opinie

Economen hebben minder invloed dan u denkt

Etienne De Callatay

De invloed van economen op de politieke beslissingen is gering. Dat is deels de schuld van de economen zelf.

Etienne de Callataÿ hoofdeconoom Orcadia Asset Management

Hoe groot is de invloed van economen op overheidsbeslissingen? Niet-economen vinden ze ongetwijfeld te groot. Die perceptie is deels gelinkt aan het te grote belang van de economie in het publiek debat. Het valt te betreuren dat politici meer over de groei van het bruto binnenlands product (bbp) spreken dan over levenskwaliteit, en het meer over competitiviteit hebben dan over samenleven. Werkloosheid, prijsevolutie, bedrijfsfusies, beursperikelen: economie is alomtegenwoordig in de politieke toespraken. Daardoor krijgen mensen vaak het idee dat economen aan de knoppen zitten.

©Thierry du Bois

Nochtans is geen enkele econoom voorstander van de belasting op effectenrekeningen die het kabinet van de premier bekokstoofde. En hebben economen veel kritiek op de fiscale hervormingen van de Amerikaanse president Donald Trump. De econoom staat vrijwel alleen in zijn fundamentele interesse voor rechtvaardigheid en concurrentie. De door experts haast unaniem gedeelde visie dat migratie goed is voor de economie dringt niet door tot de bevolking. In economische faculteiten, onderzoekscentra en andere denktanks zijn ze veeleer van mening dat de politiek niet naar hun aanbevelingen luistert en hen niet consulteert alvorens hervormingsplannen voor te stellen.

Economen zijn niet de enigen die het gevoel hebben dat ze onvoldoende op het overheidsbeleid wegen. Juristen denken ongetwijfeld dat een minister van Justitie baat heeft bij hun expertise. Hetzelfde kan worden gezegd voor leerkrachten op het vlak van onderwijs en dokters op het vlak van de volksgezondheid.

Is de politiek zo disfunctioneel dat ze doof blijft voor de in wetenschappelijke kringen beschikbare expertise? In de aanloop naar een beslissing is het net slim breed te consulteren. In het bijzonder bij specialisten in het betreffende domein, hoewel je je niet tot de ‘experts’ hoeft te beperken. Het is idioot hun kennis te negeren, vooral ook omdat ze spotgoedkoop is vergeleken met de inzichten van consultants, zakenkabinetten en investeringsbankiers. Een beroep doen op derden vereist natuurlijk bescheidenheid en komt met het risico op onpopulaire aanbevelingen. Zowel het uitvoeren als het begraven ervan ligt politiek niet voor de hand. De dure externe consultant heeft het voordeel dat hij vooral met politiek meer acceptabele voorstellen komt.

Alleen de politici op de korrel nemen is te kort door de bocht. De federale regering heeft een Academische Raad voor het Pensioenbeleid in het leven geroepen om advies te geven over de hervorming van de pensioenstelsels. Technocraten van de Europese Centrale Bank nemen in Frankfurt de belangrijkste beslissingen voor de eurozone. Het is desalniettemin evident dat de politiek uitermate belangrijk blijft. Dat is niet meer dan normaal. Het tegenovergestelde is zelfs niet wenselijk. Het probleem in Europa is niet te veel inspraak van de burgers, maar te veel technocratie.

Uit de comfortzone

Niet alleen politici blijven doof voor de aanbevelingen van economen. Ook de bedrijfswereld negeert hen vaak. Economen tonen nochtans het belang aan van langetermijnbeheer, van verantwoord investeren, van een welwillende managementstijl, van het vermijden van bepaalde remuneratievormen. Maar dat volstaat blijkbaar niet om de gangbare praktijken in de bedrijfswereld te veranderen.

Hoewel ze niet de enige schuldigen zijn voor de gang van zaken, moeten economen zich vragen te stellen bij hun verantwoordelijkheid. Aan de universiteiten toont niet iedereen zich bereid de handen uit de mouwen te steken. Omdat ze geen zin hebben uit hun comfortzone te treden of omdat ze er institutioneel niet toe worden aangespoord. Misschien verklaart dat waarom de commentaar in de media over economische vraagstukken vaak van niet-economen komt.

De dure externe consultant heeft het voordeel dat hij met politiek meer acceptabele voorstellen komt.

Dat de impact van de econoom beperkt blijft, valt misschien ook te verklaren door het feit dat ze niet overeenkomen. Op zich is dat lovenswaardig, maar het vermindert de legitimiteit om zich op een expert te beroepen. En dan zijn er nog de fouten. De jongste jaren zijn economen teruggekomen op enkele uitspraken. Denk aan de deugden van de financiële en de energie-deregulering. Of aan de opening van de grenzen, de flexibilisering van de arbeidsmarkt of het voeren van een bezuinigingsbeleid in een laagconjunctuur.

Het is niet de bedoeling om het onderzoek van economische faculteiten ondergeschikt te maken aan de dagelijkse behoeften van de politieke wereld. Toch kunnen twee eenvoudige ingrepen ervoor zorgen dat in beleidsbeslissingen meer rekening wordt gehouden met het werk van economen. Om te beginnen moeten initiatieven zoals de oprichting van de Academische Raad voor het Pensioenbeleid worden aangemoedigd. Daarnaast moeten onderzoekers worden aangespoord om in te gaan op uitnodigingen van politici, media en fora die een brug willen slaan tussen de academische wereld en de overheid.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content