1
opinie

Elk nadeel heeft zijn voordeel, ook de lijststem bij verkiezingen

©BELGA

De Open VLD’ers Vincent Van Quickenborne en Patrick Dewael haalden gisteren een liberale evergreen van onder het stof: de afschaffing van de lijststem. Een goed idee, omdat de kiezer zo meer grip krijgt op de verkozenen. Maar wie aan het ene radertje draait, zet meteen ook een aantal andere radertjes in beweging.

Enkele maanden voor de verkiezingen van 25 mei 2014 pakte deze krant al uit met de mensen die in het parlement zouden terechtkomen (‘Dit wordt uw parlement’, 8 maart 2014). De journaliste van De Tijd die zich aan deze voorspelling waagde had geen glazen bol, maar maakte gewoon gebruik van haar kennis van het Belgische kiessysteem.

Door de lijststem - een stem van de kiezer voor de hele partij - is een verkiezingscampagne immers tot op zekere hoogte overbodig geworden, want wie van de partij een mooie plaats bovenaan de lijst krijgt toebedeeld heeft veel meer kans om verkozen te geraken dan kandidaten die lager op de lijst staan. Het nadeel van die ‘voorkeursbehandeling’ is evenwel dat die politici, zodra ze verkozen zijn, bij de partij in het krijt staan en dus minstens de indruk kan ontstaan dat ze in de pas gaan lopen. En dat is nefast voor de werking van het parlement.

Van Quickenborne en Dewael verzetten zich terecht tegen dit pervers effect van de lijststem. Al vergeten ze er wel bij te vermelden dat met de afschaffing ervan ook een aantal positieve gevolgen verloren gaat. Zo lijkt de lijststem bevorderlijk voor drie ‘kansengroepen’ in de politiek: vrouwen, nieuwelingen en backbenchers.

Vrouwen

Laten we beginnen bij de vrouwen. De quotawetgeving verplicht om de eerste twee plaatsen op de lijst te voorzien voor een man en een vrouw. Het is een effectief mechanisme gebleken, want de voorbije verkiezingen raakten aanzienlijk meer vrouwen verkozen. Een belangrijk deel van de doeltreffendheid van de quotawetgeving schuilt echter in de combinatie met de lijststem. Door de gegarandeerde positie bovenaan de lijst kunnen vrouwen immers maximaal profiteren van de pot met lijststemmen.

Met andere woorden, met het wegvallen van de lijststem zou volgens de meeste onderzoekers ook het effect van de quotawetgeving verdwijnen. Dat zou kunnen worden opgevangen met het stijgende aantal voorkeurstemmen voor vrouwen. Steeds meer vrouwelijke politici geraken immers op eigen kracht verkozen.

Vrouwen krijgen ondanks hun inhaalbeweging nog steeds minder voorkeurstemmen dan mannen.

Toch toont onderzoek aan dat vrouwen ondanks hun inhaalbeweging nog steeds minder voorkeurstemmen krijgen dan mannen. Als men het evenwicht tussen de geslachten belangrijk vindt, zou een afschaffing van de lijststem dus zeker gepaard moeten gaan met flankerende maatregelen zoals een betere partijondersteuning van vrouwen bij hun campagne of het voorzien van gegarandeerde zichtbare plaatsen op de lijst.

Vers bloed

Een afschaffing van de lijststem doet ook de kansen slinken om vers bloed in het parlement te krijgen. Partijen gebruiken de zekere plaatsen bovenaan de lijst nu soms ook om nieuwelingen waarin ze geloven in het parlement te brengen. Het mechanisme van de lijststem kan in het voordeel spelen van onbekend talent, omdat het de hogere kansen van zetelende parlementsleden op verkiezing deels neutraliseert. Wie al verkozen is, geniet immers veel meer mediabekendheid dan de startende politicus en heeft zo een grotere kans op voorkeurstemmen.

Ten slotte zijn er de stille werkers op de achtergrond. Sommige politici zijn heel bedreven in het zoeken en vinden van media-aandacht terwijl anderen daar een veel minder sterk ontwikkelde neus voor hebben. Dat sommige politici niet veel op televisie of in de kranten komen, wil niet zeggen dat ze geen waardevol werk leveren. Alleen levert dat harde werk niet automatisch veel stemmen op.

Sommige politici zijn meer bedreven in het zoeken en vinden van media-aandacht.

In een eerder opiniestuk over deze kwestie (Newsmonkey, 19 mei 2014) deed Van Quickenborne dit argument echter van de hand als achterhaald. Backbenchers met goede punten in de parlementaire rapporten worden door de kiezer wel degelijk beloond voor hun harde werk, stelde hij.

Dat durf ik echter te betwijfelen. Een snelle statistische vergelijking tussen de penetratiegraad (de verhouding tussen de voorkeurstemmen en de kiezers in een kieskring) van de 67 Nederlandstalige Kamerleden uit de vorige legislatuur die op 25 mei 2014 deelnamen aan de verkiezingen en hun score in het parlementaire rapport van De Standaard (29 maart 2014), leert dat er geen enkel verband is tussen hard werk en voorkeurstemmen. Van de tien Kamerleden die de beste punten kregen, duiken er amper twee op in de top tien van stemmenkanonnen: Theo Francken (N-VA) en Patrick Dewael. Het beste Kamerlid, Carina Van Cauter (Open VLD), strandde op plaats 30.

Met bovenstaand relaas wil ik het debat over een afschaffing van de lijststem evenwel niet meteen naar de prullenmand verwijzen. Integendeel, het is een zeer waardevol debat over de fundamenten van onze democratie. Maar net daarom moet het debat ook constructief en transparant worden gevoerd. Dat wil zeggen met alle pro’s en contra’s duidelijk op tafel en doorspekt met oplossingen die de negatieve effecten van een eventuele afschaffing van de lijststem kunnen opvangen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content