opinie

In deze onzekerheid hebben beleidsmakers een hondenjob

Vice-decaan Onderwijs Vesalius College en Instituut voor Europese Studies, VUB,

De onzekerheid over het verloop van de coronacrisis plaatst de beleidsmakers in een moeilijke situatie. Dat verdient begrip.

Overheden overal ter wereld hebben acties ondernomen om de verspreiding van Covid-19 in te perken. De stappen die ze nemen, verschillen echter enorm. Landen als Frankrijk, Italië, India en China introduceerden strenge bewegingsbeperkende maatregelen, terwijl landen als Zweden, Wit-Rusland en Mexico het houden op eerder beperkte maatregelen. Ondertussen bekijken sommige landen wanneer en hoe de maatregelen te versoepelen, terwijl andere landen potentieel nog zouden verstrengen. Overheden baseren hun beslissingen op advies van experten en vooral op data. Daar zijn echter serieuze bedenkingen bij te maken. Door de continue onzekerheid en de wijde variatie in de aanpak van de pandemie ligt een grote verantwoordelijkheid bij onze beleidsmakers.

Volgens de vakliteratuur kan een virus in essentie bekeken worden in het licht van drie parameters: het aandeel van de bevolking dat het risico loopt besmet te worden, de besmettingsgraad, en het aandeel van de bevolking dat ‘hersteld is’. Deze parameters zijn gerelateerd aan de cijfers die dagelijks de media overspoelen, maar leiden tot een iets andere interpretatie. Laten we even kijken hoe politieke beslissingen de eerder vernoemde drie parameters kunnen beïnvloeden.

Ten eerste lijkt het aandeel van de bevolking dat het risico loopt besmet te worden zeer hoog. Tot nog toe lijkt niets erop te wijzen dat bepaalde bevolkingsgroepen geen risico lopen. Daarvoor kunnen dus geen politieke maatregelen genomen worden en zijn geen differentiërende data beschikbaar.

Het gebrek aan correcte data legt een grote verantwoordelijkheid op onze beleidsmakers, die daardoor ook sterk op experten moeten vertrouwen.

Ten tweede ligt de besmettingsgraad voor het Covid-19-virus hoog. Dat is iets waar politieke beslissingen op kunnen inspelen. Quarantaine duwt de besmettingsgraad naar beneden, andere beslissingen kunnen die naar boven duwen. De besmettingsgraad kan benaderd worden door het meten van het aantal besmettingen. Maar die data zijn moeilijk te interpreteren, want het aantal besmettingen is direct gelinkt aan het aantal tests dat uitgevoerd wordt. Een stijging van het aantal besmettingen kan dus eerder veroorzaakt zijn door het breder testen dan door een exponentiële groei van besmettingen.

Het blijkt ook moeilijk in te schatten hoeveel mensen besmet zijn zonder symptomen te vertonen. Collega’s aan het UZ Brussel kwamen erachter dat ongeveer 10 procent van de patiënten die opgenomen werden met andere klachten ook met corona besmet waren. In Italië en China werd eerder gewag gemaakt van een veel hoger percentage van patiënten die besmet werden, maar (nog) geen symptomen vertoonden. Verschillende landen rapporteren die data ook op verschillende manieren, wat vergelijkingen bemoeilijkt. Zolang er niet breed getest kan worden blijft de onzekerheid bestaan, wat het nemen van politieke beslissingen serieus bemoeilijkt.

Ten derde hebben we het aandeel van de bevolking dat ‘hersteld’ is. Hieronder rekenen we mensen die de ziekte hebben gehad en niet meer de besmetting kunnen uitdragen. Daar vallen dus ook de dodelijke virusslachtoffers onder. Vermits nog geen vaccin of een andere gegarandeerde herstelmethode voorhanden is, zetten politieke beslissingen hier dus ook weinig zoden aan de dijk. Data om beslissingen op te baseren zijn ook hier onduidelijk. Het valt bijvoorbeeld niet uit te sluiten dat een aantal van de aan corona gelinkte sterftegevallen eerder veroorzaakt werden door normale longontstekingen en andere ziektes die een gelijkaardig symptomenverloop vertonen in de Belgische cijfers. Verschillende landen rapporteren ook anders, aangezien ze een andere visie hebben over wie als dodelijk virusslachtoffer moet meetellen.

Onzekerheid

De onzekerheid over de huidige situatie, zowel geneeskundig als economisch, maakt het dus moeilijk voor beleidsmakers om geïnformeerde beslissingen te nemen, zeker als die een serieuze impact hebben op onze economie en ons sociaal weefsel. Het gebrek aan correcte data over alle drie de parameters legt een grote verantwoordelijkheid op onze beleidsmakers, die daardoor sterk op experten moeten vertrouwen.

Die experten kunnen zich steeds terugtrekken, want ze zijn in een adviserende capaciteit aangesteld. Onze beleidsmakers hebben die luxe niet. Ze kunnen kijken naar wat andere landen doen, maar ze hebben onvoldoende tijd om na te gaan welke maatregelen uiteindelijk het meeste vruchten lijken af te werpen. Politieke beslissingen kunnen alleen de besmettingsgraad beïnvloeden, en er zijn weinig andere maatregelen die direct een impact kunnen hebben.

Kritiek is alomtegenwoordig: burgers, bedrijven en politici die dit moment aangrijpen om stemmen te ronselen, iedereen heeft een mening over de maatregelen. Laten we even begrip tonen dat het normaal is dat onder de huidige omstandigheden niet elke beslissing perfect zal zijn.

Beslissingen nemen die het sociale, economische en zelfs fysieke leven zeer zwaar kunnen beïnvloeden zonder te kunnen steunen op correcte data is een dagelijkse realiteit voor onze beleidsmakers. Ook zij oefenen momenteel een hondenjob uit. Laten we misschien ook eens aan hen denken wanneer we ’s avonds op ons balkon staan te applaudisseren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud