opinie

Nooit nog een nieuwe Bill en Melinda Gates?

Een bedrijfscode die liefdesrelaties met wederzijdse toestemming op het werk kortweg verbiedt, lijkt afbreuk te doen aan een fundamenteel mensenrecht. Het is maar de vraag of zo’n code juridisch afdwingbaar is.

Door Cecilia Lahaye, advocaat bij Bird & Bird Brussel

De CEO van McDonald’s moet opstappen omdat hij een relatie met een personeelslid heeft. Voor alle duidelijkheid: het gaat om een liefdesrelatie met wederzijdse toestemming. Die heeft dus niets te maken met MeToo. Toch ging Steve Easterbrook door het stof. Hij gaf wereldwijd toe dat de relatie ‘fout’ was en aanvaardde zijn ontslag door de raad van bestuur.

©Bird & Bird

Vanuit compliancehoek wordt dat blijkbaar toegejuicht als de juiste aanpak. De redenering gaat zo: als zwart op wit in de bedrijfscode staat dat liefdesrelaties tussen personeelsleden verboden zijn, moet je je daaraan houden. Vooral van een CEO mag je verwachten dat hij het voorbeeld geeft. Easterbrook ging dus manifest in de fout. Zeker in MeTootijden kan een bedrijf zich op dat vlak geen reputatieschade permitteren.

Maar is dat wel zo? Wat met het fundamenteel grondrecht van artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens: het recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie en gezinsleven? Dat recht op een privéleven bestaat onmiskenbaar ook op de werkplaats, zoals het hof in Straatsburg al herhaaldelijk bevestigde, hoewel het vaak op gespannen voet staat met het recht van de werkgever om controle uit te oefenen op zijn werknemer.

De heisa om de relatie van de McDonald’s-CEO met een collega lijkt het zoveelste voorbeeld van hoe overtrokken het bedrijfsleven op de MeToo beweging reageert.

Mag een onderneming om haar bedrijfsbelangen te beschermen ingrijpen in het fundamenteel recht van elk individu om zijn levenslot te verbinden aan dat van een persoon die hij toevallig heeft ontmoet op de arbeidsplaats? Die vraag is nog prangender nu anno 2019 de grenzen tussen leven en werken steeds meer vervagen.

In realtime

De werkplek is de plaats waar mensen het meest ‘in realtime’, buiten de sociale media, met elkaar interageren. In een context van teamwerk, kantoorlunches en sportdagen wordt het onvermijdelijk dat sociaal contact met collega’s ‘de vonk kan doen overslaan’. De Franse wiskundige Blaise Pascal wist het al: ‘Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point’. Dat maakt ons nu eenmaal tot mensen van vlees en bloed - en geen robots.

Wat is in godsnaam ‘fout’ aan Bill en Melinda Gates, die elkaar op de werkplek leerden kennen? Als briljante en gedreven wetenschappers brachten ze het meeste van hun tijd daar door en dus hadden ze daar het meeste kans om een levenspartner te vinden. Een bedrijfscode die consensuele liefdesrelaties op het werk kortweg verbiedt, lijkt me afbreuk te doen aan een fundamenteel mensenrecht en daarom niet juridisch afdwingbaar te zijn.

Uiteraard moeten er regels zijn over de omgang met mogelijke belangenconflicten, bijvoorbeeld om favoritisme bij promoties te verhinderen

Daarmee is vanzelfsprekend niet gezegd dat op de werkplek alles moet kunnen. Uiteraard blijft seksueel ongewenst gedrag uit den boze en moeten er regels zijn over de omgang met mogelijke belangenconflicten, bijvoorbeeld om favoritisme bij promoties te verhinderen. Maar dat is niet onoverkomelijk.

Als de verliefde CEO voor het overige niets te verwijten valt en hij zijn werk correct uitvoert, zie ik niet hoe zijn consensuele privérelatie hem ‘ongeschikt’ maakt voor het overeengekomen werk.

Gedumpt

Uiteraard moet hij zich terugtrekken als over de bonus van zijn geliefde wordt beslist. En ja, het gevaar bestaat dat een relatie op het werk spaak loopt en een ‘gedumpte partner’ nadien wraak wil nemen op het bedrijf door confidentiële informatie te lekken. Maar dat zal ook een absoluut en al te verregaand verbod op liefdesrelaties op het werk niet voorkomen. Er zijn andere probate en proportionele middelen om dat doel te bereiken, zoals een geldige confidentialiteitsclausule.

Hoe zal het Easterbrook-verhaal aflopen? Om hem hoeven we ons zeker niet te veel zorgen te maken. Zijn publieke knieval is allicht een pasmunt in de onderhandelingen over zijn vertrekpakket (en ook dat van zijn geliefde?). De mediastorm zal snel overwaaien, de geldigheid van het betrokken bedrijfspolicy werd niet in vraag gesteld en de ‘partners in love/crime’ zullen netjes worden uitbetaald.

In België zou zo’n benadering - alle policy’s ten spijt - toch vragen doen rijzen over de kennelijke (on)redelijkheid van het ontslag en zou een zware fout op die grond alleen allicht de gerechtelijke toets niet doorstaan.

De hele zaak lijkt me daarom het zoveelste voorbeeld van hoe overtrokken en verkrampt het bedrijfsleven op de MeToobeweging reageert en op het onvermijdelijke en universeel menselijke fenomeen van consensuele liefdesrelaties op het werk.

Lees verder

Tijd Connect