column

Het Vermeersch-fonds voor technologie en ethiek

De onlangs overleden filosoof Etienne Vermeersch werkte aan een boek over de ethiek van technologie. Misschien kan de UGent een fonds rond zijn werk opzetten?

Het moet zo’n drie jaar geleden zijn dat ik Etienne Vermeersch naar huis bracht. We hadden allebei meegewerkt aan een documentaire van de RTBF. De opnames vonden plaats bij de artiest Ozark Henry, in zijn studio in Wulpen. Het was een hectische ochtend, met de cameracrew druk in de weer. Etienne was zijn briljante zelf voor de camera. En toen was iedereen ineens weg. De filmcrew trok met de artiest naar Antwerpen en ik stond daar alleen met Etienne.

‘Kunde gij mij naar huis voeren?’ Als de eminentste filosoof van de Lage Landen dat vraagt, zeg je geen ‘nee’. ‘Maar ge kunt toch wel goed met de auto rijden? Enfin, ik kan ook een taxi bellen.’ Hij wou zekerheid. Het werd een van de memorabelste ritten en een van de interessantste gesprekken die ik ooit gevoerd heb. Vermeersch begon eerst met een ondervraging. De professor in hem kwam naar boven. Wie ik was, waar ik vandaan kwam, wat ik gedaan had, wat ik wist? Hij was geïntrigeerd door twee dingen: mijn jeugd in de Verenigde Staten en mijn fascinatie voor de opkomst van artificiële intelligentie. En hij wou zeker zijn dat ik wel de waarheid vertelde. Hij stelde me één feitenvraag over mijn jeugd: ‘Wat is Silly Putty?’ Ik vertelde hem dat Silly Putty de Amerikaanse naam is voor plasticine, waarvan kinderen op school worstjes draaien en allerlei constructies in elkaar steken. ‘Dat is waar’, zei hij. ‘Alleen Amerikanen kennen dat.’

Toen ik blijkbaar voldoende kwalitatief en betrouwbaar bevonden was, begon hij over artificiële intelligentie. Ik had geen idee dat de jonge Etienne Vermeersch zijn doctoraat over kunstmatige intelligentie had geschreven. Op Wikipedia staat het nochtans: ‘Vermeersch promoveerde in 1965 aan de Universiteit Gent met een proefschrift over de filosofische implicaties van de informatietheorie en de cybernetica.’ In de auto begon hij gepassioneerd te vertellen over de wereld van cybernetica, en al mijn helden op te noemen: Shannon, Minsky, McCarthy, von Neumann, Wiener. Ik heb ze bestudeerd, uitvoerig beschreven in mijn boeken, maar Etienne had ze persoonlijk gekend. Sommigen in het echt, anderen via correspondentie, maar het werd duidelijk dat de man die België vooral kende als de denker over islam, overbevolking en abortus, eigenlijk ‘at heart’ vooral gefascineerd was door AI.

De oogjes van Etienne begonnen op te lichten als we het over de ethische problematiek van de technologie hadden. Daar was ook zijn thesis oorspronkelijk over gegaan, maar in die tijd stond de technologie nog niet eens in haar kinderschoenen. De kunstmatige-intelligentiesystemen van toen waren lachwekkend, maar de morele en ethische dimensie kon Vermeersch toen al beginnen te voelen.

Zijn thesis was nooit ‘af’ geweest. Zijn doctoraat had hij gehaald, en dan was hij prof geworden, maar al zijn research over de ethiek van informatie en kunstmatige intelligentie was op een schap blijven liggen. Wie de foto’s van zijn huis gezien heeft, en weet wat voor een enorme sloddervos de man was, beseft dat het een mirakel was dat hij het nog terugvond. ‘Stuur mij ne keer uw boeken op’, vroeg hij toen we bij hem thuiskwamen. Een paar weken later kreeg ik een mailtje van hem. Heel vriendelijk, maar ook heel duidelijk. ‘Ik heb uw boeken gelezen. Er stond niets in dat ik nog niet wist.’

We bleven in contact. Hij was koortsachtig aan het werken aan zijn ‘laatste’ boek. Zijn magnum opus. Ja, hij had gescoord met zijn verhalen, zijn boeken en zijn lessen. Maar hij zag het boek over de ethiek van technologie als het sluitstuk van zijn werk, het orgelpunt. En hij was echt ongerust dat hij het niet op tijd zou kunnen afwerken.

Vermeersch zag zijn boek over de ethiek van technologie als het sluitstuk van zijn werk, het orgelpunt. Hij was echt ongerust dat hij het niet op tijd zou kunnen afwerken.

De wereld schreeuwt ondertussen om richting in precies deze problematiek. De jongste jaren zien we de opkomst van technologie. We worden enthousiast, maar de consequenties ervan worden wereldproblematiek. Helaas heeft Etienne zijn magnum opus niet kunnen afwerken. Zijn orgelpunt zal onvoltooid blijven. Maar wat een schat aan informatie moet in die chaos van Vermeersch’ huis nog liggen. Ik hoop van ganser harte dat daar nog iets mee gebeurt. Voor elke president van de Verenigde Staten wordt een ‘presidential library’ gebouwd, met alle documenten van die regeerperiode. Misschien moeten we rond de problematiek van ethiek en technologie ook iets proberen op te bouwen - vertrekkende vanuit de dozen met papier uit de legacy van Etienne - om zo zijn levenswerk te helpen voltooien.

Rik Van de Walle heeft het rouwregister geopend aan de UGent. ‘Hij was een durver’, zei de nieuwe rector. Wel Rik, zouden we nu ook niet eens groot moeten ‘durven’? Wat als we Gent op de kaart kunnen zetten als een baken voor het denken over ethiek en technologie? Waar beter dan de eigenzinnige UGent om over de morele en ethische dimensies van technologie na te denken? En wat zou er mooier kunnen zijn als eerbetoon aan Vermeersch, dan het fonds naar hem te vernoemen?

Lees verder

Tijd Connect