opinie

Vanuit welke hoek vertrouwt u de infomatie het meest?

De enige onafhankelijke stemmen in de maatschappij zijn journalisten en wetenschappers. Laat ons er over waken dat we juist die mensen niet monddood maken want dat is het einde van de democratie.

Door Hylke Vandenbussche, professor economie aan de KU Leuven

Wetenschappers en journalisten schofferen en hun resultaten marginaliseren is trendy en komt doorgaans van wie zelf niet vrijelijk kan spreken maar spreekt in naam van een lobbygroep. Dat kan een politieke partij zijn, een vakbond, een werkgeversorganizatie. Denk maar aan Trumps ‘fake news’-uitspraken en u weet wat ik bedoel.

Wetenschappers en journalisten schofferen en hun resultaten marginaliseren is trendy en komt doorgaans van wie zelf niet vrijelijk kan spreken maar spreekt in naam van een lobbygroe

Lobbygroepen zijn op zich niet slecht en behoren tot het weefsel van onze maatschappij. We moeten hier echter heel voorzichtig zijn: deze spreekbuizen verschaffen steeds informatie vanuit een bepaalde ‘agenda’, dus met een bepaald doel voor ogen. Dat doel is niet noodzakelijk altijd in het algemeen belang maar dient de belangen van een bepaalde strekking, bijvoorbeeld om stemmen te winnen voor de politieke partij. En op dat punt zijn wetenschappers en journalisten wellicht de enigen die niet onderhevig zijn aan ‘gekleurde’ informatie, omdat ze geen andere broodheer dienen dan het algemeen belang.

Wetenschappers en journalisten zijn meer betrouwbaar als informatiebron omdat zij als enigen in de maatschappij géén agenda hebben, anders dan zoveel mogelijk de waarheid te betrachten. Zij zijn niet ondergeschikt aan partijbonzen of de partijlijn en behoren niet tot een bepaalde lobbygroep. Daarom zijn ze ‘vrijer’ in de informatie die ze verstrekken. Hun enige objectief is een soort maatschappelijke dienstverlening, waarmee ze de maatschappij in het algemeen trachten te dienen maar niet één bepaalde strekking.

Informatieverstrekker

Hou dit goed in het achterhoofd de volgende keer dat u luistert naar een stem op tv of radio. Vraag uzelf af: wie is de informatieverstrekker en heeft deze persoon een agenda ten dienste van een bepaalde lobbygroep of niet? Dat maakt een verschil in de geloofwaardigheid van wat de persoon zegt.

Een recent fenomeen is dat spreekbuizen van lobbygroepen graag journalisten, maar ook wetenschappers, in vraag stellen. Binnen de wetenschap heeft men het dan vaak gemunt op economen en hun studies. Wetenschappers bashen is er wellicht op gericht om al te kritische geluiden in de maatschappij monddood te maken om zo de weg vrij te maken voor de eigen agenda van de lobbygroep en die makkelijker te pushen zonder al te veel tegenwind.

De vraag is dus: vanuit welke hoek vertrouwt u de gebrachte informatie het meest?

Wetenschapbashing is vooral gemakkelijk jegens de humane wetenschappen. Bijvoorbeeld tegen economen, omdat hun verweten wordt er vaak naast te zitten. Is dat zo? Wellicht wel. Economie is een humane wetenschap en daarom is het er veel moeilijker om exacte uitspraken te doen dan in de scheikunde, waar water altijd ‘kookt bij 100 graden Celsius’.

Dit soort algemene wetten vind je in de humane wetenschappen veel minder omdat er veel meer factoren meespelen in de bepaling van een maatschappelijke uitkomst.

Wil dat zeggen dat alle economische studies nonsens zijn? Natuurlijk niet. Méér informatie is beter dan minder informatie en elke bijkomende wetenschappelijke studie die ‘state of the art’ wordt uitgevoerd geeft een meerwaarde.

Beleidsmakers

Het is het geheel aan studies over eenzelfde onderwerp dat vaak wijst in een bepaalde richting dat beleidsmakers kan helpen in hun beslissingsproces. Zonder die economische analyses is het voeren van beleid een beetje zoals vogelpik spelen, maar dan geblinddoekt.

Binnen de humane wetenschappen is de economische wetenschap de meest rigoureuze als het op methodologie aankomt. Vraag het maar aan uw nichtje of neefje dat handelsingenieur of TEW studeert en zwoegt op cursussen statistiek, econometrie en andere methodologische vakken. Geen enkele andere wetenschap, ook buiten de humane wetenschappen, staat verder in het toepassen van geavanceerde technieken en methodes om de ‘impact’ van een maatregel te kunnen becijferen.

Politieke uitspraken en beloftes worden in ons land door niemand gecheckt of geverifieerd. Terwijl in Nederland het Centraal Planbureau de opdracht heeft om de aangekondigde plannen van de regering na te rekenen.

Waar wetenschap vooral een streepje voor heeft en verschilt van pakweg een politieke partij is dat er altijd een ‘verificatieproces’ gebeurt. Met andere woorden, een bevinding van een wetenschapper wordt altijd vóór publicatie gecheckt door minstens twee andere wetenschappers die behoren tot dezelfde discipline. Perfect is het systeem niet, maar er zijn wel degelijk ‘checks and balances’.

Dit in tegenstelling tot politieke uitspraken en beloftes, die in ons land door niemand gecheckt of geverifieerd worden. Terwijl in Nederland het Centraal Planbureau de opdracht heeft om de aangekondigde plannen van de regering na te rekenen.

Hetzelfde geldt voor de journalistiek. Ook daar gelden ‘checks en balances’ vooraleer een artikel gepubliceerd wordt of een reportage uitgezonden wordt.

De vraag is dus: vanuit welke hoek vertrouwt u de gebrachte informatie het meest? De onafhankelijke wetenschapper die vol goede bedoelingen zijn studie - weliswaar met imperfecties - komt toelichten, de journalist die verschillende bronnen moet checken alvorens zijn of haar verhaal te brengen, of de lobbygroepspreekbuis wiens uitspraken door niemand geverifieerd worden en die er enkel op gericht is om het belang van de lobbygroep te dienen?

Lees verder

Gesponsorde inhoud