opinie

Bij de verkiezingen van 2019 eist het communautaire weer een grote rol op

Wie bij de resultaten van het Leuvense ISPO-onderzoek denkt dat de communautaire problemen tot het verleden behoren: maak u geen illusies.

Door Pascal Delwit, politicoloog aan de ULB

Uit het nieuwe ISPO-onderzoek van de KU Leuven blijkt dat bij de grote meerderheid van de Vlaamse kiezers tijdens de verkiezingen van mei 2014 het socaaleconomische en de levenskwaliteit primeerden. Veel minder waren ze bezig met de onafhankelijkheid van Vlaanderen of met de komst van het confederalisme. De N-VA had dit op haar manier geïntegreerd, door in te zetten op een zeer neoliberale campagne, waarvan de richting trouwens de federale regering domineert.

De resultaten van deze peiling zijn geen verrassing. Ander onderzoek had die tendens al naar boven gebracht. Bovendien verklaart de context heel wat. Er is de economische stagnatie en de ermee gepaard gaande angst voor de job en algemener, voor de toekomst. Maar deze thema’s beroeren de publieke opinie in heel Europa. Weinig kans dus dat het hier anders zou zijn.

©RV DOC

Verder heeft het parlement een zesde staatshervorming goedgekeurd, na een woelige regeerperiode en een lange regeringsvorming. Herinner u ook dat de Vlaamse partijen in de regering-Di Rupo bij de verkiezingen van mei 2014 zijn vooruitgegaan (plus 2,56 procentpunt en plus 2 zetels), en nog meer als je er Groen bij rekent, dat met die zesde staatshervormingheeft ingestemd (plus 4,29 procentpunt en plus 3 zetels).

Behoren de communautaire problemen dan tot het verleden? Absoluut niet. Ook al is het institutionele nu niet aan de orde, het communautaire is wel dagelijks van de partij. Zie bijvoorbeeld de extreme spanning tussen de federale regering en de Waalse, Brusselse en Franse Gemeenschapsregering.

Voor grote delen van de publieke opinie in Wallonië en Brussel is deze federale regering misschien wel wettelijk, maar komt ze niet als legitiem over.

We mogen ook niet vergeten dat het communautaire ook kan spelen bij delen van de publieke opinie in het Franstalige landsgedeelte. Daar zorgt bijvoorbeeld het grote linguïstische onevenwicht binnen de federale meerderheid voor. Voor grote delen van de publieke opinie in Wallonië en in Brussel is deze federale regering misschien wel wettelijk, maar komt ze niet als legitiem over. Mocht de situatie omgekeerd zijn, twijfelt niemand er aan dat bij een meerderheid van de Vlaamse publieke opinie hetzelfde gevoel zou overheersen.

Verder zullen de omstandigheden van de kiescampagne van 2014 in die van 2019 niet meer dezelfde zijn. Op dit moment valt natuurlijk moeilijk het gesternte te voorspellen of te beschrijven waaronder de verkiezingen van 2019 zullen plaatsvinden. Maar zeker is dat het communautaire een grote rol zal spelen. In het voorwoord van het regeerakkoord wordt daar trouwens allusie op gemaakt. De N-VA proclameert het iets explicieter.

Bovendien zullen de omstandigheden waarin deze wel heel bijzondere federale meerderheid tot stand is gekomen, moeilijk reproduceerbaar zijn. Weinig kans dat de N-VA zich nog eens lanceert in regeringsdeelname zonder kans om institutioneel vooruitgang te kunnen boeken, wat toch de kern is van haar project. Nog kleiner is de kans dat de Franstalige publieke opinie en verschillende sociale actoren in Wallonië en Brussel nog eens slikken dat ze fors in de minderheid zijn, zoals nu.

Maar, zoals de Leuvense studie er ons ook nog eens aan herinnert, telt in een representatieve democratie uiteindelijk wat de verschillende electorale segmenten denken en willen. De kiezer zal dus beslissen.

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n