opinie

Minister Van Overtveldt toont hoe het niet moet

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt propageert in een weekend-interview met De Tijd (7 februari) in de eerste plaats een taxshift richting btw. Ten onrechte.

Luc Nijs, bestuursvoorzitter van de investeringsmaatschappij The Talitha Group. ©rv

Het is lastig om minister van Financiën te zijn in deze tijden. Het is nog lastiger om dat te zijn indien je niet gehinderd wordt door enige vorm van kennis, of als dat althans zo lijkt. Of erger nog, als je ‘ideologie’ gaat verpakken als pseudo-intellectualisme of intellectuele oneerlijkheid. Dat lijkt Johan Van Overtveldt te overkomen als hij zich verbergt achter de OESO en het IMF om zijn punt te maken, duidelijk zonder te weten waar die gepropageerde beleidsvoorkeuren precies vandaan komen. Maar goed, als je een onderdeel bent van een regering die beweert dat er geen andere keuzes zijn en dat haar beleid de enige echte keuze is, krijg ik daar sowieso een Foucaultiaans gevoel bij.

De pogingen in de aanloop naar het begin van de taxshift-discussies in maart toont enkel de totale radeloosheid van onze bewindvoerders. Toegegeven, het is makkelijk een ideaal nieuw belastingsysteem uit te werken; het is evenwel aartsmoeilijk dat te doen op de ruïnes van een verouderd belastingsysteem. En rechtvaardigheid is een kwestie van ‘oogpunt’, dus dat laat ik hier achterwege, en dat tegen de achtergrond van de Europese analyse van het Belgische rulingbeleid.

Laten we toch even meedenken met onze bewindsman. De OESO raadt landen aan hun btw-tarieven te verhogen. Ze doet dat omdat btw als minder schadelijk wordt gezien voor de economie dan inkomstenbelastingen. De argumenten daarvoor zijn te vinden in hun - verouderde - studies, die uitgaan van ‘normale’ economische omstandigheden.

De Europese Centrale Bank liet medio vorig jaar evenwel in een studie optekenen dat een btw-verhoging nadeliger werkt voor de economie en voor de vraagzijde dan inkomstenbelastingen indien ze ingevoerd wordt onder (bijna)-recessionaire omstandigheden.

Btw-heffingen zijn ook ‘blijvend’ regressief, en raken dus de middenmoot het meest. De mening van Van Overtveldt dat de ‘betere klasse’ toch blijft consumeren en mee bijdraagt, negeert het feit dat grote aankopen door die klasse vaak al via btw-plichtige vennootschappen gebeuren en dus niets opleveren.

Kapitaal vlucht als het niet degelijk kan functioneren en geen redelijke rendementen kan halen. En dat wordt door veel meer bepaald dan door louter een directe ‘kapitaalheffing’.

Verder heeft een btw-verhoging als nadeel dat de prijsverhoging zal leiden tot scherpere individuele of collectieve loononderhandelingen en zo een inflatieverhoging in de hand werkt. Technisch correct zou je een corresponderende verlaging van de inkomstenbelastingen moeten toekennen aan die mensen die de hogere btw-bijdragen betalen, alleen maar om neutraal uit te pakken en de reële lonen op niveau te houden. Hogere salarissen zullen dan worden gecompenseerd door een hoger aanbod van arbeid. En dan hebben we het nog niet eens over de beoogde lagere werkloosheidsgraad via lagere inkomstenbelastingen. Daar is meer voor nodig, zodanig veel meer dat men economisch is gaan twijfelen aan dat principe van ‘lagere inkomstenbelastingen leiden tot meer werkgelegenheid’.

Milieuheffingen zijn net zoals btw regressief - ze herverdelen vaak van arm naar rijk - maar enkel in de beginjaren en ze zijn economisch niet zo schadelijk als inkomstenbelastingen of btw-heffingen. Milieuheffingen hebben inderdaad tot doel hun eigen belastingobject op te heffen, zoals de minister zegt; Dus droogt de inkomstenstroom uiteindelijk op. Vandaar dat vooraanstaande economen zoals Greg Mankiw en Robert Frank pleiten voor een ‘portefeuille’ van verschillende zogenaamde externaliteitsneutraliserende belastingen zoals milieuheffingen, om dat specifieke probleem op te vangen en de overheid een stabiele bron van inkomsten te verschaffen. Als je een portefeuille hebt van meerdere heffingen die externaliteiten neutraliseren - maar elk op hun eigen ritme - krijg je op portefeuillebasis een stabielere inkomstenstroom dan met individuele milieuheffingen. Liefst zitten in die portefeuille ook andere soorten heffingen die externaliteiten opheffen, maar ook milieuheffingen doen de inkomstenstroom niet tegen hetzelfde ritme opdrogen, en de snelheid waarmee dat gebeurt is overroepen.

Ondernemend kapitaal

Van Overtveldt maakt zich schuldig aan het meehuilgedrag van de blinde wolven die nog altijd geloven dat kapitaal vlucht als je het belast. Kapitaal vlucht als het niet degelijk kan functioneren en geen redelijke rendementen kan halen. En dat wordt door veel meer bepaald dan louter een directe ‘kapitaalheffing’.

We moeten trouwens een onderscheid maken tussen ‘ondernemend’ kapitaal en ‘portfolio’-kapitaal. Het eerste voegt waarde toe (en jobs), het tweede niet al te veel, buiten het privaat gewin. De wetgever zou dus de eerste categorie makkelijk kunnen vrijstellen van een kapitaalheffing.

Onze ‘taxshift’ had, dacht ik, als bedoeling de belastingdruk evenwichtiger te verdelen tussen de eigenaren van de verschillende productiefactoren en zo bij te dragen aan een rechtvaardiger belastingsys- teem. Van arbeid naar kapitaal dus. Niet van arbeid naar arbeid, zoals een btw-shift zal realiseren.

Onze ‘taxshift’ had, dacht ik, als bedoeling de belastingdruk evenwichtiger te verdelen tussen de eigenaren van de verschillende productiefactoren en zo bij te dragen aan een rechtvaardiger belastingsys- teem. Van arbeid naar kapitaal dus. Niet van arbeid naar arbeid, zoals een btw-shift zal realiseren.

Dat zou even betekenisloos als destructief zijn zoals de maatregel van ECB-voorzitter Draghi, die kwantitatieve verruiming toepast om deflatoire neigingen af te wenden, terwijl de kerninflatie net onder 1,5 procent ligt en dus prima op koers is. Wouter Beke (CD&V) gaat er dan wel van uit dat ze in Frankfurt weten wat ze doen toen hij Johan Van Overtveldt onlangs daaromtrent terugfloot, maar dat is verre van duidelijk of aantoonbaar.

Pseudo-intellectualisme, het sloganeske ter vervanging van de ‘degelijk geïnformeerde efficiënte beleidsmaker’ neemt verontrustende proporties aan in ons politieke en bij uitbreiding technocratische weefsel. Beide elites spelen nochtans al een tijdje in blessuretijd, nu de schuldgedreven groei de pijn van het democratisch failliet van ons politieke systeem niet meer kan verdoven.

Lees verder

Gesponsorde inhoud