opinie

Politiek Europa draagt in fiscale concurrentie verpletterende verantwoordelijkheid

Een grote fiscale harmonisatie in de EU slaagt maar als er ook budgettaire solidariteit tussen grote en kleine lidstaten komt. Dames en heren Europese politici, stop met uw kritiek op de bedrijfswereld en laat eindelijk eens het gemeenschappelijke Europese belang primeren op uw nationale belangen.

Door Luc De Broe, hoogleraar Fiscaal Recht KULeuven

De verontwaardiging naar aanleiding van de recente onthullingen over de internationale belastingontwijking door multinationale bedrijven - buitenlandse en Belgische - is groot, zowel bij de burger als bij politici. De verontwaardiging van de burger is begrijpelijk. In tijden van aanhoudende economische crisis worden van hem financiële offers gevraagd door onder meer belastingverhogingen, terwijl multinationale ondernemingen nauwelijks belastingen blijken te betalen in de landen waar zij hun winsten realizeren en die winsten via Luxemburg of andere landen wegsluizen, vaak naar belastingparadijzen.

©RV DOC

De burger moet echter zijn verontwaardiging niet tegen de multinationale ondernemingen uiten, maar tegen de politieke wereld. Die heeft de wetgevingen ingevoerd waarvan de multinationale ondernemingen gebruik maken, en die heeft nagelaten op te treden tegen de schadelijke belastingconcurrentie van bepaalde landen.

Multinationale ondernemingen zijn opgericht met het specifieke doel om winst te maken en hun aandeelhouders een maximale return op hun investering te bezorgen. Belastingen zijn een kostenfactor zoals een ander en deze bedrijven zullen die proberen te beperken met de wettelijke middelen die voorhanden zijn. Vele van de verontwaardigde burgers zijn vaak, zonder dat ze het weten, via hun beleggingen in fondsen aandeelhouders van deze multinationals en pikken hun graantje mee van deze winstmaximalisatie.

LuxLeaks toont dat Luxemburg zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan schadelijke belastingconcurrentie. Dat binnen de EU tegen deze praktijken nooit is opgetreden is onbegrijpelijk.
Luc De Broe

De verontwaardiging van politici en uitlatingen dat multinationals diefstal plegen of immoreel handelen zijn daarentegen misplaatst. De politieke wereld draagt een verpletterende verantwoordelijkheid. Men kan de ondernemingen moeilijk onwettelijk gedrag verwijten wanneer ze hun doel verwezenlijken door gebruik te maken van wettelijk voorziene mogelijkheden, inclusief het verkrijgen van duidelijkheid over het bedrag van hun winst via een voorafgaandelijke ruling met de fiscus.

De interne markt die de EU heeft gecreëerd steunt precies op de gedachte dat economische spelers hun economische vrijheden zodanig moeten kunnen uitoefenen dat ze optimaal genieten van de voordelen die de wetgeving van andere lidstaten - óók de fiscale wetgeving - hen biedt. Kleine economieën zoals België, Nederland, Zwitserland en Ierland hebben een schaalhandicap tegenover grote economieën en dat speelt hen parten bij het aantrekken van investeringen.

Ingebakken

Door in hun wetgeving fiscale prikkels te voorzien om buitenlandse investeerders aan te trekken proberen deze kleinere landen het level playing field te herstellen. De notionele interestaftrek, de excess profit-rulings en het patent box-regime zijn bedoeld om buitenlandse investeringen naar België te lokken of om te vermijden dat Belgische bedrijven delocaliseren.

Met dergelijke fiscale concurrentie is er in se niets verkeerd. Ze zit ingebakken in het EU-model, ze herstelt de competitiviteit tussen kleine en grote economieën en ze houdt de landen budgettair scherp omwille van de schaarste van hun fiscale opbrengsten.

Fiscale concurrentie wordt problematisch als ze schadelijk wordt. Op internationaal vlak (OESO en EU) zijn er regels om te bepalen wanneer dat het geval is.
Luc De Broe

Fiscale concurrentie wordt problematisch als ze schadelijk wordt. Op internationaal vlak (OESO en EU) zijn er regels om te bepalen wanneer dat het geval is. Zo maken landen die toelaten de belastbare grondslag of het tarief met de fiscus te onderhandelen, die het zogenaamde ‘arm’s length’-beginsel (d.w.z. de prijs die onafhankelijke partijen zouden betalen voor soortgelijke verrichtingen) niet respecteren, landen waar een rulingpraktijk bestaat zonder wettelijke verankering, zich schuldig aan schadelijke belastingconcurrentie.

LuxLeaks toont duidelijk dat Luxemburg zich daaraan jarenlang schuldig heeft gemaakt. Dat binnen de EU tegen deze praktijken nooit is opgetreden is onbegrijpelijk. Al even onbegrijpelijk is dat de EU er nooit in geslaagd is om een uniforme bronbelasting in te voeren aan zijn buitengrenzen. Dat heeft nu tot gevolg dat de winsten van Europese bedrijven onder de vorm van dividenden, interesten en royalties via een aantal landen (bijvoorbeeld Luxemburg en Nederland) zonder belasting wegvloeien uit de EU, zelfs naar belastingparadijzen.

We hebben het keerpunt bereikt. Dames en heren Europese politici, stop met uw kritiek op de bedrijfswereld en doe wat zich opdringt. Laat eindelijk eens het gemeenschappelijke Europese belang primeren op uw nationale belangen.

Maak een einde aan de schadelijke belastingpraktijken, harmoniseer en consolideer de belastbare grondslag van de Europese bedrijven zodat bedrijven geen winst meer kunnen verschuiven.

Voer in de vennootschapsbelasting een minimumtarief in waaronder de lidstaten niet mogen zakken en voer een uniforme EU-bronheffing in wanneer winsten de EU verlaten.

Brief

Een deel van de oplossing ligt al meer dan 3 jaar op tafel, met name de Europese ontwerp Richtlijn voor de Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB). Waarom wordt deze niet goedgekeurd en waarom wordt er geen gewag van gemaakt in de brief van 28 november waarin de ministers van Financiën van Duitsland, Frankrijk en Italië bij EU-Commissaris Moscovici aandringen op snelle maatregelen?

De verontwaardiging van politici en uitlatingen dat multinationals diefstal plegen of immoreel handelen zijn misplaatst.
Luc De Broe

Juist: omwille van de politieke aversie van de kleinere lidstaten. De houding van deze landen is begrijpelijk: onder de CCCTB zijn ze hun fiscaal beleidsinstrument kwijt. Deze grote fiscale harmonisatie zal dus maar slagen als ze gepaard gaat met de invoering van budgettaire solidariteit tussen de grote en kleine EU-lidstaten. Anders blijven de kleine economieën aansprakelijk voor hun begroting zonder over een fiscaal beleidsinstrument te beschikken om een gunstig investeringsklimaat, werkgelegenheid en welvaart te scheppen.

De Europese politieke wereld staat dus voor een grote uitdaging. Maar dit voorstel lijkt me efficiënter dan de waslijst nieuwe fiscale regels die de OESO en de drie genoemde ministers voorstellen (inclusief het spontaan communiceren van rulings tussen fiscale autoriteiten in de lidstaten). Die massa nieuwe regels zullen de al zo ingewikkelde internationale fiscaliteit alleen maar complexer maken - op het risico af dat de fiscale autoriteiten ze niet meer kunnen toepassen - en de compliance kosten voor de ondernemingen de hoogte injagen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud