opinie

Laten we extra kerncentrales bouwen.

Roland Duchâtelet

Zouden we niet beter kerncentrales bijbouwen? Dan houden we het deel van onze welvaart dat we nu aan onze olieleveranciers afgeven voor onszelf.

Roland Duchâtelet voorzitter Melexis

©BELGA

In 1970 was kernenergie trendy, het resultaat van innovatie die ons toeliet onze koelkasten en wasmachines goedkoop te laten draaien. Ze was een welkome vervanger van steenkool, een erg milieu- en mensonvriendelijke brandstof: denk maar aan mijnrampen zoals in Marcinelle in 1956 en aan de beelden uit de film ‘Marina’. Door haar lage prijs concurreerde kernenergie succesvol met olie uit de Arabische landen. Het geld voor de bouw van de kerncentrales bleef in België en mensen van hier kregen er werk.

Door de alarmerende voorspelling van de Club van Rome dat de wereldbevolking zo snel groeide dat er geen plaats meer zou zijn voor iedereen, ontstonden begin jaren 70 in heel Europa bewegingen tegen die groei. Bij ons was dat Agalev (Anders Gaan Leven). De terugkeer naar de natuur stond centraal. Vijftien jaar later leidde de explosie van de kerncentrale van Tsjernobyl tot de politieke doorbraak van die bewegingen, want de explosie was een schrikbarend voorbeeld van ongecontroleerde groei en de gevolgen daarvan op mens en natuur. 31 mensen lieten het leven ter plaatse, 64 stierven nadien ten gevolge van de radioactiviteit. Sindsdien zijn kerncentrales ‘rotslecht’ en wordt het gevaar niet meer vergeleken met andere gevaren. Dagelijks sterven 75 mensen op de Europese wegen en toch schaffen we die wegen niet af. We blijven zelfs de auto gebruiken om ver weg op vakantie te gaan. We vinden het nog steeds prima radioactiviteit te gebruiken voor medische onderzoeken en behandelingen. We bestralen fruit zodat het langer bewaard kan blijven. Op de plaats van de voormalige kerncentrale in Tsjernobyl is het dieren- en plantenrijk inmiddels helemaal terug.

Toen beslist werd geen nieuwe kerncentrales te bouwen en de bestaande op lange termijn te sluiten, was er geen sprake van de opwarming van de aarde. Ze sluiten hield geen rekening met een toen sterk onderschat milieuvoordeel van die kerncentrales. Ze brengen geen broeikasgassen voort in tegenstelling tot alle alternatieven die er toen waren: olie, steenkool en gas. Intussen staat het land vol met windturbines en zonnepanelen. Die produceren samen niet één tiende van de elektriciteit. De kostprijs ervan, vooral van de zonnepanelen, is véél hoger dan die van kernenergie, dat heeft de Turteltaks duidelijk gemaakt. Alles heeft zijn voor- en nadelen, dat werd in deze emotionele discussie vergeten.

Er is een andere belangrijke evolutie op komst: olieverbruikende auto’s zullen plaats ruimen voor elektrische auto’s. Gaan we dan olie gebruiken om elektriciteit te maken? Is het niet beter de olie die we kopen in het Midden-Oosten te vervangen door zelfgemaakte elektriciteit uit kerncentrales? Dat is goed voor het milieu, de tewerkstelling, de toegevoegde waarde van onze economie, onze betalingsbalans en zelfs voor de staatskas, want een kerncentrale kan wat extra belastingen verdragen. Als alle voertuigen elektrisch rijden, zal dat meer stroom vergen dan wat onze huidige kerncentrales samen vandaag leveren. De vraag naar elektriciteit zal met 50 procent stijgen. Zouden we niet beter kerncentrales bijbouwen in de plaats van ze te sluiten? Dan houden we het deel van onze welvaart dat we nu aan onze olieleveranciers afgeven voor onszelf en worden we de beste leerling van de klas in de strijd tegen de opwarming van de aarde.

Lees verder

Tijd Connect