opinie

'Kernuitstap tegen 2025 is niet realistisch'

Negen professoren energiewetenschappen van de VUB en ULB vinden het onverstandig om bestaande kerncentrales uit te schakelen alvorens alternatieven effectief elektriciteit produceren.

Dit opiniestuk wordt ondertekend door de professoren: Jacques De Ruyck (VUB), Peter Baeten (VUB), Julien Blondeau (VUB), Patrick Hendrick (VUB); Johan Deconinck (VUB), Mark Runacres (VUB), John Lataire (VUB), Pierre-Etienne Labeau (ULB), Jean-Claude Maun (ULB)

De Belgische kerncentrales produceren 50 procent van onze elektriciteit. We pleiten voor een progressieve uitschakeling van kernenergie, die gelijk oploopt met de noodzakelijke vervanging door gascentrales en een progressieve toename van hernieuwbare energie. Dit realiseren binnen de zeven jaar, zoals het Energiepact voorstelt, is een haast onmogelijke opdracht. Dat betekent hoogstwaarschijnlijk dat we de kerncentrales langer open moeten houden, wat technisch en economisch haalbaar is. In de VS is een verlenging van het openhouden van kerncentrales van veertig naar zestig jaar een wijdverspreide praktijk.

Waarom pleiten we hiervoor?

Zonder kernenergie zouden we tegen 2025 kunnen beschikken over ongeveer 24.000 megawatt aan geïnstalleerd vermogen, uit windmolens (7.000 megawatt), zonnepanelen (7.000 megawatt), bio- en afvalenergie (1.100 megawatt), pompenergie (1.900 megawatt), fossiele centrales (6.700 megawatt) en waterkracht (126 megawatt). Dit veronderstelt 1.800 megawatt extra windmolens op zee, of bijna een verdubbeling van wat gepland is. Ook op het land is tegen 2025 een verdubbeling van de productie uit windmolens nodig. Voor zonne-energie betekent dit bijkomend 13,3 miljoen panelen, op liefst 26,7 vierkante kilometer dak. Dit uitrollen in zeven jaar tijd wordt sowieso een huzarenstuk.

Dit vermogen van 24.000 megawatt is ruim meer dan het vereiste piekvermogen (ongeveer 13.000 megawatt) en het gemiddeld jaarvermogen (ongeveer 9.700 megawatt), maar zal dat volstaan?

In de VS is een verlenging van het openhouden van kerncentrales van veertig naar zestig jaar een wijdverspreide praktijk.

In België heeft hernieuwbare energie momenteel een gemiddeld aandeel van 13 procent in het jaarlijks verbruik. In een realistisch scenario zou dat zowat verdubbelen in 2025. Er blijft dus gemiddeld 75 procent over om op klassieke wijze te produceren.

Dat is echter niet de enige bekommernis. Het kernprobleem bij een volledige overstap naar alternatieve energie is de stroomvoorziening bij weinig wind en zon, de zogenaamde donkerluwte. Tijdens de erg donkere periode van 19 tot 22 december 2017 was er slechts een verwaarloosbare bijdrage - 1 tot 3 procent - van zonne- en windenergie aan de totale energieproductie. Er moet dus altijd een alternatief zijn voor nagenoeg het volledige elektriciteitsverbruik van het moment. Volgens recente studies zijn er in Europa in een jaar meerdere periodes van vijf tot tien dagen van ‘donkerluwte’.

Dit tekort wordt aangevuld door klassieke energiecentrales. In december 2017 bestond onze energie gemiddeld uit 55 procent kernenergie, 28 procent fossiele energie (vooral gas), 6,2 procent windenergie, 4,5 procent zonne-energie en 6,3 procent andere.

Opslagcapaciteit

Kunnen we wind- en zonne-energie dan niet opslaan wanneer er te veel is en weer vrijgeven bij een tekort? Huisbatterijen zouden overdag energie kunnen opslaan om die ’s nachts weer af te geven. Helaas geeft dat maar 60 tot 70 procent onafhankelijkheid. Voor volledige onafhankelijkheid moet de opgeslagen energie een seizoen kunnen overbruggen, wat niet realistisch en onrendabel is. Denk aan de amper 11,5 uur zonneschijn in december 2017.

Voor volledige onafhankelijkheid moet de opgeslagen energie een seizoen kunnen overbruggen, wat niet realistisch en onrendabel is.

Zijn grote batterijen of andere opslagsystemen dan een oplossing? Tesla heeft in Australië een batterijeenheid geplaatst van 129 megawattuur. Die levert een vermogen van 100 megawatt gedurende 1 uur en 20 minuten. Daarna moet ze herladen. Als we één week willen overbruggen, dan hebben we voor België alleen een 1.2480 keer grotere batterij nodig. Realistisch is dat niet. De batterijen van elektrische auto’s vormen evenmin een opslagsysteem. Wel kunnen ze bijdragen tot het afvlakken van pieken en dalen in stroomverbruik. Volwaardige seizoensopslag kan enkel door elektriciteit om te zetten in een brandstof: waterstof, methaan of alcohol. Daar zijn we niet klaar voor en de kosten zijn nog onzeker.

Een andere optie is een economie waarin de vraag zo veel mogelijk op het aanbod wordt afgesteld door een aangepaste prijzenpolitiek, zodat mensen pas elektriciteit gebruiken wanneer de prijs voldoende laag is. Dit vereist van de bevolking een aanpassing van leef- en werkgewoontes, zeker van sociaal zwakkeren. Is de samenleving hiertoe bereid? Technische oplossingen zoals ‘smart grids’ (die elektriciteitsverbruik slim sturen, red.) kunnen hierbij helpen, maar zijn nog niet uitgerold.

Toename CO2

Voorlopig moet klassieke energieopwekking nog altijd nagenoeg 100 procent van het vermogen kunnen opvangen.

Willen we daarbij een kernuitstap tegen 2025, dan moet er een verdubbeling komen van het vermogen dat de bestaande elektriciteitscentrales produceren. Gascentrales zijn hiervoor de belangrijkste kandidaat, omdat ze het makkelijkst een fluctuerend vermogen kunnen bijpassen. De keerzijde daarvan is meer CO2-productie. Bovenal is het erg onzeker of nieuwe gascentrales economisch rendabel zijn, omdat ze meer en meer dienen om de gaten te vullen. Gaan we dan nieuwe subsidies invoeren om donkerluwte op te vangen?

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content