andere krijgt een gesprek onder vier ogen met de mededeling dat het gedaan moet zijn met de rebel uit te hangen.

Bepaalde topambtenaren verbieden het spreekrecht, al doen ze dat subtieler dan beschreven. Daardoor smoren ze innovatieve initiatieven en het constructief ter discussie stellen van de overheid van binnenuit. ‘Ontmoedig mensen met een mening niet’, zegt de ombudsman.

De passage maakt bij mij nare herinneringen los. Over waarom recentelijk enkele enthousiaste ambtenaren de overheid verlaten hebben of onder de radar zijn gegaan.

Afspraak in de koffiebar

We schrijven 2013. Ons eerste contact met de ombudsman vindt plaats in een koffiebar in Brussel. Hij heeft opgevangen dat ik samen met enkele collega’s een boek aan het schrijven ben over de overheid en haar dinosaurussen. Een positief boek met de blik op de toekomst, dat tegelijk de moeilijke dingen durft te benoemen. Het moet de vele innovatieve ambtenaren die dag in dag uit het grote overheidsbeest willen temmen in functie van de burger een stem bieden. Veel enthousiaste ambtenaren hebben het gevoel alleen te staan. Steun aan elkaar is onze grootste troef.

We krijgen informeel wat uitleg over het klokkenluidersstatuut. De beste intenties verhullen niet dat het bij ons oproept dat we iets ‘in de marge’ aan het doen zijn. Net niet illegaal. We laten ons manuscript breed nalezen, in de politiek, op kabinetten en bij topambtenaren. Steevast volgt de vaderlijke raad om enkele dingen minder expliciet en scherp te benoemen. Geen censuur, uiteraard. Wel wat mildheid.

Opstandige ambtenaren willen muren doorbreken om de burger te bevrijden van Kafka. Ze willen corrupte financiële stromen uitklaren en het geld van de belastingbetaler correct besteden.

Noem het ons jeugdige enthousiasme en naïviteit. We hebben niet door dat de bezorgdheid om ons en onze toekomst algauw terecht zal blijken. Want wat kon er nu zo erg zijn aan het schrijven van een boek dat droomt van een overheid die haar burgers centraal zet? Als onze visie en ons enthousiasme door de media opgepikt worden en we onze mond opendoen, wordt duidelijk dat dat niet overal evenzeer gewaardeerd werd.

Aanvankelijk zijn we met een kerngroepje van ongeveer tien ambtenaren dat regelmatig de nek uitsteekt. Ik noem ze hier ‘de tien kleine negertjes’. Er waren eens tien kleine negertjes. Ze droomden van een innovatieve overheid en maakten lawaai. Maar toen werden ze gevangen door een haai. Sommigen veerden recht. Anderen werden berecht. Maar allen leerden ze slikken en weer doorgaan…

De manier waarop je op zo’n moment aangepakt wordt, is moeilijk te verwoorden. Het verschilt van situatie tot situatie. De ene wordt plots bij het huisvuil gezet en in de overheidsstructuur overbodig gemaakt. De andere krijgt een gesprek onder vier ogen met de mededeling dat het gedaan moet zijn met de rebel uit te hangen.

De hamer slaat altijd door

Er komen plots boodschappen vanuit verschillende hoeken. Nooit rechtstreeks of expliciet. ‘Jullie zijn toch erg naïef en onbezonnen om zo te werk te gaan. Je weet toch, de hamer slaat altijd door. Als de minister of de topambtenaar zich aangevallen voelt, dan belandt dat op de hoofden van iedereen in de hiërarchie. Het is de basis die dan de prijs moet betalen. Bezint eer ge begint.’

Er komen plots boodschappen vanuit verschillende hoeken. Nooit rechtstreeks of expliciet.

Het zit in kleine zaken. De expliciete vraag om bij elke stap die je zet je whereabouts te rapporteren. Mails met lijstjes van afspraken en contacten die gelegd worden. Ja, we moeten ons kunnen indekken als er opmerkingen komen. Een andere ambtenaar krijgt een project dat eindigt op een blinde muur. Het licht gaat uit. Burn-out.

Vechten, vluchten of verstijven. Zo reageerden de tien kleine negertjes van de overheid toen ze na hun persoptreden het deksel op de neus kregen. Een van die overblijvende negertjes schrijft nu een opiniestuk voor De Tijd. Het zijn haar laatste maanden bij de overheid en veel is er toch niet meer te verliezen. En toch blijft ze nadenken over hoe ambtenaren onbevreesd een stem kunnen krijgen om die gedroomde samenleving te kunnen bouwen.

Het toevluchtsoord

De enige manier om niet met de nek onder de hakbijl te belanden, blijkt het vinden van toevluchtsoorden. Denktanks en politieke organisaties krijgen lucht van de situatie en bieden subtiel een schild aan. We zijn duidelijk niet de enige groep die tegen de grenzen van het spreekrecht botst. Sterker nog, veel leidende ambtenaren hadden ooit dezelfde droom en voelen zich geremd om voluit te gaan.

In de toevluchtsoorden worden private debatten gevoerd en wordt gezorgd voor een veilige omgeving om te kunnen zeggen wat er aan de hand is bij de overheid.

Leidende ambtenaren die graag de overheid op de snelweg naar de klant willen zetten. Ze willen muren doorbreken om de burger te bevrijden van Kafka. Ze willen corrupte financiële stromen uitklaren en het geld van de belastingbetaler correct besteden.

Grote dromen. In de toevluchtsoorden worden private debatten gevoerd en wordt gezorgd voor een veilige omgeving om te kunnen zeggen wat er aan de hand is bij de overheid. En dan voorzichtig nadenken en strategieën uitzetten om toch een beetje vooruit te gaan. Een steen verleggen in de rivier.

Wie durft er nog? De tien kleine negertjes of wat er van nog overschiet? Maar eerst… oogjes dicht en snaveltjes toe.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content