opinie

Fetisj begrotingsevenwicht is irrelevant

Het missen van het begrotings­evenwicht op de korte termijn is voor de gezondheid van onze economie op de lange termijn zo goed als irrelevant. Onnoemelijk veel tragischer is dat de regering kansen laat liggen voor structurele hervormingen.

De federale regering ging in oktober 2014 aan de slag met twee duidelijke doelstellingen: de economie via structurele hervormingen versterken, en de begroting in evenwicht brengen.

Die combinatie leek toen al te ambitieus, en dat werd ondertussen bevestigd. De regering liet het begrotingsevenwicht eerder varen, en lijkt nu zelfs te verzaken aan de door Europa gevraagde minimale budgettaire inspanning. Net als de vorige rekent ook deze regering op tijdelijke meevallers, in plaats van voluit te gaan voor structurele ingrepen.

Het argument dat ze daarvoor aanhaalt - ‘we willen het economische herstel niet in gevaar brengen’ - is trouwens nonsens. De beste periode om de overheidsfinanciën structureel te versterken is wanneer het economisch beter gaat, zoals vandaag. Als het straks economisch weer wat minder gaat, zal het zeker niet het moment zijn om echt in te grijpen in de overheidsfinanciën.

Het begrotingstekort komt de regering nu al, en zeker straks in de verkiezingscampagne, op heel wat kritiek te staan. Het merendeel van die kritiek mist evenwel het punt. Evenwicht op de begroting is een makkelijk symbool dat vaak gebruikt wordt als één cijfer om het hele overheidsbeleid te evalueren. Bij een tekort op de begroting geeft de overheid meer uit dan ze binnenkrijgt, en dat zou de toekomst hypothekeren.

In economische termen is dat veel te kort door de bocht. De voorbije 50 jaar liet de Belgische overheid zowat continu een begrotingstekort optekenen, met uitzondering van enkele jaren onder Paars (2001, 2002, 2006 en 2007). Paradoxaal genoeg waren die jaren schadelijker voor de langetermijnperspectieven van onze overheidsfinanciën dan de voorbije jaren. De beperkte begrotingsoverschotten van Paars verdoezelden dat de rentemeevallers vlot opgesoupeerd werden.

Brusselse tunnels

De focus op het begrotingscijfer is dan ook misplaatst. Het is een onzinnige fetisj. Besparen op cruciale overheidsinvesteringen kan de begrotingscijfers tijdelijk verfraaien, maar is op de lange termijn een erg slechte beleidskeuze. Dat wordt vandaag pijnlijk geïllustreerd door onder meer de beschamende toestand van de Brusselse tunnels.

Daarnaast kan een regering geluk hebben met dalende rentes of sterkere groei. Die factoren kunnen fraaiere begrotingscijfers teweegbrengen, zonder dat onderliggend iets verandert aan de financiële situatie van de overheid.

Het debat of overheidsrekeningen al dan niet in evenwicht zijn, is in die context onzinnig. Wat er precies achter het evenwicht of het tekort zit, is vele malen belangrijker dan dat ene cijfer.

In deze legislatuur zal de Belgische economie gemiddeld met 1,5 à 2 procent per jaar groeien. Dat is niet spectaculair, maar in de huidige context lang niet slecht. Met die degelijke economische achtergrond had de regering zeker meer kunnen doen om de overheidsfinanciën structureel te versterken.

Toch ligt daar niet de echte gemiste kans van deze legislatuur. Het missen van het begrotingsevenwicht op de korte termijn is voor de gezondheid van onze economie op de lange termijn zo goed als irrelevant. Het missen van de kansen op het vlak van de eerste doelstelling, de structurele hervormingen, is op dat vlak onnoemelijk veel tragischer.

Met de veroudering van de bevolking, de technologische veranderingen en onze infrastructuurproblemen staat de Belgische economie, en onze financiën, voor enorme uitdagingen. De beste manier om de toekomst van onze overheidsfinanciën veilig te stellen, ligt in het versterken van de economie op langere termijn.

Gemiste kansen

De regering heeft op dat vlak stappen gezet, met de verhoging van de pensioenleeftijd en de taxshift als meest in het oog springende initiatieven. Niettemin lieten de verschillende Belgische regeringen de voorbije jaren op dat vlak toch vooral veel kansen liggen.

De pensioenleeftijd wordt verhoogd, maar een geloofwaardige strategie om mensen langer aan het werk te houden (onder andere met extra opleidingsinspanningen) is er niet. Er wordt bespaard in de gezondheidsuitgaven, maar een grondige hervorming van de financiering en de focus van de gezondheidszorg om de toekomstige uitgaven onder controle te krijgen, bleef uit.

Er zijn hervormingen in de fiscaliteit, maar ons belastingstelsel is er niet minder complex op geworden. Ons onderwijs blijft veel te weinig gericht op de huidige technologische veranderingen. En ons mobiliteitsprobleem wordt alleen maar erger.

In vergelijking met die gemiste kansen maakt het gemiste begrotingsevenwicht niets uit voor de langetermijnmogelijkheden van onze economie.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content