opinie

Heren ministers, mag werken na 50 jaar nog lonen?

Het verschil tussen werken en niet werken voor de berekening van het pensioen ook na 50 jaar vergroten, is politiek afgevoerd. De regering zou zich moeten schamen. Tegenover individuele oudere werkenden, de hele groep van ouderen op de arbeidsmarkt en de belastingbetaler.

Door Stijn Baert, professor arbeidseconomie aan de UGent en UAntwerpen

Afgelopen weekend wist de regering-Michel het zelf niet meer. Had ze nu beslist om het verschil tussen werken en niet werken voor de pensioenberekening ook na de leeftijd van 50 groter te maken, of niet?

Als de regering al niet toont dat ze echt gelooft in dat langer werken, hoe moeten de ouderen op de arbeidsmarkt er dan in geloven?

Woensdag kwam er duidelijkheid. Als deze maatregel al ooit was beslist, dan is hij nu politiek afgevoerd. Jan Cornillie, politiek directeur van de oppositiepartij sp.a, deed daar in De Tijd van gisteren nog een schep boven op: eigenlijk zou de regering zich moeten schamen over zoveel hardvochtigheid nog maar overwogen te hebben. En ongelofelijk maar waar, sommige stemmen vanuit de coalitie lijken zich daarbij aan te sluiten.

Mijn standpunt staat daar lijnrecht tegenover. De regering zou zich inderdaad moeten schamen. Maar dan wel wegens het weer afvoeren van deze maatregel. Tegenover individuele oudere werkenden, tegenover de hele groep van ouderen op de arbeidsmarkt en tegenover de belastingbetaler.

©rv

Wat moet de individuele oudere werknemer, die er elke dag gemotiveerd voor gaat, van dit beleid denken? Ik vermoed vooral twee zaken. Ten eerste, dat de kans er nog altijd dik in zit dat als hij op latere leeftijd een minder hardwerkende vriend of vriendin tegenkomt, die een hoger pensioen trekt. Zoals het twee Waalse vriendinnen onlangs overkwam.

En ten tweede, dat hij goed gek is als hij niet alle mogelijke achterpoortjes opzoekt om het rustiger aan te doen. Het onduidelijke en weinig stimulerende pensioenbeleid kan enkel doen dromen van een vervroegde uittrede.

Om mensen langer aan de slag te houden, moeten we garanderen dat werken meer opbrengt dan niet werken. Wie meer werkt, moet dat echt voelen in zijn pensioen. Wie dat hardvochtig wil noemen, moet beseffen dat we zonder een dergelijk beleid de komende decennia allemaal een stap achteruit moeten zetten in levensstandaard. Dat is ook een keuze, natuurlijk.

De individuele oudere werknemer is goed gek als hij niet alle mogelijke achterpoortjes opzoekt om het rustiger aan te doen.

Belangrijker nog is het signaal dat de regering-Michel met het afvoeren van deze maatregel uitstuurt naar de volledige groep van ouderen (werkenden en werkzoekenden). Enerzijds heeft de regering bij haar aantreden duidelijk gemaakt dat we met zijn allen langer moeten werken. Anderzijds blijkt uit haar daden dat ze er zelf niet echt (meer) in gelooft, dat men dat langer werken niet al te serieus moet nemen.

Houding

Immers: vanaf de leeftijd van 50 hoeft het niet meer zoveel uit te maken voor je pensioenopbouw of je nu al dan niet aan de slag bent. Werkloos na 50? Daar kun je niet veel aan doen. Het is precies dezelfde houding die de regering de ING’s van deze wereld verwijt als ze ouderen betaald thuis laten zitten: de indruk geven niet meer in hen te geloven, hen niet meer nodig te hebben...

Dat gebrek aan ambitie blijkt ook uit ander ‘bijna-beleid’. Brugpensioen? Duidelijke regels werden afgezwakt met extra overgangsmaatregelen. Arbeidsmarktdiscriminatie jegens ouderen? Geen prioriteit.

Dat gebrek aan ambitie blijkt ook uit ander ‘bijna-beleid’. Brugpensioen? Duidelijke regels werden afgezwakt met extra overgangsmaatregelen. Arbeidsmarktdiscriminatie jegens ouderen? Geen prioriteit. De loskoppeling van de samenhang tussen de anciënniteit en de loonhoogte? Moeten we dringend bekijken… al vele jaren lang.

Telkens opnieuw lijkt langer werken iets dan men in woorden belijdt, maar in daden niet meent. En als de regering al niet toont dat ze echt gelooft in dat langer werken, hoe moeten de ouderen op de arbeidsmarkt er dan in geloven?

'Onafwendbaar'

Ook tegenover de belastingbetaler, ten slotte, zou de regering met het afvoeren van de geplande maatregel met het schaamrood op de wangen moeten staan. In een periode van gunstige economische conjunctuur zou de Belgische staat overschotten moeten boeken en geen tekorten. Zeker met de vergrijzing. Nu permitteert de regering het zich de tekorten te blijven opstapelen.

In een periode van gunstige economische conjunctuur zou de Belgische staat overschotten moeten boeken en geen tekorten. Zeker met de vergrijzing. Nu permitteert de regering het zich de tekorten te blijven opstapelen.

Bij het Zomerakkoord klonk het dat die tekorten ‘onafwendbaar’ waren. Alsof ze totaal los zouden staan van het gevoerde begrotingsbeleid van de drie jaren voordien. Alsof niet meer bespaard had kunnen worden. Het is net door het terugschroeven van het afgesproken beleid dat men de tekorten zelf onderhoudt.

Vandaar: als ook eind 2017 en eind 2018 de kassa niet blijkt te kloppen, dan zal dat deels komen omdat men de maatregel om het verschil tussen werken en niet werken voor de pensioenberekening groter te maken heeft geliquideerd. Niet enkel omdat de maatregel op zich een besparing had betekend, maar ook omdat door de afvoering gunstige effecten op de arbeidsmarkt (en hogere belastinginkomsten uit arbeid) gemist worden.

Werken sterker laten lonen in de pensioenopbouw voorbij de leeftijd van 50 jaar, is dat werkelijk onverdedigbaar geworden, ministers Bacquelaine en Peeters en premier Michel? Ik had bij het aantreden van de regering-Michel nooit gedacht u die vraag te moeten stellen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content