opinie

Tien jaar geleden werd radicalisering schandelijk genegeerd

Hind  Fraihi

We betalen nu de prijs voor het onderschatten van de radicalisering die al vele jaren aan de gang is in Molenbeek. We zouden beschaamd moeten zijn, want we wisten dat deze dag ging komen.

Hind Fraihi is freelance onderzoeksjournaliste en auteur van 'Undercover in Klein-Marokko' (2006)

Hate to say I told you so. Dat zou ik makkelijk kunnen zeggen. Tien jaar geleden ging ik undercover in Sint-Jans-Molenbeek om radicale moslims in eigen persoon aan het woord te laten.

Wat ik hoorde en zag in een deel van de Brusselse gemeente was ronduit verontrustend: moslimpredikanten die straatjongeren geregeld aanspreken om te strijden in oorlogsgebieden, extremistische islamlectuur die voor het rapen ligt, boeken waarin gedetailleerd wordt beschreven hoe je oorlog voert of waarin wordt opgeroepen Joden en afvallige moslims simpelweg te vermoorden, opjuttende imams, dolende moslimjongeren die zakkenrollen bij de ‘ongelovigen’ en dat als een goddelijke deugd beschouwen. Straatboefjes met de signatuur van het toen net opkomende fenomeen dat we inmiddels benoemen als gansterislam. Stel je dat allemaal eens voor? Dat was te gek om te geloven.

©Dieter Telemans

Die dolende straatboefjes. Dat was je reinste prietpraat. Jongensbluf, je weet wel. Macho spierballengerol. En beeld je in: sjeik Bassam Ayachi, Brussels beruchtste jihadist, op vrije voeten. Moest kunnen. Er was geen gevaar, toch? Evenmin met die ronselpraktijken op straat, in moskeeën en verenigingen? En als klap op de vuurpijl een islamitische enclave midden in onze hoofdstad? Ik moest wel spoken zien.

Arme jochies

Ik was een jonge journaliste, allicht makkelijk manipuleerbaar door die arme jochies op straat of door een gereputeerde baardenman die nu in Syrië de wapens opneemt en in die strijd al een zoon verloor. Zo gaat dat - nu nog - te vaak met vrouwen, er wordt op hen gespeeld en niet op de boodschap die ze brengen. Te jong, een nestbevuiler. Een naïeveling. Een wicht met problemen zelfs.

Wil ik nu lekker natrappen naar hen die me niet geloofden? Deels wel, zo bitter ben ik. Maar dat brengt ons nergens.

Het is een barse fierheid om in dit geval gelijk te hebben én te krijgen. De natrap die ik wil geven richt zich op de hypocrisie. Misselijkmakend beu ben ik het. Dat we telkens weer aandraven met een hashtag als teken van medeleven. #jesuischarlie. #Prayforparis. #Prayforbelgium.

©BELGA

Wat met deze hashtags: #Noussommeshonteux of #weareashamed? Schaamtevol, met rode kaken. Dat zouden we toch moeten zijn, want we wisten het wél. We wisten dat deze dag ging komen. Die dag in Parijs, die dag in Brussel. De dag die we niet wilden geloven. De dag die we weglachten. De dag die we weghoonden. De dag waarop klokkenluiders van die dagen eindelijk erkenning krijgen. De dag dat ons magrittiaans surrealisme niet langer aandoenlijk is. Ooit schattig voor heel de wereld, nu belachelijk en zelfs gevaarlijk in ieders ogen. En wat met de dagen die nog komen…

Die dagen komen. Ook dat weten we. Gaan we dan weer de volgende klokkenluider ridiculiseren, verdacht maken of gewoon negeren? Het is sensatie! Gaan we onze opeenstapeling van structurele fouten die ons internationaal te kijk zetten weer afschuiven op één man? Het was de verbindingsofficier! Gaan we een raadsel - ra, ra, ra, hoe verstopt een wereldwijd geseinde man zich vier maanden haast als bij wijze van grap onder de rok van zijn moeder? - oplossen door één gemeenschap aan te duiden? Het was Molenbeek!

Of nee, wacht, het was dan toch het politiekantoor in Mechelen.

Maar het was ons. Immer. Het is ons. Slapende cellen van terroristen zijn wakker geworden. Ze werken samen over de grenzen heen. Wanneer slaan wij eens de handen in elkaar? Over de grenzen, over de lagen van de bevolking. Zonder als een struisvogel door het leven te gaan.

Schrik niet van politieke incorrectheid. Benoem de problemen zoals ze zijn, in plaats van het onder meer aan neonazi’s over te laten. Wie liever zwijgt, geeft een vrijbrief aan verstoringen zoals zondag op het Beursplein of flirt liever met de diepduistere kanten van moslimextremisme.

Bestrijd racisme en discriminatie. Neem onze hypocriete internationale relaties eens stevig onder de loep. Hou religie in huis en hart. Investeer eens in onderzoeksjournalistiek. En nog een pak meer in onderwijs. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan met ingrediënten voor een werkbare, kritische, vreedzame samenleving.

De terroristen benijden ons onze levenskunst. Wie graag leeft, loopt in het vizier van IS.

Fouten zijn gemaakt. Grote zelfs, en onomkeerbaar. Maar laten we om te beginnen even stil zijn. Want als we dan toch over schuld spreken: lange stilte zijn we verschuldigd aan alle slachtoffers van terreur wereldwijd. Even onze gedachten resetten om beter te luisteren, want vandaag zijn we allen leerlingen in een wereld op zijn kantelpunt. Luister naar een klokkenluider, maar evengoed naar een petit con op straat. Een ogenschijnlijke nietsnut. Luister naar een slachtoffer, een nabestaande. Je zal zien: terrorisme mikt niet op kleur, religie, afkomst. Wie graag leeft, loopt in het vizier van IS.

Drinken, eten, muziek beluisteren in Parijs, winkelen in Istanbul, reizen in Brussel, in een park zitten in Lahore, een voetbalmatch bijwonen in Bagdad. Het zijn niet alleen ‘onze’ westerse waarden en normen die onder vuur liggen, maar l’art de vivre. Die levenskunst wordt benijd door diegenen die we niet wilden zien. Laten we die fraaie kunst eerst met stilte koesteren, en met scherpte van geest blijven beoefenen en opnieuw bewaken.

Hate to say, daar kom ik nergens mee. Haten is geen kunst. But love to say we want to live. Het is aan ons.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content