opinie

Het rijk der vrijheid van Steven Van Hecke | De lessen van Niccolò Machiavelli

Hoofddocent Europese en vergelijkende politiek, KU Leuven

We bevrijden ons uit de ketens van de pandemie, maar wat nadien? Wat kan anders, wat behouden we en wat komt beter nooit terug, vroegen we onze opiniemakers.

‘Waarschijnlijk heeft het lot de helft van onze zaken in handen, maar laat het de rest aan onszelf over’, schreef de Italiaanse filosoof Niccolò Machiavelli (1469-1527) in zijn meesterwerk 'Il Principe'. Voor de hedendaagse westerse mens, die het liefst alles wil plannen, beheersen en controleren en voor het geval toch iets verkeerd loopt een verzekering afsluit, is het erg moeilijk te aanvaarden dat nu en dan rampspoed ons deel is. Die onmacht verklaart voor een groot deel onze reactie.

Zo heeft de pandemie ons veel over onszelf geleerd, bijvoorbeeld onze extreme gehechtheid aan vrijheid. En hoe graag en snel we die terug willen. Eisen, volgens sommigen. Want een groot onrecht werd ons aangedaan. Dat dient zo snel mogelijk te worden rechtgezet. En de schuldigen moeten worden gestraft. Maar was (en is) het coronavirus niet uitgerekend een soort onheil dat ons allemaal is overkomen, zonder dat iets of iemand directe schuld treft? We zijn het verleerd daarmee te leven. Toch maakt het integraal deel uit van ons bestaan, zoals Machiavelli al wist.

Is het coronavirus niet uitgerekend een soort onheil dat ons allemaal is overkomen, zonder dat iets of iemand directe schuld treft? We zijn het verleerd daarmee te leven.

Wat de vader van de moderne politicologie ook goed begreep, is dat we die andere helft wél in eigen handen hebben. Hoe we dus omgaan met zo’n ramp, de gevolgen trachten te beperken en er proberen lessen uit te trekken om in de toekomst beter voorbereid te zijn. De recente watersnood is daarom een pijnlijk ontwaken in het rijk der vrijheid.

Want naast de spontane blijken van solidariteit komen heel wat pijnpunten uit de coronacrisis opnieuw boven water drijven, letterlijk en figuurlijk. Dat met name onze ingewikkelde staatsstructuur ons danig parten speelt. En dat de discussie over homogene bevoegdheidspakketten belangrijk is – bovenal om duidelijk te weten wie verantwoordelijk is voor wat – maar deels naast de kwestie. Want onze complexe samenleving laat die eenduidigheid niet toe, in geen enkel beleidsdomein overigens. Kan er zich iemand voorstellen dat gezondheid of pakweg waterbeheer exclusief wordt toevertrouwd aan één bestuursniveau?

Watersnood

Een ander misverstand dat de watersnood uit de wereld helpt, is dat hiërarchie het ultieme antwoord is op versnipperde bevoegdheden. In de coronacrisis hebben we een zware prijs betaald voor een gebrekkige machtsstructuur, dat staat als een paal boven water. Maar voor rampenbeheer is de pikorde wel duidelijk: lokaal heeft het eerste woord, federaal het laatste, met een rol voor de provincies en de gewesten daar ergens tussenin. En toch is het ook daar misgelopen, bleek de voorbije dagen. Dat heeft ongetwijfeld met politieke berekeningen te maken. Maar is er niet meer aan de hand?

Waar het ons wellicht echt aan ontbreekt, is politieke moed. Of beter: politici met grinta.

Waar het ons wellicht echt aan ontbreekt, is politieke moed. Of beter: politici met grinta. Een beetje zoals de Amerikaanse acteur George Clooney reageerde op het Italiaanse deel van de recente watersnood in Cernobbio, vlak bij zijn villa aan het Comomeer. Vastberaden en strijdbaar. We hebben politici nodig die doen wat gedaan moet worden, met het oog op de langere termijn, zonder eigenbelang, zich niet verschuilend achter allerlei regeltjes.

In het licht van onze uit de hand gelopen omgang met de natuur - nog zo’n gelijkenis tussen de pandemie en de klimaatcrisis - is hun tijd definitief aangebroken. Nu is het moment daar. Want, zo vervolgt Machiavelli, ‘ik vergelijk het lot met een van die woeste rivieren die in hun gramschap hele vlakten onder water zetten, bomen ontwortelen en gebouwen omverwerpen, en op één stuk grond meesleuren om het ergens anders weer achter te laten. Iedereen gaat voor ze op de vlucht en wijkt voor het geweld zonder er ook maar iets tegen te kunnen doen. Maar het feit dat rivieren zo zijn, betekent niet dat men in perioden van rust geen voorzorgsmaatregelen kan nemen door het aanleggen van beveiligde plaatsen en dijken, zodat het water, als het weer gaat wassen, ofwel door een kanaal kan afvloeien ofwel minder tomeloos en schadelijk zal zijn.’

Steven Van Hecke
Hoofddocent Europese en vergelijkende politiek aan de KU Leuven

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud