opinie

Vermalen in het systeem van Erdogan

©AFP

Recep Tayyip Erdogan heeft ooit veel gedaan voor de Turkse economie en trotseerde de vroegere elites. Maar dat is geen vrijgeleide om tien­duizenden Turken sociaal te doden.

De Turkse regering herdenkt zaterdag de mensen die een jaar geleden, op 15 juli 2016, om het leven kwamen bij ‘de coup tegen de grondwettelijke orde van Turkije’. De dood van meer dan 240 mensen is tragisch genoeg, maar zal de Turkse president Recep Tayyip Erdogan ook even stilstaan bij de ‘sociale dood’ die vele tienduizenden zijn gestorven ten gevolge van zijn wraakzucht?

Meer dan 150.000 mensen zijn opgepakt, opgesloten en/of ontslagen op verdenking van ‘terrorisme’. Hun ‘misdaad’ bestaat erin dat ze echte of vermeende banden hebben met de in ballingschap levende prediker Fethullah Gülen, volgens Erdogan het brein achter de coup. Harde bewijzen zijn daar nooit voor geleverd, maar dat hinderde de president niet onnoemelijk veel mensen als ‘terroristen’ te laten vervolgen.

Een toekomst hebben die mensen niet meer. Ze zijn alles verloren: hun eer, hun werk, hun maatschappelijke positie. In de rechtsstaat ben je onschuldig tot je in een eerlijk proces wordt veroordeeld. Maar in het Turkije van Erdogan kan je al schuldig zijn ‘by association’ of omdat je leraar bent geweest in een school die door Gülen werd gefinancierd, of omdat je een rekening had bij een gülenistische bank.

Mededogen

©Johan Cappelle

Niet alleen gülenisten worden vervolgd, ook journalisten die ooit een kritisch artikel schreven en academici die ooit voor een vreedzame oplossing van de Koerdische kwestie pleitten. Erdogan en zijn volgzame politieofficieren en rechters pinken geen traan weg om al het menselijk leed dat ze hebben veroorzaakt. Mededogen is een ‘Fremdwort’ voor hen.

Maar ook de vurigste aanhangers van Erdogan lopen vroeg of laat het risico om te worden vermalen in een systeem waar alles draait rond de almacht van één man. Er zijn genoeg gevallen bekend van rechters die gülenisten tot zware gevangenisstraffen veroordeelden, en die later zelf in ongenade vielen.

Bedroefd en bezorgd

Rond de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016 hangt een waas van geheimzinnigheid. Het amateurisme waarmee hij werd uitgevoerd, roept veel vragen op. Wist de regering misschien dat er iets op til was? Vreemd toch dat de noodtoestand pas vijf dagen na de mislukte coup werd uitgeroepen.

Wat sindsdien is gebeurd, kan worden beschouwd als ‘putsch wederom putsch’. Erdogan veranderde Turkije in een soort Erdoganistan. Zijn aanhangers schelden iedereen die kritisch staat tegenover de leider uit voor verrader, terrorist of Turkijehater. Ze hebben blijkbaar niet door dat er een verschil bestaat tussen een land en het regime dat er de plak zwaait.

Wie van Turkije houdt, kan niet anders dan bedroefd en bezorgd zijn over de weg die Erdogan de voorbije jaren is ingeslagen. Ooit was hij een beloftevolle politicus. Hij heeft in het verleden veel gedaan voor de economie van het land, hij heeft de vroegere elites getrotseerd. Het verklaart zijn populariteit bij de helft van de bevolking. Maar die vroegere prestaties vormen geen vrijbrief om Turkije te verstikken.

Mars

Is er desondanks nog hoop voor Turkije? Bij het referendum van 16 april over de invoering van een presidentieel systeem haalde Erdogan slechts een nipte meerderheid, en dan nog na intimidatie van de oppositie en onregelmatigheden bij de stembusgang.

De oppositie roert zich weer. Kemal Kilicdaroglu, de voorzitter van de seculiere oppositiepartij CHP, overwon zijn lijdzaamheid en begon op 15 juni een mars voor rechtvaardigheid, die hem samen met tienduizenden mensen van Ankara naar Istanboel bracht.

De mars eindigde op zondag 9 juli in Istanboel met een massabijeenkomst van een miljoen mensen. De opposanten waren van verschillende strekkingen: secularisten en liberale en progressieve Turkse en Koerdische nationalisten. Kilicdaroglu, die tijdens de mars geen partijsymbolen duldde, moet nu proberen de eenheid onder de opposanten te bewaren en de op vrijheid en rechtvaardigheid gerichte energie laten doorstromen naar alle geledingen van de maatschappij.

Voor Kilicdaroglu luidde 9 juli de geboorte van een nieuw Turkije in. Bij Erdogan is de boodschap niet overgekomen. De volgende dag liet hij weer veertig universiteitsmedewerkers en tientallen ambtenaren oppakken op beschuldiging van ‘terrorisme’. Business as usual, heet zoiets.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content