opinie

De start-upcultus is een beetje doorgedraaid

Leslie Cottenjé

De cultus rond start-ups en de spurt naar vele miljoenen zijn te veel een doel op zich. Zo krijgt een hele generatie jongeren aangeleerd dat ondernemen en bedrijven bouwen een inspanning van korte termijn is.

Door Leslie Cottenjé, CEO van de start-up Hello Customer

Het voorbije 2016 was een goed jaar voor start-ups. Nooit eerder waren er zoveel mensen met goesting om iets te starten. Er kwamen nieuwe acceleratoren bij, zoals Birdhouse, en nieuwe fondsen, zoals Seederfund. De media hebben de nieuwe rocksterren vaak een podium gegeven. Onlangs was er zelfs de ‘Week van de ondernemer’ op Radio 1 met start-upverhalen. En De Tijd kwam met een wedstrijd om start-ups ‘air-time’ te geven.

Ik kan dat alleen maar toejuichen en mensen zoals Omar Mohout, Eric Kenis en Jan-Willem Callebaut een pluim geven voor hun inzet om het start-upecosysteem te ondersteunen en om die nieuwe bedrijven een stem te geven.

Laten we in 2017 eindelijk eens wild worden van al die start-ups en andere bedrijven die werk maken van duurzame waardecreatie, van gelukkige klanten en gelukkige medewerkers.

Het voorbije jaar haalden tal van start-ups en groeibedrijven veel kapitaal op, na een fantastisch 2015 waarin 230 miljoen euro opgehaald en verdeeld werd over ettelijke Belgische start-ups. Toen konden al 41 start-ups toetreden tot de ‘Club van 1 miljoen euro’. Ik ben benieuwd hoeveel het er dit jaar zullen zijn.

Toch bekruipt me steeds meer een ongemakkelijk gevoel bij elk nieuw bericht over de kapitaalronde van een start-up. Er klopt iets niet. Her en der gaan stemmen op die dat gevoel versterken. De start-upcultus is een beetje doorgedraaid. Het pad van het externe geld lijkt steeds meer de doelstelling. Als ik met oprichters van nieuwe start-ups praat, gaat het zo vaak over die hypersnelle expansie. Over honderd man aanwerven in een jaar tijd. Over een omzetverviervoudiging. Over ‘het-gaat-fantastisch-hard-en-goed’. Het testosterongehalte is hoger op een start-up-event dan in een voetbalkleedkamer.

Lichtend voorbeeld

En ja, we kijken nog steeds massaal naar de Verenigde Staten als lichtend voorbeeld voor een snoeiharde groei en wereldheerschappij. Maar ook daar stellen steeds meer prominenten dat ter discussie. Gary Vaynerchuck, een serieondernemer en een van de eerste investeerders in Facebook, Twitter en Uber, zei onlangs dat hij de jongste twee jaar amper investeringen heeft gedaan. Hij gelooft niet meer in het ‘fast path to world domination’.

Op een start-upevent is het testosterongehalte hoger dan in een voetbalkleedkamer.

Silicon Valley is een plek waar honderden overgewaardeerde start-ups zitten, zonder vooruitzicht. Lege dozen, zeg maar. Vaynerchuck richtte onlangs een nieuw kapitaalfonds op dat enkel investeert in jonge bedrijfjes die kunnen aantonen dat ze klanten hebben, een positieve omzet en een doordachte groeistrategie die meerwaarde creëert.

Een nieuwe trend, zowaar: duurzame groei. Grappig, want de meeste succesvolle bedrijven die ik hier ken, hebben die strategie al lang geleden toegepast, met of zonder extern kapitaal.

Mensen als Conny Vandendriessche, Thierry Téchy en André Lejeune van Selligent, Walter Mastelinck, Wouter Torfs, Bart en An Claes,… dát zijn de lichtende voorbeelden. Ik heb ze in al die jaren nooit weten uitpakken met een nieuwe investeringsronde. Wel met een fantastisch boek over werknemerstevredenheid, nieuws over een ‘best employer award’ of over een fairtradelabel voor de confectie van kledij.

Vertekend beeld

De talrijke berichten over de vele miljoenen die over de toonbank gaan bij start-ups en groeibedrijven leiden bovendien tot een vertekend beeld van ondernemerschap. Door de start-upcultus en de race naar de vele miljoenen als doel te stellen, wordt een hele generatie jonge mensen aangeleerd dat ondernemen en bedrijven bouwen een kortetermijninspanning is. Zo snel mogelijk opstarten, groeien en verkopen. Met die mindset lever je bagger af.

Zo snel mogelijk opstarten, groeien en verkopen. Met die mindset lever je bagger af.

We klagen massaal over de kortetermijnvisie van grote beursgenoteerde ondernemingen. Wel, laten we dan vooral garanderen dat nieuwe en jonge bedrijven focussen op de lange termijn. Dit is een oproep aan ondernemers, maar evenzeer aan de media. Ik ken genoeg groeibedrijven die écht knappe dingen doen, die hun problemen overwinnen en die hard timmeren aan de weg naar een waardevol bedrijf. Maar dat wordt zo vaak overschaduwd door de berichtgeving over miljoenen ophalen of - aan het andere eind van het spectrum - bedrijven die falen.

Laten we in 2017 eindelijk eens wild worden van al die start-ups en andere bedrijven die werk maken van duurzame waardecreatie, van gelukkige klanten en gelukkige medewerkers. En laten we geld gewoon beschouwen als een middel om dat te bereiken. Als jonge bedrijven stap voor stap vooruit blijven gaan, en daar nu en dan ook wat aandacht voor krijgen, dan bereiken we de top van de berg.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content