opinie

Kopers en huurders hebben niks aan onbruikbaar vodje papier

Om willekeur te vermijden bij de uitreiking van het energieprestatiecertificaat (EPC), moet de geldigheidsduur van een energiescore korter worden en de controles strenger.

Door Isabelle Vermeir, woordvoerster van vastgoedgroep Century 21

De theorie achter het EPC, het document dat verkopers en verhuurders moeten voorleggen aan kandidaat-kopers of kandidaat-huurders, klinkt mooi: een getal van drie of vier cijfers dat aanduidt hoe goed de isolatie in uw nieuwe woning is en hoeveel energie u nodig hebt om het ‘s winters warm te krijgen. Op basis van een hele reeks parameters, berekend door bekwame controleurs. Hoe lager de score, hoe energiezuiniger de woning.

Kopers van een woning kunnen een van de belangrijkste beslissingen van hun leven niet baseren op een vodje papier.

Maar in de praktijk lijkt die EPC-score wel bijna op toeval te berusten: een recente test van de beroepsvereniging OVED (Overlegplatform voor Energiedeskundigen) wijst uit dat er grote verschillen zijn tussen de manieren waarop EPC-controleurs een situatie beoordelen. Dat heeft enorme afwijkingen tot gevolg. Zo was de score van een Gents appartement plots drie keer hoger dan bij een andere controleur.

©rv

Wat is nog de waarde van zo’n certificaat als de verschillen zo groot zijn? Een vodje papier met een cijfer erop, onbruikbaar voor kopers. En dat terwijl die er vaak een van de belangrijkste beslissingen van hun leven op baseren. Want hoe hoger het cijfer, hoe hoger de renovatiekosten achteraf.

Eenzelfde huis zou altijd dezelfde score moeten krijgen, onafhankelijk van wie de controle uitvoert. Nu staat de deur open voor interpretatie, en dat is problematisch. Want wat doe je met de goede band tussen EPC-controleurs en hun vaste klanten? Wie vaak een huis koopt of verkoopt, krijgt dankzij die goede band misschien een betere score.

Controles zouden die ruimte voor interpretatie al gedeeltelijk counteren, maar ook daar loopt het niet van een leien dakje. Wij zijn de grootste makelaar van het land, en nog nooit heb ik weet gehad van een controle op het EPC van een huis dat we verkochten. Misschien dat ze eens in de papieren kijken of alles juist is ingevuld, maar ter plaatse gaan checken of alle regels wel juist geïnterpreteerd zijn? Nog nooit.

Wat met de goede band tussen EPC-controleurs en hun vaste klanten? Wie vaak een huis koopt of verkoopt, krijgt dankzij die goede band misschien een betere score.

Ook verkopers zien het vaak als een vodje papier. Vaak kloppen ze bij ons aan met het EPC van toen ze het huis zelf kochten, want dat is sowieso 10 jaar geldig. ‘Zeg er maar bij dat we intussen dubbel glas en dakisolatie hebben geplaatst’, zeggen ze dan. Begrijpelijk, want het kost al snel 200 euro om zo’n controle aan te vragen. Maar bij een verkoop komt het EPC-cijfer wel online. En zou het correct moeten zijn.

We moeten dringend af van die lange geldigheidsduur. En op naar een verplichte EPC-controle voordat je je huis verkoopt, onafhankelijk van de vraag wanneer de vorige controle plaatsvond. Natuurlijk is het niet de bedoeling om de eigenaars op kosten te jagen: voer alleen de eerste keer een grote, alomvattende controle uit zoals nu. En bestel daarna specifieke controles voor de gedane verbouwingswerken: zo daalt de kost voor een geüpdatet certificaat tot bijvoorbeeld 50 euro.

De EPC-score is een uitstekende houvast voor kopers en verkopers, maar alleen als ze daar blindelings op mogen vertrouwen. Laten we daar werk van maken. Zo stimuleren we dat huiseigenaars de juiste investeringen doen en de energiescore van hun huis verbeteren. En dat komt iedereen ten goede.

Lees verder

Tijd Connect