opinie

Stabiliteitspact farma bekroont twaalf jaar vallen en opstaan

Het stabiliteitspact dat minister Maggie De Block heeft afgesloten met de farmaceutische sector vertaalt een correcte werkrelatie tussen overheid en de private sector. Immers, de farmasector is afhankelijk van de overheid in het kader van de ziekteverzekering, en volksgezondheidsbeleid vergt een goed functionerende farmaceutische sector. Continuïteit en progressie in een werkrelatie die evolueerde van turbulent naar evenwichtig.

Door Leo Neels, voorzitter Advisory Board Vlerick Healthcare Management Centre, oud-CEO pharma.be (2003-2013) en auteur van 'België, Fantastisch Farmaland' (Lannoo Campus, 2013)

Overheden staan voor de uitdaging van goed bestuur in moeilijke budgettaire omstandigheden; de farmaceutische sector moet kunnen vooruitzien op lange termijn. Beide hebben behoefte aan een zekere mate van stabiliteit, omdat goed bestuur enerzijds en marktbevoorrading en ondernemen anderzijds afhankelijk zijn van voorzienbaarheid en betrouwbaarheid.

Minister De Block combineert fors patiënt-georiënteerd geneesmiddelenbeleid met deugdelijk bestuur en kenniseconomie

Minister Frank Vandenbroucke legde in 2001 de grondslag voor structureel overleg met de innovatieve farmasector. Hij nam ook een delegatie van pharma.be - toen nog AVGI - op in de Commissie voor Terugbetaling van Geneesmiddelen. Rudy Demotte startte toen hij in 2003 overnam met een oppositionele attitude jegens de farmasector, maar gaandeweg werd ook meer en meer overlegd en vanaf 2004 konden akkoorden gesloten worden. Eén daarvan verbeterde het budgetteringsproces van het geneesmiddelenbudget en corrigeerde de structurele onderbudgettering; het initieerde ook een dynamische post-octrooimarkt mét de originele en generische bedrijven.

Ook Laurette Onkelinx, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 2007 tot 2014, koos aanvankelijk eerder voor de forse uitoefening van haar bevoegdheden zonder al te veel overleg; tegen het einde van de regeerperiode kon, in oktober 2012, toch een kaderovereenkomst ondertekend worden waarvan de eerste ontwerptekst haar was voorgelegd bij haar aantreden in 2007.  Dit akkoord bevatte werkafspraken die getuigden van begrip voor elkaars verantwoordelijkheden en beperkingen. Minister De Block zet deze lijn verder, maar dit stabiliteitspact gaat veel verder.

Lange duur

Het is een overeenkomst voor de legislatuur, tot 2018: de lange duur is op zich al opmerkelijk. Het pact vertrekt van het economisch belang van de innovatieve investerende farmasector: 35.000 directe jobs, 11,2% van de export, 170.000 patiënten die jaarlijks bij klinische proeven versneld toegang hebben tot de nieuwste geneesmiddelen in ontwikkeling, en het belang van die klinische studies voor onze academische wereldtoppers en voor de inkomsten van hun ziekenhuizen. Het pact wordt - en dit is nieuw - ook gesloten met de generische sector, van belang in de daling van de prijs van geneesmiddelen na octrooiverval; één van de oogmerken is trouwens om de concurrentie en prijsdaling na octrooiverval uit te diepen.

©BELGA

Dat brengt ons meteen bij één van de belangrijkste elementen: in de toekomst zal het generisch geneesmiddel op de markt moeten komen met een prijsverschil van 54 of 61% ten opzichte van zijn origineel; de graduele prijsdalingen die golden worden gebundeld in één forse prijsdaling. Ook de originelen die op de markt blijven na octrooiverval, zullen méér in prijs moeten dalen dan voorheen. Voordien leek de innovatieve sector méér belang te hechten aan tragere prijserosie na octrooiverval; het wijst ook op de meer mature aard van de post-octrooimarkt op zich. 

Meest opvallend zijn de afspraken over een toegelaten groeipad van het budget tot 2018, en de bijhorende besparingen voor de sector. De groeinorm voor de ziekteverzekering is 1,5%, voor het geneesmiddelenbudget zal de toegelaten groei gemiddeld 0,5% per jaar zijn; dat is maar 61 miljoen euro groei, tot 2018, op een budget van meer dan 4 miljard. Om dat te halen, zijn ten opzichte van de berekende uitgaventrend besparingen nodig in het geneesmiddelenbudget die tot 230 mio euro zullen gaan. De farmasector groeit vandaag trager dan vele andere zorgkosten, en zal blijven bijdragen tot hùn groei. De cijfers gelden voorlopig, in de mate dat het begrotingsbeleid van de regering zal toelaten ze te respecteren; aan regeringszijde is dit, uiteraard, een inspannings- en geen resultaatsverbintenis.

Nieuwe geneesmiddelen

Tenslotte zal men de toegang tot nieuwe geneesmiddelen verbeteren. De partijen bij het pact realiseren zich dat Belgische patiënten vandaag geen toegang hebben tot heel wat innovaties of indicaties die in het buitenland wel terugbetaalbaar zijn. Dat zal worden onderzocht, en een lange lijst van suggesties en voorstellen tot verbetering van de werking van de Commissie voor Tegemoetkoming van Geneesmiddelen zal geïmplementeerd worden, er zal meer internationale benchmarking of samenwerking zijn, ook een nieuw accent.

Het pact benoemt ook enkele bijzondere vraagstukken, zoals onbeschikbaarheid van geneesmiddelen, de prijsvorming of mogelijk misbruik van het statuut van weesgeneesmiddel, om er werk van te maken. En het belooft te streven naar optimaal data-gebruik en data-uitwisseling, zoals gekend dé grondslag voor het boeken van efficiëntiewinsten in de gehele zorgsector.

Last but not least wordt het sedert 2005 gebruikelijk jaarlijks topoverleg op het niveau van de premier, de minister van Financiën en de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bevestigd, en zal een studie naar een tax shelter voor farmabio-starters en vroege ontwikkelingstrajecten van geneesmiddelen worden onderzocht.

Hiermee bouwen minister De Block en de farmaceutische sector resoluut voort aan een correcte werkrelatie ten bate van patiënten en jobs. Dat was de oproep van de Europese Ministerraad in september 2003, die met name op de beslissende rol van de farmasector wees in de kenniseconomie. Europees is die agenda op de achtergrond geraakt.

Minister De Block is resoluut, en combineert fors patiënt-georiënteerd geneesmiddelenbeleid met deugdelijk bestuur en kenniseconomie. Een bekroning van 12 jaar stapjes, vallen en opstaan en langzame progressie, en een écht stabiliteitspact. Knap.

Lees verder

Tijd Connect