opinie

Debat over lot van Belfius verdient betere argumenten

Het enige juiste criterium om het aandeelhouderschap van de overheid in de banken te beoordelen is de invloed die ze kan uitoefenen op het gedrag van het bedrijf en van de financiële sector.

Door Etienne de Callataÿ, voormalig hoofdeconoom van Bank Degroof

De financiële crisis die in 2008 uitbarstte, heeft heel wat regeringen genoopt om een aantal financiële instellingen te hulp te schieten. Anders zouden ze zeker ingestort zijn. Zeven jaar later zijn de stigmata van de crisis nog duidelijk zichtbaar, maar is de banksector weer aan de betere hand. Overal op het continent stelt men zich de vraag rond het terug verkopen van de participaties die toen inderhaast gekocht zijn. In België is er een debat over het lot van Belfius, maar de argumenten aan beide zijden laten te wensen over.

We moeten Belfius niet privatiseren omdat de financiële sector weer stabiel geworden is. Hoewel de banken vandaag mooie winstcijfers kunnen voorleggen, blijven ze kwetsbaar. En hoewel het prudentieel toezicht is aangescherpt en de kapitaalvereisten zijn opgehoogd, blijft hun schuldgraad onredelijk hoog.

©Thierry du Bois

We moeten Belfius ook niet privatiseren omdat dat de schuldgraad van het land zou verminderen. Een privatisering verandert de samenstelling van het patrimonium, niet zijn waarde. Het is een vestzak-broekzakoperatie. Een schuld hebben van 110 en aandelen ter waarde van 3 of een schuld van 107 en geen aandelen komt eigenlijk op hetzelfde neer. Dat Europa kijkt naar de brutoschuld (de 110) verandert niets aan de zaak. Alleen kijken naar de brutoschuld is niet echt verstandig, en denken dat je een goede beslissing kan baseren op een slecht criterium is een illusie.

En we moeten Belfius ook niet privatiseren omdat we een mooie meerwaarde kunnen realiseren ten opzichte van de aankoopprijs. Een meerwaarde simpelweg ‘vastklikken’ zonder de omstandigheden in aanmerking te nemen, is niet meer dan je ego strelen. Als we willen afwegen (ook al was dat niet de doelstelling van het redden van de banken) of de participaties een goede belegging waren, moeten we niet enkel kijken naar het verschil tussen de aan- en verkoopprijs.

Risico’s

Om een belegging correct te evalueren moeten we kijken naar wat een alternatieve belegging zou hebben opgeleverd, en zeker ook naar de risico’s die werden genomen. Enorme risico’s nemen om uiteindelijk een bescheiden meerwaarde te realiseren, daar kan je moeilijk trots op zijn.

Vanuit een strikt financieel oogpunt heeft de staat zijn geld zeer slecht geïnvesteerd.

Vanuit een strikt financieel oogpunt heeft de staat zijn geld zeer slecht geïnvesteerd. Hij heeft te veel betaald voor de rechten en de plichten die hij toen op zich heeft genomen. Als geen enkele aandeelhouder bereid is nieuw geld op tafel te leggen, geld dat absoluut nodig is om de continuïteit van het bedrijf te verzekeren, dan moet de verwatering die gepaard gaat met de overheidsinterventie maximaal zijn.

Aan de andere kant moeten we Belfius niet in overheidshanden houden enkel en alleen omdat het dividendrendement hoger is dan de intrestvoet waartegen de staat zich op dit moment kan financieren. Waarom zouden we het dan enkel bij de participatie in Belfius houden? Waarom zou de overheid dan niet investeren in alle bedrijven met een dividendrendement hoger dan de rentevoet van een 10-jarige staatsobligatie? Gezien het torenhoge aantal dergelijke bedrijven zou de staat dan een enorme portefeuille met participaties aanhouden.

We weten echter allemaal waartoe de nationalisering van bedrijven in het verleden heeft geleid. Daarenboven is er een fors risico dat de overheid afhankelijk wordt van die dividenden. Met als gevolg dat de budgettaire belangen - de korte termijn - al snel voorrang zouden krijgen op het algemeen belang - de lange termijn.

Staatswaarborg

Denken dat het aanhouden van een overheidsbank de beste manier zou zijn om bijvoorbeeld kartelvorming in de financiële sector tegen te gaan, is een illusie. Niet alleen bij ons heeft het verleden voldoende aangetoond dat in plaats van goed bestuur, vriendjespolitiek bij benoemingen en in het bestuur eerder de norm waren. De privileges - vooral de staatswaarborgen - waarvan publieke financiële instellingen kunnen genieten, zorgen daarenboven voor nefaste verstoringen in het concurrentieel landschap en zetten zeker niet aan tot een uitmuntend beheer.

Het debat mag ons niet uit het oog doen verliezen dat de prioriteiten elders liggen: in een regulering die, zonder verstikkend te zijn, voldoende strikt is en niet alleen de nadruk legt op kapitaalratio’s maar ook op deugdelijk bestuur.

Brengen we alles in rekening, dan is het enige juiste criterium om het aandeelhouderschap van de overheid in de banken te beoordelen de invloed die ze kan uitoefenen op het gedrag van het bedrijf en van de financiële sector. Als het aanzet tot het verminderen van het marktfalen, bijvoorbeeld door het aanbieden van financiering op zeer lange termijn of door diensten te leveren aan segmenten die door de private banken niet worden bediend, is publiek aandeelhouderschap het overwegen waard. Als het is om in de raad van bestuur te zitten van een bank die uit winstbejag krijgsheren in Afrika bedient, dan zeker niet.

Het debat over de toekomst van Belfius en het aandeelhouderschap in BNP Paribas is interessant, maar het mag ons niet uit het oog doen verliezen dat de prioriteiten elders liggen: in een regulering die, zonder verstikkend te zijn, voldoende strikt is en niet alleen de nadruk legt op kapitaalratio’s maar ook op deugdelijk bestuur.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content