opinie

Pensioen met punten mag ons niet in avontuur storten

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) ©BELGA

Het Nationaal Pensioencomité is eindelijk begonnen aan een grondige analyse van het voorstel om voor de pensioenen een puntenstelsel in te voeren. En dat is nodig, gezien de grote uitdagingen. De vraag is of een puntenstelsel zal helpen. Gaat het echt om een nieuw sociaal contract of storten we ons in een onzeker avontuur? Hierover moet snel meer duidelijkheid komen.

Door Caroline Deiteren, hoofd van de sociale cel binnen de Unizo-studiedienst

Ondanks de maatregelen die de regeringen-Di Rupo en -Michel reeds doorvoerden is de impact van de vergrijzing al ten volle voelbaar. In 2007 werd 8,6% van het bbp aan pensioenen besteed. Dit jaar is dat al 10,2% van het bbp, ofwel 44,2 miljard euro. Tegen 2040 zullen de pensioenuitgaven 12,7% van het bbp bedragen. Dit betekent dat we tegen 2040 omgerekend in euro’s van vandaag 10 miljard euro extra moeten vinden om de lopende pensioenen te betalen. Deze immense oefening moet gebeuren in een context van budgettaire krapte.

Tegelijk moeten we op korte termijn werk maken van een verdere harmonisering van de pensioenen van zelfstandigen, werknemers en ambtenaren. Het gemiddeld pensioen van een zelfstandige bedroeg 857 euro per maand in 2016. De gemiddelde werknemer kon rekenen op zo’n 1.200 euro en een ambtenaar op een fabelachtige 2.600 euro. Deze verschillen zijn niet langer houdbaar. Het schrikt aspirant-ondernemers af om de stap te zetten naar het zelfstandigenstatuut.

Als het puntenstelsel de mogelijkheid biedt om deze uitdagingen aan te pakken, is dit interessant. Zo kunnen we incentives inbouwen om langer te werken, via de invoering van een referentieloopbaan en/of een bonus-malussysteem. Door de waarde van punten gelijk te trekken over de verschillende stelsels heen kunnen we de discriminatie van zelfstandigen wegwerken.

©rv

Tegelijk moeten we ons er bewust van zijn dat we deze maatregelen eigenlijk ook zonder het puntenstelsel kunnen nemen én dat het puntenstelsel enkele effecten met zich meebrengt die we nu niet kunnen inschatten. En dat moet snel in kaart worden gebracht want we kunnen ons geen avonturen veroorloven.

Inkomen

Een belangrijk verschil tussen het puntenstelsel en het huidig systeem is dat het inkomen waarop de pensioenberekening steunt enkel geïndexeerd wordt, terwijl een puntenstelsel een volledige herwaardering voorziet. Een inkomen van 30 jaar geleden zou voor de berekening van het pensioen dus niet enkel aangepast worden aan de inflatie maar ook aan de reële loonstijging sindsdien.

Mocht je de herwaardering zo doorvoeren dan stijgen de pensioenuitgaven plots enorm. Daarom moet je andere parameters aan de pensioenformule aanpassen om dit effect te neutraliseren, maar dit geeft geen garantie.

Recent berekende het Planbureau dat de opgebouwde pensioenrechten van de toekomstige gepensioneerden (werknemers en zelfstandigen) in 2015 in totaal 483 miljard euro bedroegen. Vandaag evolueren deze pensioenrechten enkel mee met de inflatie. Stel dat die inflatie in een jaar X 2% zou bedragen, dan zou het bedrag van 483 miljard daardoor naar 493 miljard evolueren.

Stel dat het gemiddelde inkomen in het jaar X met 1% zou stijgen, dan zou dit in een puntenstelsel betekenen dat de volledige pensioenlast van de toekomstige gepensioneerden niet tot 493 miljard stijgt maar tot 498 miljard. Na enkele jaren zit je met een miljardenvermeerdering van de pensioenlast als gevolg van de invoering van de herwaardering. Dit moeten we natuurlijk vermijden.

Verschuivingen

Een ander element dat we goed moeten bekijken zijn de mogelijke verschuivingen op individueel niveau. Sommige mensen zullen als gevolg van de invoering van het puntenstelsel in het overgangsjaar reeds opgebouwde pensioenrechten verliezen. Anderen zullen winnen.

Als deze verschuivingen niet het gevolg zijn van noodzakelijke hervormingen (bijvoorbeeld gewerkte periodes beter waarderen dan niet gewerkte periodes, of langer werken aanmoedigen), maar omwille van abstracte redenen (bijvoorbeeld compensatie voor vroege loopbaanjaren van anderen), dan is het zeer moeilijk om dit uit te leggen. Wie in het overgangsjaar pensioenrechten verloren ziet gaan, dreigt zijn vertrouwen in het pensioenstelsel te verliezen.

Pensioenhervormingen zijn absoluut nodig, en op korte termijn. We moeten daarbij focussen op de essentie: de vele verschillen tussen zelfstandigen, werknemers en ambtenaren wegwerken, het moment van pensionering uitstellen en effectief gewerkte periodes beter waarderen tegenover niet-gewerkte periodes.

Als het puntenstelsel ons daarbij helpt, kan dit meegenomen worden in de discussie. Maar als het de problemen groter maakt, moeten we onze energie er niet aan verspillen. Die analyse moet nu snel worden gemaakt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content