opinie

De paradoxen van het racismedebat

De assertiviteit en toenemende zichtbaarheid van etnische minderheden in de maatschappelijke discussie, zoals nu met het racismedebat rond de uitspraken van Bart De Wever, kan enkel worden toegejuicht. Het risico bestaat echter dat dit racismedebat tot een van de weinige niches uitgroeit waarin minderheden ten volle zullen participeren, en dit ten koste van andere maatschappelijke domeinen.

Door Nadia Fadil, verbonden aan het IMMRC (Interculturalism, Migration and Minorities Research Centre) en docent bij de vakgroep antropologie van de KU Leuven. Ze werkt rond de thema’s religie, secularisme en multiculturaliteit.

Sinds enkele dagen woedt het racismedebat (alweer) in alle hevigheid. De uitspraken van Bart De Wever en de felle tegenreacties die zijn uitspraken hebben ontlokt bij minderheidsgroepen leren ons alvast dat spreken over racisme geen ‘neutraal’ gegeven is.

De Antwerpse SP-burgemeester Bob Cools kon in 1990 nog relatief ongestraft de spreiding van migranten vergelijken met een olievlek.
Nadia Fadil
Antropologe

Daar waar de Antwerpse SP-burgemeester Bob Cools in 1990 relatief ongestraft de spreiding van migranten kon vergelijken met een ‘olievlek’ die aan de basis zou liggen van de ‘spreiding van xenofobe sentimenten’, geldt dit niet langer voor de zittende burgemeester van Antwerpen.

Het thema racisme lijkt zo geladen te zijn geworden dat elke uitspraak hierover iemand onmiddellijk dreigen te positioneren in een sterk gepolariseerd kamp. Het racismedebat is dus niet langer onschuldig.

©rv

Critici zullen alvast stellen dat de controverses die we nu meemaken vooral het gevolg zijn van de N-VA-signatuur van de Antwerpse burgemeester, en diens persoonlijkheid. De redenen waarom de uitspraken van Bart De Wever zo’n grote tegenreactie ontlokken zou omwille van de politieke kleur van de burgemeester zijn. Zulke protesten kaderen dan ook in een bredere golf van oppositie die vanuit linkse middens tegen deze partij wordt gevoerd.

Controverses

Hoewel hier een zekere grond van waarheid in kan zitten, gaan zulke stellingnames voorbij aan het feit dat er op één jaar tijd al meerdere controverses zijn geweest rond racisme, die het onderscheid tussen links en rechts ver overstijgen. De rel die in juni 2014 rond een column van een journalist/sportcommentator van de krant De Morgen en diens uitspraken over het ‘concentratievermogen’ van de Afrikaanse voetbalploegen in het WK, is daar een voorbeeld van. Verschillende opiniemakers en actievoerders lieten hun ongenoegen blijken omtrent uitspraken die als racistisch werden ervaren, en de KVS zegde zelfs een samenwerking met De Morgen op.

Er zijn op één jaar tijd al meerdere controverses geweest rond racisme, die het onderscheid tussen links en rechts ver overstijgen

Diezelfde krant kwam enkele maanden eerder ook al in opspraak met een karikatuur van Barack en Michelle Obama. Meer recent maakte het optreden van MR-minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders in de Noiraud-parade in Brussel een storm van verontwaardigde reacties los, die ver tot buiten onze landsgrenzen reikten.

Deze verschillende voorbeelden tonen aan dat verdenkingen en beschuldigingen van racisme niet langer beperkt zijn tot traditionele ‘rechtse’ partijen, maar intussen het bredere politieke spectrum zijn gaan bestrijken. Bovendien is de mondigheid en assertiviteit van de minderheidsgroepen hierin ook opvallend. Er wordt niet alleen klacht ingediend, ook de (sociale) media worden breed ingezet (Facebook, Twitter) en alternatieve websites dienen als basis om de aanklachten te ventileren.

Achtergrond

Daarbij lijken de traditionele behoeders van de antiracistische actievormen (zoals het Interfederaal Gelijkekansencentrum of de Liga van de Mensenrechten) steeds meer naar de achtergrond te verschuiven. Nieuwe actoren, niet zelden met een migratieachtergrond, gaan zich in dit debat mengen en het recht opeisen om te bepalen of een bepaald fenomeen racistisch is of niet.

Het antiracistisch veld is één van de velden geworden waarin minderheden op zeer duidelijke en relatief geloofwaardige wijze hun stem kunnen laten gelden

Een eerste manier om deze assertiviteit en zichtbaarheid van minderheden in dit debat te begrijpen heeft uiteraard te maken met persoonlijke affiniteit en betrokkenheid bij dit thema. Minderheden voelen zich doorgaans meer aangesproken door racisme, omdat ervaringen van discriminatie doorgaans deel uitmaken van hun alledaags leven.

Maar daarnaast speelt ook het feit dat het antiracistisch veld één van de velden is geworden waarin minderheden op zeer duidelijke en relatief geloofwaardige wijze hun stem kunnen laten gelden. Terwijl dat laatste veel moeizamer verloopt binnen andere maatschappelijke domeinen (tewerkstelling, onderwijs, kunsten), gelden multiculturele thema’s als niches waarin minderheden als assertieve en actieve stemmen kunnen gedijen. En bij dat laatste wordt dan ook de competitie aangegaan met de traditionele behoeders van dat veld rond wat dit begrip racisme nu juist inhoudt.

Consensus zoek

Terwijl er in de jaren ’90 een consensus was rond het idee dat racisme vooral gelijk stond met extreemrechts, is die consensus sinds een aantal jaren zoek. Ervaringen van alledaags racisme en discriminatie worden, onder andere ook door minderheden, steeds meer centraal geplaatst. De onenigheid tussen Jozef De Witte (Interfederaal Gelijkekansencentrum) (en Dyab Abou Jahjah (Mouvement X) over het al dan niet ‘racistisch’ karakter van de uitspraken van Bart De Wever, is een treffend voorbeeld.

Dezelfde uitsluitingen dreigen in stand te worden gehouden die net door dat racismedebat worden aangeklaagd

De assertiviteit en toenemende zichtbaarheid van etnische minderheden in het maatschappelijk debat kan enkel worden toegejuicht. Maar het risico bestaat dat dit racismedebat tot een van de weinige niches uitgroeit waarin minderheden ten volle zullen participeren, en dit ten koste van andere maatschappelijke domeinen. Op die manier dreigen dezelfde uitsluitingen in stand te worden gehouden die net door dat racismedebat worden aangeklaagd. Een situatie waarbij etnische minderheden over een bevoorrechte spreekpositie beschikken wanneer het over racisme gaat, maar men doofstom blijft voor hun mogelijke bijdrage in andere maatschappelijke domeinen.

 

 

 

Lees verder

Tijd Connect