opinie

De Europese Centrale Bank kan de economie aanzwengelen met een beperkt monetair basisinkomen.

Er is een structureel en flexibel instrument nodig waarmee de centrale bank de economie aanzwengelt indien nodig. Een miniversie van het basisinkomen dat opgang maakt, is zo’n instrument.

Door Willem Sas en Kevin Spiritus

Wie herinnert zich nog de pre-crisistijden? Toen ‘besparen’ nog een woord was van de jaren 90. Toen groeicijfers nog gunstig waren en de inflatie stabiel bleef. Toen de voordelen van een eengemaakte Europese munt nog duidelijk waren. De herinnering wordt steeds vager. Zeker met lonen die blijven stagneren, de ongelijkheid die blijft toenemen en de intrestvoeten die naar zowat hun laagst mogelijke peil zijn gezakt. Is er dan geen uitweg?

Een vaak voorgestelde oplossing is die van het lossere monetair beleid. De spreekwoordelijke geldpers dus, die sinds 9 maart ook in Europa aan het drukken is geslagen. Met de gevleugelde woorden quantitative easing (QE), en na vier jaar aarzelen, zal de Europese Centrale Bank (ECB) voor miljarden aan activa beginnen op te kopen. Dat kan gaan om overheidsobligaties, maar evenzeer om private leningen. Kort gezegd hoopt men op die manier zowel de private als de publieke investeringen aan te zwengelen.

Helaas zal QE niet noodzakelijk tot meer investeringen leiden in de Europese Unie. Als de overheid niet kan - of mag - investeren, als de financiering niet tot bij de bedrijven geraakt, of als de bedrijven geen leningen willen aangaan, is QE een maat voor niets. De aanpak kan bovendien leiden tot nog meer schulden: hij stimuleert de economie via kredietverlening, wat opnieuw lucht kan blazen in de zeepbellen die de vorige crisis heeft veroorzaakt. Het massaal opkopen van obligaties en aandelen heeft ten slotte ook tot gevolg dat de prijzen van die activa stijgen, en het zijn vooral rijkere investeerders die daar beter van worden.

Helikoptergeld

Geen garantie op succes dus, riskant en nefast voor de ongelijkheid. QE lijkt niet het allerbeste idee voor Europa. Er zijn dan ook economen die met een efficiënter alternatief komen: het ‘helikoptergeld’. Zolang de economie niet aantrekt, delen we bijgedrukt geld rechtstreeks uit aan de bevolking, als het ware vanuit een helikopter. Onderzoek toont aan dat we een groot deel van dat gekregen geld meteen weer zouden uitgeven, wat het vertrouwen bij bedrijven herstelt om te investeren. En om werknemers aan te nemen, die op hun beurt nog meer gaan consumeren. Een opwaartse spiraal dus.

Maar er zijn ook nadelen. Helikoptergeld uitdelen is een tijdelijke maatregel die slechts uitzonderlijk kan worden toegepast. Als bovendien blijkt dat de ECB heeft overdreven en de inflatie dreigt te ontsporen, is het moeilijk om het gecreëerde geld weer uit de economie te halen. Wat we bijgevolg nodig hebben, is een structureel en flexibel instrument waarmee de centrale bank de economie kan aanzwengelen indien nodig.

Een variant op het helikoptergeld, het monetair basisinkomen, biedt een uitweg. In dat geval zou de ECB elke maand een geldsom uitdelen aan elke burger, berekend als percentage van het gemiddelde inkomen (en dus verschillend van land tot land). Stel voor de eenvoud dat het zou gaan om 400 euro per maand in de hele eurozone. Belangrijk is dat het nog steeds de individuele eurolanden zijn die de 400 euro financieren - bijvoorbeeld door de uitkeringen en belastingvrije som te verlagen - en terugstorten aan de ECB.

Tot hiertoe gaat het dus om een neutrale situatie: een vestzak-broekzakoperatie, zonder stimulus. Enkel in tijden van crisis komt daar verandering in. De centrale bank verhoogt dan de maandelijkse som naar pakweg 600 euro, tot de economie weer aantrekt. Maar ondertussen blijft elke overheid slechts 400 euro terugbetalen. De ECB drukt dus in feite 200 euro per maand en per persoon bij, wat dan redelijk snel weer wordt uitgegeven. Zodra de economie opveert en de groei- en inflatiecijfers toenemen, kan het basisinkomen terugkeren naar het neutrale niveau van 400 euro. Was de ECB te genereus, dan kan het zelfs tijdelijk zakken naar 300 euro tot de inflatie stabiliseert. Er verdwijnt zo geld uit de economie.

Als monetair instrument om de crisis aan te pakken lijkt zo’n basisinkomen geen luxe. Maar er is meer. Het is ook simpelweg wat het doet uitschijnen: een miniversie van het soort basisinkomen dat steeds vaker komt bovendrijven in het publieke debat. Voorstanders stellen dat een structureel basisinkomen een antwoord biedt op de automatisering, de groeiende ongelijkheid en de gejaagdheid van het dagelijkse leven. Ook zouden mensen creatiever worden en meer gaan ondernemen.

Er bestaan wel economische modellen om kleine hervormingen te simuleren, maar voor een grote hervorming zoals een basisinkomen tasten we in het duister.

Dat dat laatste verre van zeker is, is meteen het grootste nadeel van dat basisinkomen. Hoeveel mensen zullen zich daadwerkelijk bijscholen? En wat zal het effect zijn op het arbeidsaanbod? Er bestaan wel economische modellen om kleine hervormingen te simuleren, maar over een grote hervorming zoals een basisinkomen tasten we in het duister.

Inkomensschok

Zolang we de gevolgen niet kunnen inschatten, valt het invoeren van een substantieel basisinkomen moeilijker te verdedigen. En omdat de voordelen pas echt beginnen te spelen bij substantiële bedragen, ligt het al even moeilijk om het stapsgewijs in te voeren.

Welnu, ons voorstel voor een beperkt monetair basisinkomen biedt ook hier een kans. Zeker, we voorzien in eerste instantie niet in een som die een menswaardig bestaan kan garanderen. Maar het voorstel laat economen wél toe de gevolgen van een grote inkomensschok beter te onderzoeken. Als de centrale bank het maandelijkse bedrag verhoogt in tijden van crisis, levert dat een brok nuttige informatie op. Zodra positief bevonden, kunnen we stapsgewijs het ‘neutrale’ bedrag opdrijven, om uiteindelijk tot een volwaardig basisinkomen te komen.

Meer garantie op succes, minder risico, en gelijkere kansen op de koop toe. Alvast een beter idee dan quantitative easing.

Willem Sas en Kevin Spiritus doctoreren in publieke economie aan het Centrum voor Economische Studiën van de KULeuven

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content