opinie

Turteltaks: ieder z'n puupe, ieder z'n toebak

Michel Maus

De vernietiging van de Turteltaks legt de lastige fiscale verhouding tussen de federale regering en de gewestellijke regeringen bloot. En opent de deur voor processen van burgers die hun taks willen terugvorderen.

Michel Maus professor fiscaal recht VUB, advocaat-vennoot van Bloom Law Firm

De Vlaamse regering kreeg deze week een koude douche. Het Grondwettelijk Hof vernietigde de Turteltaks. Op zich is dat niet zo verrassend, gezien de Turteltaks van meet af aan juridisch zwaar onder vuur lag.

Michel Maus ©Emy Elleboog

Een punt van kritiek was dat een Vlaamse belasting op het elektriciteitsverbruik juridisch onmogelijk is, omdat het elektriciteitsverbruik al met een federale heffing wordt belast. Om dat probleem te omzeilen had de Vlaamse regering gekozen voor een belasting per afnamepunt maar met een tarief gekoppeld aan het verbruik.

Het Grondwettelijk Hof heeft die truc nu doorzien en oordeelt dat de Turteltaks een verboden dubbele belasting is, die niet te combineren valt met een federale elektriciteitsheffing gekoppeld aan het elektriciteitsverbruik. Het Grondwettelijk Hof ging dan ook over tot de vernietiging van de Turteltaks, maar stelde wel dat de heffing behouden kon blijven voor de heffingsjaren 2016 en 2017.

Het Turteltaks-arrest toont onmiskenbaar aan hoe moeilijk het voor de gewesten is om in ons land een rechtlijnig fiscaal beleid te voeren. De gewesten mogen dan sinds de zesde staatshervorming wat meer fiscale autonomie hebben, ze botsen steevast op hun bevoegdheidsbeperkingen.

De wetgeving over de financiering van de gemeenschappen en de gewesten bepaalt dat de gewesten geen belastingen kunnen heffen op materies die al federaal worden belast. Het Turteltaks-arrest toont aan dat dat niet rechtstreeks kan, maar ook niet onrechtstreeks via een belasting op afnamepunten met een tarief gekoppeld aan het elektriciteitsverbruik.

De gewesten zullen dus moeten beseffen dat tussen politieke droom en daad federale belastingwetten in de weg staan. Ze zullen moeten leren leven met de stelregel van de legendarische oud-premier Achille Van Acker: ‘Ieder z’n puupe en ieder z’n toebak.’

De Turteltaks is op dat vlak niet het enige probleem. Ook op andere domeinen leidt de versnippering van fiscale bevoegdheden tot misbaksels die vroeg of laat tot fiasco’s leiden.

Zo is er de onroerende voorheffing, een gewestelijke belasting op basis van het kadastraal inkomen. Op zich niets bijzonders ware het niet dat ook de federale personenbelasting datzelfde kadastraal inkomen belast en er hier dus eveneens dubbele belasting ontstaat.

Diepe put

Hoe moet het nu verder? De Vlaamse regering zal op zoek moeten naar alternatieven voor de Turteltaks, en dat zonder op het terrein van de federale overheid te komen. Want, let’s face it, met de vernietiging van de Turteltaks is de put van de groenestroomcertificaten nog altijd even diep.

De gewesten moeten beseffen dat tussen politieke droom en daad federale belastingwetten staan.

En wat met de onterecht betaalde Turteltaks? In principe stelt de wetgeving op het Grondwettelijk Hof dat de burgers bij een vernietiging van een wettelijke norm het recht hebben gedurende zes maanden een bezwaarprocedure in te stellen en onterecht geïnde belastingen terug te vorderen.

Maar die bepaling wordt nu door het Grondwettelijk Hof zelf buitenspel gezet in het Turteltaks-arrest door te beslissen dat de gevolgen van de Turteltaks gehandhaafd moeten worden voor de heffingsjaren 2016 en 2017.

In feite komt het erop neer dat het Grondwettelijk Hof de Turteltaks enkel voor de toekomst heeft vernietigd, maar niet voor het verleden. En de vraag is of we ons daar als burgers bij moeten neerleggen.

Bij de schending van een mensenrecht moet iedereen het recht hebben op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie.

Het feit dat de Turteltaks is vernietigd omdat de Vlaamse regering zich onterecht op het terrein van de federale overheid heeft begeven, impliceert dat de burgers onterecht zijn belast. En dat is een inbreuk op het recht op eigendom uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De overheid kan onder meer voor belastingheffing afbreuk doen aan dat recht op eigendom, maar dan moet er wel een wettelijke grondslag zijn. En net dat is het probleem met de Turteltaks: het Grondwettelijk Hof heeft de wettelijke grondslag vernietigd.

Bij de schending van een mensenrecht moet iedereen het recht hebben op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie, bepaalt het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar door de gevolgen van de Turteltaks voor de heffingsjaren 2016 en 2017 te handhaven ontzegt het Grondwettelijk Hof de burgers het recht op zo’n daadwerkelijk rechtsmiddel. Dat schendt dus het Europese verdrag, dat voorrang heeft op ons nationaal recht.

De kans is vrij groot dat burgers dit argument zullen gebruiken om schadevergoeding te eisen. Van wie? Van zowel de Vlaamse als de federale overheid. De schending van het recht op eigendom is een fout van de Vlaamse overheid. Het niet toekennen van een daadwerkelijk rechtsmiddel is een fout van de federale overheid, want het Grondwettelijk Hof is een federale instantie.

En zo kan het Turteltaks-debacle onverwacht nog een communautair kantje krijgen.

Lees verder

Tijd Connect