opinie

Het debat over de toekomst van het leger is een klucht

De aankoop van nieuwe gevechts vliegtuigen is de meest ingrijpende keuze als het over de toekomst van het leger gaat. Hoe de regering dat gaat betalen, weet niemand. Maar de keuze is wel al verankerd in het regeerakkoord.

Door Roel Stynen, stafmedewerker van Vredesactie

Het borrelt al langer bij Defensie. Opeenvolgende regeringen stelden fundamentele keuzes uit. Gooit deze regering het over een andere boeg? Om de schijn van een breed debat op te houden stelde minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) een ‘raad van wijzen’ samen die op een ‘openbaar’ colloquium zijn visie voor de toekomst van het Belgische leger mocht toelichten. Kritische stemmen waren in die raad ver te zoeken. Van een breed maatschappelijk debat is nog geen sprake geweest. Intussen is de ingrijpendste keuze toch al gemaakt: de meerderheidspartijen zijn het erover eens dat de regering nieuwe gevechtsvliegtuigen moet kopen. Dat staat met zoveel woorden in het regeerakkoord.

©rv

Politici beweren bij hoog en bij laag dat nog niets beslist is. Maar de aankoop van nieuwe gevechtstoestellen is verankerd in het regeerakkoord nog vóór het langetermijnplan voor het leger klaar is. Bovendien kunnen politici van de meerderheidspartijen hun voorkeur voor het duurste toestel, de F-35 of Joint Strike Fighter, amper verstoppen. CD&V meent dat ook de opvolger van de F-16 in staat moet zijn kernbommen in te zetten, zoals de straaljagers in Kleine Brogel vandaag. Ook de andere partijen willen op korte termijn niet van de kernwapens af. Daarmee blijft van de vijf kandidaat-opvolgers alleen de F-35 over. Lockheed Martin, de producent van de F-35, speelt een belangrijke rol in de geplande modernisering van de B-61-kernwapens. De andere kandidaat-opvolgers zijn niet aangepast om kernwapens in te zetten.

Het gebrek aan democratisch debat is des te schrijnender omdat de inderhaast gemaakte keuzes gigantisch veel kosten.

Als die keuzes al gemaakt zijn, waar discussiëren we dan nog over? Het gebrek aan democratisch debat is des te schrijnender omdat de inderhaast gemaakte keuzes gigantisch veel kosten. Het Nederlandse ministerie van Defensie schat de totale levensduurkosten van 37 Joint Strike Fighters op meer dan 12 miljard euro. De F-16’s vervangen is dus onmogelijk binnen het huidige defensiebudget. Tegelijk lopen ook andere grote aankoopdossiers.

Economische return

De legertop heeft zijn eigen droomscenario: een flexibel leger dat op alle vlakken inzetbaar is. Om dat te realiseren moet het defensiebudget tegen 2030 stijgen tot zo’n 5 miljard euro, zowat een verdubbeling. Ook minister Vandeput wil die richting uit. Waar gaat de regering dat geld vandaan halen? Tot nog toe kan niemand daar een antwoord op geven.

Om de aankoop van gevechtsvliegtuigen te verantwoorden beloven politici en lobbyisten een economische return in de vorm van werkgelegenheid en terugverdieneffecten voor de luchtvaartindustrie. De aankoop van de F-16’s heeft zichzelf dubbel en dik terugbetaald, klinkt het. Ze maken de belastingbetaler blaasjes wijs. De vergelijking met de F-16 snijdt geen hout. De Belgische luchtvaartindustrie was intensief betrokken bij de ontwikkeling van de F-16. Van dat toestel werden bovendien veel meer exemplaren gemaakt dan Lockheed Martin ooit voor mogelijk had gehouden.

De tijd dat investeren in defensie-industrie loonde, is voorbij. 6 miljard - de geschatte prijs van veertig gevechtsvliegtuigen - investeren in andere sectoren levert veel meer op.

‘Defensie is belangrijk voor onze industrie, zowel economisch als op het vlak van onderzoek en ontwikkeling,’ zegt Vandeput. Maar de tijd dat investeren in defensie-industrie loonde, is voorbij. 6 miljard - de geschatte prijs van veertig gevechtsvliegtuigen - investeren in andere sectoren levert veel meer op.

Nederland

Leerzamer dan de vergelijking met de F-16 is de vergelijking met Nederland. Het Centraal Planbureau stelt dat ‘de totale werkgelegenheid in Nederland waarschijnlijk niet zal toenemen door het JSF-programma’. Vliegtuigproducenten houden hun technologische kennis liever voor zich. Deelname aan de productie van hun toestellen levert daarom amper innovatie op. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat België het beter zal doen. De Belgische luchtvaartindustrie kan hoogstens nog wat onderdelen leveren in onderaanneming of een bescheiden rol spelen in onderhoud.

Betaalbaar of niet, de regering dringt de nieuwe gevechtsvliegtuigen aan de belastingbetaler op. Nochtans is er voor die aankoop geen draagvlak

Betaalbaar of niet, de regering dringt de nieuwe gevechtsvliegtuigen aan de belastingbetaler op. Nochtans is er voor die aankoop geen draagvlak. Een onderzoek van de Universiteit Antwerpen wijst uit dat slechts een kwart van de Belgen vindt dat het leger moet investeren in een opvolger voor de F-16.

Vinden al die andere Belgen veiligheid dan onbelangrijk? Of stellen ze vast dat het inzetten van Belgische F-16’s weinig aan onze veiligheid heeft bijgedragen? Ondertussen klagen magistraten steen en been over de middeleeuwse toestanden in ons justitieapparaat, nochtans cruciaal voor onze veiligheid. Verbaast het dan dat de Belgen niet warm lopen voor peperdure gevechtsvliegtuigen?

Laat de regering haar huiswerk maar overdoen. Voor de toekomstdromen van Defensie bestaat geen maatschappelijk draagvlak. Laat ons vertrekken bij de vraag: hoe zorgen we voor veiligheid? De miljarden die nu voor nieuwe gevechtsvliegtuigen worden opzijgezet, kunnen beter worden besteed.

Lees verder

Tijd Connect