opinie

Opstaan uit de ruïne

Dertig jaar na de val van de Muur bekijkt Carsten Brzeski, hoofdeconoom van ING Duitsland en opgegroeid in West-Berlijn, hoe Oost-Duitsland ervoor staat.

Als kind was de DDR voor mij een vreemd land. Een vijand zelfs. Geboren en opgegroeid in West-Berlijn associeerde ik de DDR vooral met lange rijen aan de grens telkens als wij naar West-Duitsland - ja, Berlijners noemden het West-Duitsland - met vakantie wilden. De grenssoldaten leken plezier te beleven aan uitgebreide onderzoeken en wanhopige gezinnen met angstige kinderen.

De DDR was ook het jaarlijkse schooluitje naar Oost-Berlijn, waar het stonk naar bruinkool en waar we verplicht waren 25 D-Mark om te wisselen in 25 Oost-Mark. En waar we vlak voor de terugreis ‘broiler’, gegrilde kip, en briefpapier gingen kopen om het geld op te maken.

De legendarische persconferentie van Günter Schabowski op 9 november 1989

De DDR waren ook de grensboeien halfweg het meer, de Wannsee, het water waarop ik roeide. Aan de westerse kant mocht iedereen, aan de oosterse kant niemand. De DDR-grensboten vonden het vaak leuk met volle vaart hoge golven te maken, gewoon om de smalle westerse roeiboten uit balans te brengen.

Kortom, de DDR was een beetje eng, een beetje de vijand en het volledig onbekende. En in het Berlijn waar ik opgroeide, was ze overal om me heen.

Zo was het op de avond van 9 november vooral mijn nieuwsgierigheid en zeker geen historisch besef, die de oren deed spitsen toen op de radio weerklonk dat er reisvrijheid voor alle DDR-burgers was afgekondigd. Per direct. Ik zat in mijn laatste schooljaar en moest eigenlijk leren, maar ik was niet bij de radio weg te slaan.

Als kind was de DDR voor mij een beetje de vijand. De grenssoldaten leken plezier te beleven aan wanhopige gezinnen met angstige kinderen

Het was fascinerend. Midden in de nacht gingen de grenzen open. In de ochtenduren van 10 november stond ik op de Muur voor de Brandenburger Tor. Nog altijd krijg ik kippenvel en soms tranen in de ogen als ik aan dat moment denk. Het inmiddels gekende historische besef verdiept de herinnering.

Terwijl in de dagen, weken en maanden na 9 november het aanvoelde alsof de hele DDR naar het Westen kwam, en Oost-Duitsers zich vergaapten aan de winkels en het chique KaDeWe, het Kaufhaus des Westens. Toen de straten van Berlijn volgeparkeerd waren met achtergelaten Trabbi’s, onbekende mensen elkaar om de nek vlogen en de banaan het symbool van de Wiedervereinigung werd, ging ik in Oost-Berlijn op ontdekkingstocht.

Als West-Berlijner zag ik het verschil met Oost-Berlijn natuurlijk dagelijks. Maar na de val van de Muur werden de verschillen tussen beide landen, en de gevolgen van een ander politiek systeem en andere economie pas echt duidelijk. Misschien heeft het kunnen vergelijken tussen systemen mijn interesse voor economie wel gewekt. Tenslotte gaat economie over de verdeling van schaarste.

Niet-gedicht gat

‘Auferstanden aus Ruinen und der Zukunft zugewandt.’ Zo begon het volkslied van de DDR. In 1989 en 1990 stond het enerzijds voor het verleden, en anderzijds voor het succes van de stille revolutie en de kracht van de Oost-Duitse bevolking om geschiedenis te schrijven. Onbewust stond het lied ook voor de toekomst van de Oost-Duitse economie. Voordat de door kanselier Helmut Kohl beloofde bloeiende landschappen konden ontstaan, moest Oost-Duitsland echt herrijzen. Uit ruïnes.

Het land was in 1989 economisch en financieel bankroet. Veel productiecapaciteit was hopeloos verouderd en DDR-producten maakten op de wereldmarkt geen kans. Oost-Duitse bedrijven werden overgenomen door West-Duitse, of onmiddellijk geliquideerd. Administraties moesten worden opgebouwd en soms ontmanteld. Het (zelf)onderzoek over het Stasi-verleden begon, en veel mensen vertrokken richting Westen en nog verder.

Zoals vaak in tijden van crisis werden ook toen (economische) fouten gemaakt. Deels door het gebrek aan economisch inzicht, deels omdat de politieke en historische aspecten een hogere prioriteit hadden dan de economische.

Op die fouten ga ik hier niet in. Vandaag is niet het moment. Het doel is eerder een momentopname te maken van hoe Oost-Duitsland ervoor staat, dertig jaar na de openstelling van de Berlijnse Muur. Opvallend is dat Oost-Duitsland op alle gebieden grote vooruitgang heeft geboekt, maar dat het gat met West-Duitsland nog niet helemaal is gedicht.

De blijvende structurele verschillen zijn het best te zien in het feit dat de productiviteit in Oost-Duitsland nog zo'n procent onder het West-Duitse niveau ligt.
-20%
procent

Kijken we even naar de harde feiten. Omdat er weinig tot geen echt betrouwbare en ook nog vergelijkbare economische cijfers voor de DDR voor de periode van voor 1989 zijn, begint de macro-economische jaartelling eigenlijk pas in het jaar 1991. Toen was het bruto binnenlands product per hoofd in Oost-Duitsland minder dan de helft van het niveau in West-Duitsland. Vorig jaar lag het met 75 procent op het gemiddelde niveau van de Europese Unie.

Anderzijds steeg tussen 1991 en 2005 de werkloosheid in Oost-Duitsland tot bijna 20 procent, het dubbele van het West-Duitse niveau. Inmiddels is de werkloosheid gedaald naar 6 procent, tegenover 4,6 procent in West-Duitsland. De lage werkloosheid is deels ook het gevolg van een braindrain. Sinds 1990 hebben meer dan 1 miljoen mensen de Oost-Duitse deelstaten verlaten.

Het grootste probleem, dat van blijvende structurele verschillen, is het best te zien in het feit dat de productiviteit in Oost-Duitsland nog zo’n 20 procent onder het West-Duitse niveau ligt.

©Sofie Van Hoof

Het grootste inhaalproces in de Oost-Duitse economie vond plaats in de jaren negentig en was te danken aan enorme investeringen. In de jaren 2000, met de algemene economische crisis in Duitsland, stagneerde het proces. De jongste jaren is er verbetering te zien.

Een belangrijke reden voor de blijvende verschillen is dat Oost-Duitsland meer een landelijke (rurale) economie is, terwijl het westen profiteert van grote en uitgegroeide stedelijke centra. In West-Duitsland werken meer mensen bij grotere bedrijven, in Oost-Duitsland meer bij kleinere bedrijven.

Bloeiende eilanden

Het stagnerende inhaalproces is een verklaring voor de stijgende frustratie bij de Oost-Duitsers. Volgens een recente opiniepeiling vindt maar 38 procent van hen de hereniging succesvol. Bijna 60 procent zegt zich een tweederangsburger te voelen. In alle vijf Oost-Duitse deelstaten is AfD de op een na grootste partij. Dit jaar haalde ze bij drie verkiezingen telkens rond 25 procent van de stemmen.

Zijn het echt alleen de economische verschillen die het fenomeen AfD verklaren? Eigenlijk wel, zeker als je ook naar structurele economische veranderingen kijkt. De structuren zijn veranderd. Veel Oost-Duitsers lijden onder een economisch identiteitsverlies. Veel grote DDR-bedrijven en merken gingen na 1989 bankroet of werden door West-Duitsers overgenomen. Behalve Angela Merkel zijn er weinig tot geen toppolitici uit Oost-Duitsland en zitten amper Oost-Duitsers in het bestuur van de grote Duitse bedrijven.

Als ‘wat samen hoort’ (dixit Willy Brandt) na dertig jaar en enorme geldtransfers nog altijd niet volledig is samengegroeid, kan Oost-Duitsland dan ooit op het economisch niveau van West-Duitsland komen?

Als ‘wat samen hoort’ (dixit Willy Brandt) na dertig jaar en enorme geldtransfers nog altijd niet volledig is samengegroeid, kan Oost-Duitsland dan ooit op het economisch niveau van West-Duitsland komen? Of moeten Oost-Duitsers aanvaarden dat elk land zijn rijkere en minder rijke regio’s heeft?

Het blijft een lastige vraag. Mensen hebben een vrije keuze in wonen en werken. Het landelijkere karakter van Oost-Duitsland maakt het moeilijk economisch succes in de breedte te boeken. Oost-Duitsland moet het dus hebben van steden als Leipzig, Dresden of Potsdam, met innovatieve start-ups, goede universiteiten en succesvolle bedrijven.

Als de politiek, de zakenwereld en (jonge) burgers die trend ondersteunen, wordt Oost-Duitsland misschien geen bloeiend landschap maar zeker een zee met bloeiende eilanden.

Lees verder

Tijd Connect