opinie

Stel de juiste vraag in het Arco-dossier

Als de staat tussenbeide komt in het economisch verkeer moet hij zich houden aan de zorgvuldigheidsnorm die geldt voor alle burgers. In het Arco-dossier werd deze norm overschreden.

Door Erik Bomans, partner bij Deminor Recovery Services

Meer dan 800.000 Arco-coöperanten wachten al jaren op de uitvoering van beloften van opeenvolgende regeringen. Nu die beloften nog steeds niet zijn ingelost en de verjaring dreigt, konden de coöperanten niet anders dan ook de Belgische staat in het geding te brengen.

De staat lijkt op onbegrijpelijke wijze te willen vasthouden aan een garantie die juridisch met haken en ogen aan elkaar hangt.

Laten we even teruggaan naar de oorsprong van het dossier. In de jaren 1990 wilde Bacob via overnames uitgroeien van een kleine spaarbank naar een volwaardige bank die tot de top drie van Belgische banken zou behoren. Om die expansie te financieren (en tegelijkertijd het ACW te blijven dienen) was veel geld nodig. Bacob stond niet op de de beurs en besloot daarom de nodige middelen - ongeveer 900 miljoen euro - op te halen bij haar cliënten.

Om het geld op te halen werden ‘veilige’ Arco-beleggingen met kapitaalbescherming aangeboden, waarvan het risicoprofiel vergeleken werd met dat van een spaarboekje. De cliënten kregen de belofte dat ze hun kapitaal steeds aan nominale waarde konden opvragen. Ze waren niet op zoek naar een risicovolle belegging; de geboden opbrengst was overigens niet van aard om een risico van een aandelenbelegging te vergoeden.

©BELGA

In realiteit ging het echter om allesbehalve veilige beleggingen. De opgehaalde middelen werden voornamelijk geïnvesteerd in Bacob (later omgedoopt tot ‘Artesia Banking Corporation’) dat vanaf 2001 tegen beursgenoteerde Dexia-aandelen ingeruild werd. Het Arco-management ging steeds meer inzetten op Dexia en schuwde daarbij geen speculatieve transacties. De kapitaalbescherming was een loze belofte. De coöperanten konden niet delen in de meerwaarde, maar droegen wel het eerste risico op waardevermindering van de onderliggende investering.

De Arco-coöperanten werden vanaf de aankoop en tijdens de duurtijd van hun belegging op grove schaal misleid. De eerstelijnsverantwoordelijkheid voor die misleiding ligt onmiskenbaar bij Belfius Bank (de opvolger van Bacob, Artesia, Dexia Bank), Arco en het Arco-management.

Dexia

In oktober 2008 had Dexia plots dringend vers kapitaal nodig. Arco kon bij gebrek aan voldoende eigen middelen niet meer volgen. In het kader van een schimmig akkoord tussen het Arco-management en de toenmalige regering-Leterme werd echter besloten dat Arco toch nog voor 350 miljoen euro bijkomend in Dexia zou investeren, met de hulp van een lening toegekend door Dexia. Om die lening te krijgen moest Arco echter haar overige activa aan Dexia verpanden. Zich bewust van de onverantwoorde risico’s die Arco aanging - in strijd met de aan coöperanten verkochte principes van veiligheid en duurzaamheid van de belegging - beloofde de regering-Leterme toen een kapitaalgarantie aan alle particuliere coöperanten.

De Belgische staat kan ongeveer 147 miljoen euro van Arco eisen dankzij een kapitaalgarantie die hij nooit heeft moeten honoreren

Het gevolg was dat de coöperanten nog maar eens de bevestiging kregen - nu van de overheid - dat hun spaargelden bij Arco veilig waren en zouden blijven. Ze hadden geen reden om hun kapitaal terug te trekken, ook al konden ze dat toen nog doen tegen de nominale waarde.

In december 2011 werd Arco in vereffening gesteld en werden alle terugbetalingen van kapitaal opgeschort. Belfius Bank (als opvolger van Dexia) zal dankzij de bekomen garanties het grootste deel van haar leningen uit de vereffening kunnen terugkrijgen. De Belgische staat kan ongeveer 147 miljoen euro van Arco eisen dankzij een kapitaalgarantie die hij nooit heeft moeten honoreren. Het ACW heeft dankzij propagandavergoedingen, dividenden en winstbewijzen 260 miljoen euro meer uit Arco gehaald dan het er ooit in geïnvesteerd heeft. Enkel de Arco-coöperanten staan met lege handen.

Het ACW heeft dankzij propagandavergoedingen, dividenden en winstbewijzen 260 miljoen euro meer uit Arco gehaald dan het er ooit in geïnvesteerd heeft.

Een groep coöperanten heeft, naast Arco, diens management en Belfius Bank nu ook de Belgische staat aansprakelijk gesteld. Dat lijkt bij sommige waarnemers niet in goede aarde te vallen. De verantwoordelijkheid van de staat is echter een juridische vaststelling die losstaat van politieke of filosofische overwegingen.

Schadevergoeding

De kernvraag in dit verhaal is niet of de staat, als soevereine overheid, beleggers op de kapitaalmarkten moet beschermen tegen investeringsverliezen. De juiste vraag is of spaarders die misleid werden een schadevergoeding kunnen bekomen vanwege diegenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, of het nu gaat om de staat dan wel om private partijen. Als de staat tussenbeide komt in het economisch verkeer moet hij zich houden aan de zorgvuldigheidsnorm die geldt voor alle burgers. Die norm werd in het Arco-dossier overschreden.

Het juridisch geschil omtrent de misleiding biedt een uitweg om een redelijke maar zekere oplossing uit te werken.

De staat lijkt op onbegrijpelijke wijze te willen vasthouden aan een garantie die juridisch met haken en ogen aan elkaar hangt. De 800.000 betrokken coöperanten zijn echter niet gediend met een toekomstige en onzekere oplossing. Ook de belastingbetaler is niet gebaat met een staatsgarantie die, in het (onwaarschijnlijke) geval dat zij dan toch geldig verklaard zou worden, de staat 1,5 miljard euro dreigt te kosten.

Het juridisch geschil omtrent de misleiding biedt een uitweg om een redelijke maar zekere oplossing uit te werken. Dit vereist dat de huidige regering leiderschap toont, dat politieke belangen overstegen worden en dat Arco, Belfius en het ACW hun verantwoordelijkheid nemen in een moeilijk, uit een ver verleden geërfd dossier.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud