opinie

Het maakt niet uit of een handelsmissie zwart of wit is, als ze maar muizen vangt

Het Grondwettelijk Hof heeft gisteren geoordeeld dat de economische diplomatie van de federale regering geenszins de autonomie van de deelstaten schendt. Vicepremier Kris Peeters haalt dus als het ware zijn gelijk van minister-president Kris Peeters. Zaak gesloten. Wié de lintjes knipt, is ondergeschikt aan de resultaten van een handelsmissie, en dat zijn investeringen, groei en jobs.

Door Patrick Dewael en Tim Vandenput, respectievelijk fractieleider in de Kamer en Kamerlid en lid van de commissie Buitenlandse Zaken. Beiden zijn Open VLD’ers.

Handel heeft al eeuwen de kracht om mensen over continenten heen met elkaar te verbinden, economieën te doen groeien en jobs te creëren. Handel is een synoniem voor vooruitgang. Daarom zijn wij, liberalen, grote voorstanders van Europese vrijhandelsakkoorden. Maar daarnaast zijn ook bilaterale economische banden belangrijk voor een export- en doorvoerland als het onze.

Als we met het merk België, met de premier of met de koninklijke familie meer investeerders kunnen overtuigen, dan moeten we dat toch gewoon doen?
Patrick Dewael en Tim Vandenput
Kamerleden (Open VLD)

België heeft sterke troefkaarten: onze werknemers zijn hoogopgeleid en uiterst productief, onze bedrijven efficiënt en innovatief, en onze ligging in het hart van Europa met belangrijke havens cruciaal. En met Brussel hebben we het belangrijkste beslissingscentrum van het continent.

Het zijn troeven die we te danken hebben aan alle entiteiten van ons land, zowel de federale staat als de drie gewesten. Je zou dan ook denken dat we die troefkaarten samen op tafel leggen in onze diplomatieke, politieke en economische contacten met het buitenland. In de geest van een volwassen samenwerkingsfederalisme, waar onze partij voor staat.

Koortsopstoot

Toch was Vlaanderen eind vorige week in de ban van een communautaire koortsopstoot. Door de buitenlandse missie van premier Charles Michel zou Vlaanderen in Japan imagoschade hebben opgelopen. Belgisch surrealisme ten top. Onze staatsstructuur belandde plots op tafel als zwartepiet tussen de sterke troefkaarten. En dat terwijl de bevoegdheden tijdens de missie werden gerespecteerd.

Belangrijker dan wie op de eerste rij staat om een lintje door te knippen, zijn volgens ons de resultaten van onze economische diplomatie. Investeringen, groei, jobs. Daar gaat het om. In het geval van de Japanmissie hebben we die binnengehaald door onder meer het sterke werk van het Vlaamse FIT. Maar ook onze federale notionele intrestaftrek en de hogergenoemde troeven speelden ongetwijfeld mee.

Pragmatisme

In deze moet pragmatisme het haantjes-, of beter gezegd het leeuwtjesgedrag, overwinnen. Als we met het merk België, met de premier of met de koninklijke familie meer investeerders kunnen overtuigen, dan moeten we dat toch gewoon doen? Is dat met het merk Brussel? Nooit twijfelen! In 2013 was het merk België zo’n 420 miljard euro waard. Vermoedelijk doet het merk Brussel het zelfs beter.

Het is nu eenmaal een realiteit dat submerken zoals Vlaanderen en Wallonië een pak minder wegen. Dat neemt niet weg dat we ze moeten gebruiken om specifieke boodschappen te onderschrijven. Denk maar aan Mons 2015 of aan de haven van Antwerpen. Wat we nooit uit het oog mogen verliezen: door al onze troeven op te tellen wordt onze merkwaarde nog groter.

Wat ons betreft, maakt het niet uit of de kat wit of zwart is. Als ze maar muizen vangt. In Japan deed ze dat door de sterke samenwerking alvast. Waar gaan we volgende keer op jacht?

Lees verder

Tijd Connect