opinie

Verlaging schenkingsrechten is gemiste kans

De verlaging van de schenkingsrechten op onroerend goed is een gemiste kans om werk te maken van een rechtvaardige Vlaamse vermogensfiscaliteit.

Door Mehdi Koocheki en Caroline Copers

Caroline Copers ©Photo News

Een gebrek aan duidelijkheid kan men deze Vlaamse regering niet verwijten. Wie een huis koopt, krijgt minder woonbonus. Wie in zijn toekomst investeert door een opleiding te volgen, betaalt meer inschrijvingsgeld en kan veelal geen beroep meer doen op opleidingscheques. Wie echter een huis cadeau krijgt van mama of papa, kan rekenen op een belastingkorting. Deze Vlaamse regering kiest voor wie krijgt en niet voor wie werkt.

De Vlaamse regering verdedigt de tariefverlaging met het argument dat ze een positief effect zal hebben op de begrotingsinkomsten. Daarmee stuurt ze bewust foute informatie de wereld in. In documenten van de Vlaamse administratie uit december 2014 staat zwart op wit dat eventuele meeropbrengsten uit de voorgestelde aanpassingen aan de schenkingsrechten in geen enkel van de onderzochte scenario’s opwegen tegen de verliezen aan successierechten. Het is wel zo dat de inkomsten uit schenkingsrechten enkele jaren vroeger binnenkomen dan het verlies aan successierechten.

Als er al een positief effect is op de begroting, is dat enkel op korte termijn. Daarmee is deze maatregel in feite niets anders dan een fiscale variant van de door viceminister-president Homans terecht verguisde sale-and-lease-backtechnieken. Het enige verschil is dat de overheid bij de verkoop van een gebouw dat ze daarna huurt ten minste zeker is dat er het eerste begrotingsjaar geld binnenkomt. De voorgestelde tariefverlaging van de schenkingsrechten is niet van die aard dat ze veel mensen die voordien andere fiscale pistes bewandelden, zal aanzetten om nu toch te schenken. De kans is dus reëel dat niet alleen de toekomstige inkomsten uit successierechten, maar ook de inkomsten uit schenkingsrechten op onroerende goederen lager zullen liggen dan vandaag (106 miljoen euro), waardoor het budgettair effect nog negatiever wordt.

Wel positief is dat de tarieven voor schenkingen aan vreemden wat meer in lijn worden gebracht met de tarieven voor schenkingen aan kinderen. Het effect daarvan mag echter niet overschat worden. Uit de cijfers van de successierechten blijkt dat 86 procent van de totale belastbare basis in de tariefcategorie ‘rechte lijn’ zit. Er zijn weinig redenen om aan te nemen dat dat voor schenkingen anders is.

Werken of erven?

We dreigen af te glijden naar een 19de-eeuwse samenleving, waarin afstamming en huwelijk veel belangrijker zijn voor uw vermogen dan arbeid en verdiensten.

We zijn er ons evenwel ook van bewust dat de schenkings- en vooral ook de successierechten zeer onpopulair zijn bij de bevolking. Het is niet meer dan normaal dat ouders het beste willen voor hun kinderen en hun ook alle middelen willen geven om te slagen. Er zijn nochtans goede redenen om te pleiten voor een structurele verhoging van de inkomsten uit de schenkings- en successierechten. Een eerste reden is dat erfenissen sterk ongelijk verdeeld zijn. Volgens berekeningen van wijlen professor Koen Raes uit 2011 laat 40 procent van de Belgische bevolking geen erfenis na en vertegenwoordigen de 15 procent grootste nalatenschappen ruim 65 procent van de overgedragen vermogens. Een tweede reden is dat erfenissen de jongste jaren opnieuw een steeds belangrijkere rol spelen in de totale vermogensopbouw van gezinnen en dat ten koste van het aandeel van het zelf verdiende spaargeld. Daardoor dreigen we opnieuw af te glijden naar een samenleving zoals in de 19de eeuw, waarin afstamming en huwelijk veel doorslaggevender zijn voor uw vermogen dan arbeid en verdiensten. Het spreekt voor zich dat dat een onaanvaardbare evolutie zou zijn.

Daarom is er nood aan een globale hervorming van de Vlaamse vermogensfiscaliteit naar een meer rechtvaardig stelsel, waarbij kleine vermogens ontzien worden en de sterkste schouders een grotere bijdrage leveren. Daarbij denken we aan het opnieuw invoeren van een vrijstelling voor de laagste schijf, de afschaffing van de economisch onzinnige opsplitsing tussen roerende en onroerende goederen bij de berekening van de successierechten in rechte lijn, en het beter aligneren van de tarieven van de schenkings- en successierechten. Vooral de tarieven voor schenking van roerende goederen zijn in Vlaanderen ontzettend laag en dienen opnieuw progressief belast te worden. Daarnaast moet een vermogenskadaster fraude en ontwijking bemoeilijken.

Een eerste stap kan bestaan uit het afschaffen of verstrengen van de asociale gunstregimes, zoals het gunsttarief in de schenkingsrechten voor bouwgronden en het optrekken van de gunsttarieven voor schenking of vererving van een onderneming (respectievelijk 0 en 3 procent).

Mehdi Koocheki is adviseur studiedienst Vlaams ABVV en Caroline Copers is algemeen secretaris Vlaams ABVV

 

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content