opinie

Te veel antiterrorisme moeten we ook niet verheerlijken

Postdoctoraal onderzoeker KU Leuven

Schrijven over de vrijheid van meningsuiting is een beetje als opruimen: hoe vaak en hoe lang je het ook doet, de volgende dag ligt er nieuwe rommel.

Door Jogchum Vrielink, postdoctoraal onderzoeker KU Leuven

De Franstalige liberalen willen het verheerlijken van terrorisme strafbaar stellen. De aanleiding waren de aanslagen in Parijs en het feit dat er op het internet mensen ‘hun steun betuigen aan terreuracties’. De bedoeling van het MR-voorstel is 'de verspreiding tegengaan van ideeën die er op termijn voor kunnen zorgen dat sommigen zich aangetrokken voelen tot terrorisme’.

Ik vind niet dat we moeten terugdeinzen voor een harde aanpak van terrorisme. Maar dat betekent niet dat we met élk antiterroristisch voorstel akkoord moeten gaan.

Concreet wordt iemand strafbaar als hij terroristische misdrijven ‘goedkeurt, poogt te rechtvaardigen of schromelijk minimaliseert’. En niet alleen in het openbaar, maar om het even waar, zolang mensen de uitingen kunnen lezen of horen.

De basisstraffen gaan tot een jaar gevangenisstraf en 6.000 euro boete. Voor verheerlijkende boodschappen via het internet, die minderjarigen kunnen zien, lopen de straffen op tot vijf jaar cel en een boete van 90.000 euro.

©rv

Het voorstel poneert verdacht vaak dat het de vrijheid van meningsuiting totaal niet beperkt. Het luidt bijvoorbeeld dat het wetsvoorstel ‘niet mag worden beschouwd als een maatregel die de vrijheid met voeten treedt’. Zo doen de indieners denken aan een peuter die schreeuwt: ‘Ik heb de koekjes niet opgegeten, mama!’ En dat nog voor mama goed en wel had opgemerkt dat er koekjes waren verdwenen. Voorts zou de ‘expressievrijheid niet werkelijk in het geding’ zijn. ‘Wie terrorisme verheerlijkt, verlaat het domein van de vrije meningsuiting en geeft de aanzet tot obscurantisme.’

Maar als er íéts obscuurs blijft, dan is het toch wel de argumentatie van de indieners. Ze leggen uit dat terrorisme verheerlijken niet onder de bestaande strafbaarstellingen valt. Over het in 2012 strafbaar gestelde ‘aanzetten tot terrorisme’ citeren ze de Raad van State, die stelde dat dat verbod niet mag worden toegepast op uitingen die geen concreet gevaar opleveren voor het plegen van terroristische misdrijven, omdat een veroordeling anders ‘op gespannen voet zou staan met de vrijheid van meningsuiting’. De indieners besluiten daaruit doodleuk dat er dus voor het bestraffen van ruimere, louter ‘verheerlijkende’ uitingen een nieuwe wet nodig is.

Dat miskent de kritiek van de Raad van State volledig: als een bepaalde, ruime interpretatie van een bestaande wet in strijd is met de vrijheid van meningsuiting, dan geldt dat uiteraard ook voor een nieuwe wet die alsnog die verboden interpretatie in een nieuwe wet wil gieten.

Eeuwige jeugd

Het verbod zou bovendien zijn doel voorbijschieten. Men wil de verspreiding van de betrokken ideeën tegengaan en bekomen dat minder mensen zich aangetrokken voelen tot terrorisme. Het tegenovergestelde resultaat is stukken waarschijnlijker.

De Belgische grondwetgever van 1831 besefte al dat het vervolgen van meningsuitingen een bron van hun eeuwige jeugd is

De Belgische grondwetgever van 1831 besefte al dat het vervolgen van meningsuitingen een bron van hun eeuwige jeugd is: ‘Voulez-vous donner faveur à̀ une opinion fausse, mauvaise, dangereuse ? Mettez-la en prison. La prison est la fontaine de Jouvence des opinions ; il n’en est point de si vieille, de si usé́e qui ne s’y retrempe et n’en sort avec un vernis de persécution qui lui redonne un air de jeunesse.’

Ook wist diezelfde grondwetgever dat vervolging leidt tot maatschappelijke onrust, wrok en achterdocht: ‘[l]’intervention de la loi, porterait le trouble, la mé́fiance dans les esprits’ ‘Kortom: het onderdrukken van ideeën, zo had men zelf kunnen vaststellen onder de Franse en Hollandse regimes, geeft vooral aanleiding tot een groeiend verzet.

Collateral damage

Belangrijk is voorts dat een verbod op het verheerlijken van terrorisme ‘collateral damage’ oplevert. Frankrijk, dat al een dergelijk verbod heeft, is daar een goed voorbeeld van. Onmiddellijk na de aanslagen op Charlie Hebdo werden daar zo’n 200 mensen aangeklaagd voor ‘apologie du terrorisme’.

Een achtjarige werd urenlang verhoord op een politiebureau, omdat hij gezegd had dat hij ‘aan de kant van de terroristen stond’.

Onder de vervolgden bevonden zich veel zwervers, verslaafden en mensen met psychiatrische problemen. Een achtjarige werd urenlang verhoord op een politiebureau, omdat hij gezegd had dat hij ‘aan de kant van de terroristen stond’. Een man uit Straatsburg werd dan weer veroordeeld, omdat hij op zijn Facebookpagina een foto had geplaatst van een geweer, met het bijschrift: ‘Kusjes uit Syrië, bye bye Charlie.’ Een grapje, zo meende hij zelf, maar de rechter gaf hem wel zes maanden cel. Laat ons zeggen dat dat taferelen zijn die je niet direct verwacht in een rechtsstaat in de 21ste eeuw.

De indieners geloven dat het hier niet zo’n vaart zal lopen, omdat zij de woorden ‘willens en wetens’ in de tekst opnamen: daardoor zou humoristische of ironische ‘verheerlijking’ worden uitgesloten. Dat klopt dus niet. ‘Willens en wetens’ houdt in dat je bepaalde dingen weliswaar bewust zegt, maar níét dat je er ook ‘verheerlijkende’ bedoelingen mee had. Andersom sluiten ironische of humoristische bedoelingen dus geenszins uit dat iemand strafbaar kan zijn.

Kritische uitingen

Ook kritische uitingen komen in het vizier: wie de aanslagen in Parijs bijvoorbeeld in verband brengt met westerse militaire interventies in het Midden-Oosten, bevindt zich al in de juridische gevarenzone. Of nog: wat met uitingen van sympathie voor oppositiebewegingen tegen dictatoriale regimes? Je kan je zelfs afvragen hoe een advocaat van terreurverdachten zijn werk nog kan doen. Als hij bij zijn verdediging de terroristische aard van de daad ontkent, poogt te rechtvaardigen of minimaliseert, dan lijkt de delictsomschrijving vervuld.

Verheerlijking van terrorisme is schokkend en kwetsend, maar daarom is een contraproductieve en ongrondwettige strafbaarstelling nog niet het antwoord.

Ik vind niet dat we moeten terugdeinzen voor een harde aanpak van terrorisme. Maar dat betekent niet dat we met élk antiterroristisch voorstel akkoord moeten gaan. Verheerlijking van terrorisme is schokkend en kwetsend, maar daarom is een contraproductieve en ongrondwettige strafbaarstelling nog niet het antwoord.

Het wetsvoorstel verwijst naar Charlie Hebdo en pleit voor een recht op het uiten van kwetsende en provocerende uitspraken. Erg consequent zijn de indieners daarin dan niet: alleen vormen van provoceren of kwetsen die hén niet provoceren of kwetsen, zijn kennelijk toegestaan.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud