opinie

Kans op terugbetaling Turteltaks via groepsvordering bijna onbestaand

Door Filip Debelva, doctoraatsbursaal KU Leuven - Instituut voor fiscaal recht

Op 22 juni 2017 vernietigde het Grondwettelijk Hof de Vlaamse belasting op het energieverbruik, ook wel gekend als de Turteltaks. Het Hof oordeelde dat er sprake was van een verboden dubbele belasting, wegens het bestaan van een gelijkaardige federale heffing. De Turteltaks werd dan ook vernietigd, maar niet met terugwerkende kracht, zoals dat normaal het geval is. Het Hof concludeerde immers dat de gevolgen van de heffing in stand gehouden moeten worden voor heffingsjaren 2016 en 2017.

Men kan zich uiteraard afvragen of deze gang van zaken wenselijk is, maar juridisch gesproken zijn er geen graten in het arrest van het Grondwettelijk Hof

In De Tijd van 24 juni stelt professor Michel Maus dat, wegens de ongrondwettigheid ervan, de burgers onterecht Turteltaks hebben betaald. De ongrondwettigheid van de Turteltaks zou volgens Maus meer bepaald impliceren dat de Turteltaks is geheven zonder een wettelijke basis. Derhalve zou de belasting neerkomen op een verboden inbreuk op het recht op eigendom, zoals beschermd door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Er werd opgeroepen om schadevergoeding te eisen voor de reeds betaalde Turteltaks.

©rv

De slaagkansen van zo'n vordering zijn zeer laag. Het klopt dat elke belasting een inbreuk vormt op het eigendomsrecht van een burger. Zoals het EVRM echter zelf bepaalt, is deze inbreuk voor wat betreft belastingen principieel gerechtvaardigd. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is dan ook zeer terughoudend om te besluiten tot een schending van het eigendomsrecht in belastingzaken. Staten moeten immers belastingen kunnen heffen om hun goede werking te verzekeren. Slechts in extreme gevallen zal het Hof besluiten dat een belasting een ‘excessieve en individuele last’ vormt en deze ontoelaatbaar verklaren. Dit zijn zaken waarin er bijvoorbeeld in de inkomstenbelasting een tarief van 90% en meer werd toegepast. Dit is uiteraard niet het geval met de Turteltaks.

Juridische basis

Het voornaamste argument om de Turteltaks terug te vorderen is dat er ogenschijnlijk niet langer een juridische basis is om deze te heffen. Het Grondwettelijk Hof kan echter perfect de gevolgen van een vernietigde wet handhaven indien dit nodig is. Dit wordt uitdrukkelijk zo bepaald in de werkingsregels van het Grondwettelijk Hof. In zijn arrest oordeelde het Hof dat de handhaving nodig was om de rechtsonzekerheid en de administratieve en juridische moeilijkheden te vermijden die een vernietiging met terugwerkende kracht zouden teweegbrengen.

Duitse en Oostenrijkse situaties die zeer gelijkaardig zijn aan die van de Turteltaks draaiden steevast op niets uit

Men kan inderdaad redetwisten over deze motivering. Budgettaire belangen zullen wellicht ook een belangrijke rol gespeeld hebben. Dit betekent echter niet dat er een schending van het recht op eigendom heeft plaatsgevonden. Het EHRM heeft al meerdere malen te maken gekregen met Duitse en Oostenrijkse situaties die zeer gelijkaardig zijn aan die van de Turteltaks. Deze zaken draaiden steevast op niets uit. Zo heeft het EHRM meermaals letterlijk geoordeeld dat er geen schending is van het eigendomsrecht wanneer een nationale rechter een belasting ongrondwettig verklaart, maar daarbij stelt dat deze wel nog in werking zal blijven tot er een nieuwe regeling voorhanden is. Dit is identiek aan de situatie die nu voorligt.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verklaart zich bijna altijd onbevoegd om te oordelen over het recht op een eerlijk proces in fiscale procedures.

Ook het argument dat er een gebrek is aan een effectief rechtsmiddel kan juridisch gesproken niet ernstig worden genomen. Het vernietigen van de belasting is op zich een gevolg van het feit dat er reeds een gerechtelijke procedure heeft plaatsgevonden. Hierbij werden zoals reeds gezegd alle wettelijke bepalingen gerespecteerd en zijn er geen argumenten voorhanden om te stellen dat het proces oneerlijk verlopen is. Daarenboven verklaart het EHRM zich bijna altijd onbevoegd om te oordelen over het recht op een eerlijk proces in fiscale procedures.

Men kan zich uiteraard afvragen of deze gang van zaken wenselijk is, maar juridisch gesproken zijn er geen graten in het arrest van het Grondwettelijk Hof. Een collectieve dagvaarding van de Vlaamse of de federale overheid zal dan ook weinig zoden aan de dijk brengen. Belastingbetalers zullen uiteindelijk van een kale (en mogelijk dure) reis naar het EHRM terugkomen.

Lees verder

Tijd Connect