opinie

Federale regeringsvorming is wiskundige vergelijking zonder oplossing

Pascal Delwit

De keuze voor een Zweedse coalitie op Vlaams niveau heeft de federale regeringsvorming ernstig bemoeilijkt. Het is als een wiskundige vergelijking, maar dan zonder oplossing.

Bijna drie maanden na de federale en regionale verkiezingen zijn amper twee regeringen gevormd: die van de Duitstalige gemeenschap en die van de regio Brussel. Drie andere lijken voorgeprogrammeerd: de Vlaamse regering, de Waalse regering en die van de Franstalige gemeenschap.

Maar de vorming van een federale regering lijkt verder af dan ooit. De opties lijken nochtans eenvoudig: of een meerderheid met de N-VA of een meerderheid zonder de N-VA. Gelet op de verklaringen voor en na de verkiezingen is elke variant op zijn minst moeilijk.

Zweedse coalitie

De informateurs Didier Reynders en Johan Vande Lanotte rekenden op de eerste optie. Die piste ontlokte om culturele en politieke redenen een debat in Vlaanderen terwijl in Wallonië nauwelijks begrip was voor deze oplossing. De aankondiging van de Vlaamse regeringsonderhandelingen heeft de weg naar die variant misschien wel afgesneden.

De startnota van Bart De Wever weerspiegelt de uitslag van 26 mei: alle aandacht gaat uit naar het Vlaams Belang.

De constructie van een Bourgondische coalitie in Vlaanderen had de druk verhoogd om federaal een symmetrische regeringscoalitie te vormen. Op papier zou de vorming van een Waalse regering met PS, Ecolo en MR ook kunnen dienen als hefboom voor een gelijkaardige coalitie op federaal vlak. Vreemd genoeg lijkt die optie niet in trek.

De keuze voor een Zweedse coalitie op Vlaams niveau maakt een symmetrische coalitie niet alleen moeilijker maar negeert ook de thema’s die in Wallonië tijdens de campagne speelden: de klimaatdiscussie en het sociale debat.

De startnota van Bart De Wever weerspiegelt de uitslag van 26 mei in Vlaanderen: alle aandacht gaat naar het Vlaams Belang. Naast de verkiezingsoverwinning op 26 mei heeft het Vlaams Belang ook een belangrijke symbolische overwinning geboekt. De partij krijgt opnieuw alle aandacht en wordt door de N-VA beschouwd als een potentiële coalitiepartner.

Impasse

Het is dan ook logisch dat het merendeel van de analisten benadrukt dat er een steeds grotere impasse dreigt op federaal vlak. Maar is dat wel zo? Waarom niet gaan voor Zweedse coalitie die uitgebreid wordt met de PS?

Om dat scenario geloofwaardig te maken, werd zelfs het verhaal gelanceerd dat de blokkering van deze coalitie komt door Paul Magnette en dat er twee lijnen binnen de PS zijn. De uitkomst van de onderhandelingen zouden dan bepaald worden door welke lijn het haalt.

Volgens mij gaat dat voorbij aan de publieke opinie in Brussel en in Vlaanderen en eveneens aan de toestand bij de PS en de problemen waarmee die partij geconfronteerd wordt.

Na de verkiezingsuitslag van 26 mei is het voor de PS zeer moeilijk, zo niet onmogelijk om een federale coalitie aan te gaan met de N-VA.

Na de verkiezingsuitslag van 26 mei is het voor de PS zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, om een federale coalitie aan te gaan met de N-VA. De vraag is eenvoudig: waarom zou de partij dat doen? Wat voor zin heeft dat?

Zelfs voor 26 mei had een 'voorzichtige' Elio Di Rupo al gezegd ‘het met de N-VA en zonder de PS zal zijn, of met de PS en zonder de N-VA’. Di Rupo herhaalde op 27 mei nog eens zijn wens om een federale regering zonder de N-VA te vormen, wat woede uitlokte in Vlaanderen. Diezelfde Di Rupo veegde de idee van een federale Zweedse coalitie met de PS op 12 augustus in een tweet van tafel.

Uiteindelijk is de vergelijking complexer dan ooit. Het wordt nog moeilijker als er nieuwe verkiezingen zouden komen, wat een primeur zou zijn in deze omstandigheden. In tegenstelling tot andere landen zijn er in België nooit vervroegde verkiezingen geweest omdat de vorming van een regering onmogelijk bleek. Wat de uitkomst van die verkiezingen zou zijn, is helemaal niet te voorspellen en valt in de categorie ‘loterij’ of ‘wishful thinking’.

Lees verder

Tijd Connect