opinie

Ghostbusters tegen spookfirma's in het hele land

Michel Maus

Dat het Brusselse parket achter spookfirma’s aangaat, valt toe te juichen, maar spookfirma’s zijn geen exclusief Brussels fenomeen. Tijd dus voor een ­nationaal Ghostbuster-plan. Nog beter is het de preventieve toer op te gaan.

Het Brusselse parket gaat een ongeziene klopjacht houden op tienduizenden Brusselse spookvennootschappen (De Tijd, 12 september). Dat zijn bedrijven die vaak alleen op papier bestaan en vaak dienen om criminele activiteiten zoals oplichting te verdoezelen of om crimineel geld uit bijvoorbeeld drugdeals wit te wassen. De demarche van het Brusselse parket komt er na de vaststelling dat liefst 33.000 van de 110.000 vennootschappen met zetel in Brussel de jongste drie jaar geen jaarrekening hebben ingediend.

©Photo News

Het actieplan verdient alle lof. Het is inderdaad hoog tijd om spookfirma’s op te kuisen. Maar de problematiek van de spookvennootschappen is geen puur Brussels probleem.

Uit de statistieken van de Nationale Bank blijkt dat vorig jaar over heel België 113.000 vennootschappen geen jaarrekening hebben ingediend. Uit de statistieken van de FOD Financiën blijkt dat op 31 december 2017 liefst 47.110 of 10,87 procent van alle vennootschappen nog altijd geen aangifte over het vorig boekjaar had ingediend. Het actieplan van de Brusselse justitie moet dan ook nationaal worden uitgevoerd.

Korter op de bal

Het parket kan niet alleen maar achter de feiten aanhollen. De overheid zou er daarom goed aan doen na de opkuis ook te investeren in een preventieve aanpak, zodat ze veel korter op de bal kan spelen en criminele circuits geen kans meer krijgen om operationeel te worden.

De overheid zou er goed aan doen na de opkuis ook te investeren in een preventieve aanpak.

De regering heeft wel al enkele proactieve maatregelen genomen. Sinds 12 juni 2017 kan de rechtbank van koophandel, na een klacht van een belanghebbende of het parket, een vennootschap die geen jaarrekening heeft ingediend ontbinden. Dat kan binnen zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar. Althans als de vennootschap haar situatie niet op korte termijn regulariseert. En vanaf 31 oktober moeten natuurlijke personen die rechtstreeks of onrechtstreeks minstens 25 procent van de stemrechten of het eigendomsbelang in een vennootschap aanhouden, worden geregistreerd in het zogenaamde UBO-register.

Die maatregelen zijn uiteraard waardevol, maar om de problematiek van de spookvennootschappen adequaat aan te pakken zijn bijkomende maatregelen nodig.

Fiscus

Hier kan een belangrijke rol worden weggelegd voor de fiscale administratie. Ik heb eerder al gepleit voor de invoering van een ‘correctieve controle’ door de fiscus binnen drie jaar na de oprichting of een substantiële aandeelhouderswissel van een vennootschap.

Die controle moet de fiscus zicht geven op de activiteiten en de boekhouding, zodat bijgestuurd kan worden zonder fiscale sancties. Als het niet om fraude gaat, natuurlijk. Bij om dubieuze vennootschappen kan de fiscus in een relatief vroeg stadium onmiddellijk het parket inschakelen.

Als de fiscus nieuwe vennootschappen binnen drie jaar controleert, kan het parket vroeger ingeschakeld worden.

Daarnaast is ook een registratieverplichting voor aandelentransacties het overwegen waard. Bij de oprichting van een vennootschap moet de akte geregistreerd worden en zijn de aandeelhouders bekend. Als de oprichters hun aandelen verkopen, blijven de nieuwe aandeelhouders onbekend.

Het UBO-register vangt dit voor een stuk op, als de nieuwe aandeelhouder en bestuurders hun verplichtingen nakomen. Een bijkomende registratieverplichting voor de verkopers van substantiële participaties van aandelen kan hier soelaas brengen.

Lees verder

Tijd Connect