opinie

Vijf redenen waarom de overheid meer moet investeren

De Europese Centrale Bank lanceerde nieuwe stimulusmaatregelen. Maar haar aanpak is niet de efficiëntste. Europese overheden moeten dringend duurzame investeringen doen.

De handelsoorlog tussen de VS en China plus het vooruitzicht van een no-dealbrexit wegen op het sentiment. Duitsland flirt met een recessie. Tegen de achtergrond van een zwakke inflatie grijpt de ECB opnieuw in. Ze zal de beleidsrente verder verlagen en de weg vrijmaken voor de aankoop van honderden miljarden euro’s aan vastrentend papier. Pikant detail: dat is amper negen maanden na het einde van het vorige programma. Veel zal het allicht niet baten. Het zou efficiënter zijn als de overheden het voortouw nemen en meer investeren. Daar zijn vijf goede redenen voor.

©FONCK YVES

1. Het excessief spaargedrag. In de eurozone wordt meer gespaard dan geïnvesteerd. Het surplus op de lopende rekening bedraagt 3 procent van het bruto binnenlands product. Duitsland en Nederland spelen een bepalende rol met excessieve overschotten van respectievelijk 7 en 10 procent. Dat is contraproductief, want het weegt op de economische vraag en komt met financiële risico’s. In het mondiale financiële systeem is het surplus van de ene het tekort van de andere. De overschotten kunnen niet bestaan zonder tekorten elders. Een flink deel van het overtollige Europese spaargeld wordt nu belegd in Amerikaans schuldpapier. Maar we zouden het beter in onze eigen toekomst investeren.

2. De liquiditeitsval. Als er te weinig investeringsappetijt in de private sector is, heeft het geen zin dat de overheid een begroting in evenwicht wil realiseren. De Duitse ‘schwarze Null’ is geen goed idee. Bovendien bevindt de eurozone zich al tien jaar in een liquiditeitsval: het monetaire beleid heeft nog weinig extra vuurkracht als de evenwichtsrentevoet nul of negatief is. De ECB danst dus op een slappe koord. De overheid kan dan een cruciale rol spelen om de economische motor weer op toerental te brengen. Dat is geen rocketscience, wel een basisinzicht van de econoom John Maynard Keynes uit de jaren 30.

Grotere investeringen krikken de wegkwijnende productiviteitsgroei op en fungeren als een dam tegen het populisme.

3. De hoge multiplicator. Cruciaal is de werking van de budgettaire multiplicator. Die meet de impact van een verandering in de overheidsuitgaven op de economische activiteit. Er is meer en meer recent wetenschappelijk bewijs dat de budgettaire multiplicator groter dan één is als het monetaire beleid op een slappe koord danst. Dat betekent dat de economische activiteit met meer stijgt dan het initiële investeringsbedrag. Die positieve economische impact is een belangrijk argument om meer te investeren.

Schuldgraad

4. Gratis lenen. De tot voor kort fel geplaagde economieën van Portugal, Spanje en Ierland kunnen nu gratis lenen op een looptijd van tien jaar. Andere landen krijgen zelfs geld terug van de financiële markten. De Duitse overheid leent tegen -0,75 procent, de Nederlandse tegen -0,60 procent en de Belgische tegen -0,35 procent.

De markten schreeuwen opdat overheden meer zouden lenen. Dat overheidsschulden onhoudbaar zijn, zoals je vaak hoort, klopt gewoon niet. De rentelasten liggen flink lager dan het nominale groeiritme. Dat betekent dat de schuldgraad zelfs kan dalen bij tekorten op de normale begroting.

In Duitsland worden de budgettaire teugels een beetje gevierd. Maar het moet doortastender, ook in ons land.

5. Onze (klein)kinderen. Het besluit is dat geld lenen rendeert. Meer investeren in duurzame energie, infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en digitale toepassingen is een no-brainer. Het zal de wegkwijnende productiviteitsgroei opkrikken en kan fungeren als een dam tegen het populisme. Vaak wordt vergeten dat tegenover overheidsschulden overheidsactiva staan met een hoge toegevoegde waarde. Weg met die schuldenobsessie. Onze (klein)kinderen zullen ons dankbaar zijn.

Het zou oneerlijk zijn de ECB met de vinger te wijzen voor de lage rentestand. De rol van de instelling blijft belangrijk. Maar we weten dat de huidige toestand kan leiden tot de ‘verkeerde’ besteding van kapitaal en een lagere productiviteitsgroei. Daarom moet meer nadruk liggen op het budgettaire luik. Alleen zo kan de ECB meer monetaire beleidsruimte opbouwen voor de toekomst.

De huidige begrotingsregels moeten dan wel op de schop. Ze maken geen onderscheid tussen de lopende uitgaven en infrastructuurinvesteringen op lange termijn. Het is alvast positief dat wordt nagedacht over soepelere begrotingsnormen. En in Duitsland worden de budgettaire teugels een beetje gevierd, al blijft het allemaal voorzichtig. Het moet doortastender, ook in ons land. De tijd dringt.

Lees verder

Tijd Connect