opinie

Hoe lang kan de N-VA de dubbelzinnigheid volhouden?

De N-VA moet in de partij een bonte coalitie bij elkaar houden. Voor haar economische vleugel moet ze zich ook als een verantwoordelijke Belgische partij gedragen. Voor de Vlaams-nationalisten is er de suggestie van een goed uitgekiend anti-Belgisch masterplan. Of slaagt ze erin de kool en de geit te sparen? Hoe dan ook, uiterlijk in 2019 moet ze kleur bekennen.

Door Bart Maddens, politicoloog aan de KU Leuven

‘Bouche bée’, zo zitten de Franstaligen dezer dagen naar de N-VA te kijken: hun mond valt open van verbazing. Hoe kan het nu dat die extremistische en separatistische partij zich zo voorbeeldig gedraagt in de Belgische regering? Hoe kan het dat een Kamerlid van een republikeinse partij op Koningsdag zonder reserve de monarchie looft? Dat een communautaire hardliner als Geert Bourgeois het Belgische multiculturele model aanprijst in Davos en daarvoor zelfs een koninklijk schouderklopje krijgt?

De vraag staat vandaag centraal in Le Vif/L’Express (‘La N-VA en voie de belgicisation?’) en kwam eergisteren ook aan bod in een Knack-interview met Béatrice Delvaux van Le Soir. Delvaux laat zich zeer positief uit over de N-VA-ministers. Ze prijst de ijver waarmee ze Frans leren. Opmerkelijk genoeg is het volgens haar vooral CD&V die bij de Franstaligen twijfels zaait over de goede bedoelingen van de N-VA: vergis u niet, de N-VA blijft een onafhankelijk Vlaanderen nastreven en is een wolf in tricolore schapenvacht.

©Photo News

Het gedrag van de N-VA kan je op twee manieren lezen. Misschien is de formidabele zuigkracht van het Belgische systeem aan het werk. Misschien leidt het opnemen van federale regeringsverantwoordelijkheid ertoe dat de partij geleidelijk metamorfoseert tot een Belgische systeempartij. De partij is dan aan het vervellen tot een Vlaamse CSU (de Beierse christen-democraten): een partij die regionalistische accenten legt, maar het federale systeem toch niet in vraag stelt. Artikel 1 van de N-VA-statuten blijft overeind, maar doet steeds meer denken aan wat het Charter van Quaregnon lang was voor de socialisten: een fetisj zonder praktische politieke betekenis. Iets voor de zéér lange termijn.

De andere lezing is dat de N-VA een gewiekst spel speelt : ‘On joue le jeu’, zoals Jan Jambon het stelde. De N-VA-ministers doen alsof ze voorbeeldige Belgen geworden zijn. Maar ze lachen in hun vuistje. In werkelijkheid past de regeringsdeelname in een vernuftig masterplan om België te ontmantelen. Een plan ontsproten aan het brein van meester-strateeg Bart De Wever en waarvan enkel de absolute partijtop het fijne weet.

Vervelt de N-VA tot een Vlaamse CSU (de Beierse christen-democraten), die regionalistische accenten legt maar het federale systeem niet in vraag stelt, of speelt ze een gewiekst spel?

Dat geloven veel Vlaams-nationalisten in de N-VA. Anders waren die nooit zo massaal en haast kritiekloos akkoord gegaan met een communautaire stilstand van minstens vijf jaar. De verkiezing van Peter De Roover tot penningmeester en lid van het partijbestuur heeft hen gesterkt in die overtuiging. De Roover is misschien wel de meest uitgesproken voorvechter van onafhankelijkheid in de Vlaamse Beweging. Als iemand immuun is voor Belgicisering, dan is hij het.

De N-VA stuurt dus wisselende signalen uit. De Roovers verkiezing wijst erop dat de partij haar Vlaams-nationale wortels trouw blijft. Maar veel andere signalen duiden op een toenemende Belgicisering van de partij. Maar misschien is dat om de tegenstanders zand in de ogen te strooien.

Vijftig tinten

Kan het zijn dat beide lezingen correct zijn? Zoals elke grote partij is de N-VA een huis met veel kamers. Er zijn als het ware vijftig tinten N-VA. Dat gaat van de radicale separatisten die deels afkomstig zijn van het Vlaams Belang, tot mensen die geen enkele affiniteit hebben met het Vlaams-nationalisme. Die laatsten zien de N-VA enkel als een vehikel om een rechts economisch beleid te voeren en de socialisten buiten spel te zetten.

Die bonte coalitie bij elkaar houden vergt een zeer moeilijke evenwichtsoefening. De kans om een centrumrechtse regering op de been te brengen zonder de socialisten kon de N-VA onmogelijk laten liggen zonder de economische vleugel van zich te vervreemden. Om die groep aan boord te houden moet de N-VA zich als een verantwoordelijke Belgische partij gedragen. De suggestie van de partijtop dat dat alles past in een goed uitgekiend anti-Belgisch masterplan moet dan weer de Vlaams-nationalisten te vriend houden.

Zoals elke grote partij is de N-VA een huis met veel kamers. Dat gaat van de radicale separatisten die deels afkomstig zijn van het Vlaams Belang, tot mensen die geen enkele affiniteit hebben met het Vlaams-nationalisme

Het is maar de vraag hoe lang de partij die dubbelzinnigheid kan volhouden. Ten laatste in 2019 zal de N-VA kleur moeten bekennen. Ofwel gaat de partij naar de kiezer met de boodschap dat een terugkeer van de socialisten te allen prijze moet worden vermeden. Want het sociaaleconomische herstelbeleid mag niet worden teruggedraaid. ‘Geen ommekeer’, wordt dan de N-VA-slogan. Dat zal de economische vleugel willen horen.

Maar de Vlaams-nationalisten zullen dat anders zien. Na een communautaire standstill van vijf jaar is het tijd voor een nieuwe, grote staatshervorming. ‘Afrit Vlaanderen, uitrit crisis’ wordt dan opnieuw de slogan. Zonder staatshervorming geen regering. Alleen, een regering met staatshervorming zal er waarschijnlijk ook een zijn met de vermaledijde PS...

De N-VA heeft nog vier jaar om zich daarover het hoofd te breken. Of om een communicatiestrategie uit te dokteren die toch weer de kool en de geit spaart én geloofwaardig blijft. Als de partij daarin slaagt, zal er pas echt reden zijn om ‘bouche bée’ te staan.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud