opinie

Vlaanderen belast billijk nieuw huwelijksvermogensrecht voluit

Een decreet dat op 24 december in werking treedt, voert voor de erfbelasting een nieuwe discriminatie in tussen echtgenoten met scheiding van goederen en koppels met gemeenschap van goederen. Federaal wordt een fair huwelijksregime wettelijk verankerd, terwijl Vlaanderen het volledig belast. Een flauw kerstcadeau.

Door Alain Laurent Verbeke, professor KU Leuven en Harvard en advocaat bij Greenille by Laga

De federale regering heeft op 1 december aanpassingen aan het huwelijksvermogensrecht goedgekeurd. Na de hervorming van het erfrecht, die op 1 september 2018 in werking treedt, is dit het tweede luik van de modernisering van ons familiaal vermogensrecht. Dit gaat nu naar de Raad van State en zal dan wellicht na het doorlopen van het parlementair proces in september in werking treden.

Vlaanderen, doe wat in talrijke Europese landen de regel is.

Een van de nieuwigheden is een wettelijke regeling voor correcties op de scheiding van goederen. Een zuivere scheiding van goederen, waarbij elke echtgenoot neemt wat op zijn naam staat, leidt bij echtscheiding vaak tot onbillijke gevolgen. Denk aan de echtgenoot die zich minder bezighield met geld vergaren op de arbeidsmarkt en meer met het huishouden en het opvoeden van de kinderen. Daarom verankert de wet nu wat al vele jaren in huwelijkscontracten mogelijk is: een verrekening. Echtgenoten kunnen op de wettelijke regeling naar believen hun eigen contractuele variant maken.

In een regime van scheiding van goederen blijven alle goederen eigen. Er ontstaat geen gemeenschappelijk vermogen. Daarbovenop kiezen de echtgenoten voor een vorm van verrekening. Hier spelen vier cruciale vragen: verrekenmassa (welke goederen), verrekensleutel (welk breukdeel), verrekentijdstip (wanneer verrekenen) en verrekenmodaliteiten (hoe en wanneer vorderen, betalen, verjaring...).

©Tom Verbruggen

Klassiek is de verrekenmassa van de huwelijkse aanwinsten, met 50 procent als verrekensleutel en de echtscheiding als verrekentijdstip. Jan en Marie komen in hun huwelijkscontract van scheiding van goederen overeen dat het vermogen dat ze samen tijdens het huwelijk opbouwen door te werken (de aanwinsten of het gezinsvermogen) bij echtscheiding voor de helft wordt verrekend. Het maakt niet uit wat er van de aanwinsten op naam staat van Jan of Marie, bij een echtscheiding verrekenen ze, zodat ze in waarde elk de helft krijgen.

Stel dat heel het gezinsvermogen ter waarde van 500.000 euro op naam staat van Jan: het huis, een effectenrekening en een auto. In een gewone scheiding van goederen krijgt Jan die goederen ter waarde van 500.000 euro en Marie niets. Met een verrekenbeding hebben ze elk recht op de helft van de aanwinsten (de verrekenmassa), dus elk 250.000 euro. Zo krijgt Marie een verrekenvordering op Jan ter waarde van 250.000 euro, zodat beiden in waarde gelijk bedeeld worden.

Overlijden

Als het verrekentijdstip het overlijden is, zijn de echtgenoten meestal genereuzer. De verrekenmassa kan dan alle goederen omvatten (niet alleen aanwinsten van tijdens het huwelijk, maar ook voorhuwelijks vermogen of erfenissen en giften). De verrekensleutel kan 100/0 zijn (de langstlevende heeft dan een vordering om 100% van de verrekenmassa te krijgen). Op naam van Jan staat 1,4 miljoen euro in totaal: niet enkel het gezinsvermogen van1 miljoen, maar ook een erfenis van zijn vader ter waarde van 400.000 euro. Marie heeft niets. Bij overlijden willen ze verrekenen op heel het vermogen van 1,4 miljoen euro. Dat valt bij het overlijden van Jan helemaal in zijn nalatenschap. Maar door haar vordering van 100 procent gaat die volledige 1,4 miljoen naar Marie.

Tussen echtgenoten is de overgang van vermogen bij overlijden horizontaal en dus tijdelijk.

U ziet de fiscale opportuniteiten. Door de vordering van Marie zit er niets in de nalatenschap van Jan. Geen erfbelasting dus? Inderdaad, voor zover de vordering van Marie niet belastbaar is. En dat klopt, bevestigde het Hof van Cassatie onlangs in een arrest. Want die vordering is een huwelijksvoordeel, en dat kan niet worden belast. Tenzij de fiscale wetgever een fictiebepaling (een maatregel waarmee de wetgever wil voorkomen dat constructies worden opgezet om erfbelasting te ontlopen) heeft om toch te belasten. En die is er niet.

Tot het Vlaams Parlement op de proppen komt met een wel heel flauw kerstgeschenk. Op 24 december treedt een decreet in werking waardoor Marie erfbelasting zal moeten betalen op haar vordering, voor de volle 1,4 miljoen euro. Tegen tarieven die vanaf 250.000 euro 27 procent bereiken, wordt Marie mogelijk voor bijna een derde belast. Vandaag betaalt Marie op die vordering geen belastingen. En in een vergelijkbare situatie, indien Jan en Marie gehuwd zouden zijn in een stelsel van gemeenschap (waarin de erfenis zou zijn ingebracht), zou ze maar op de helft erfbelasting betalen (als ze via een verblijvingsbeding ‘langst leeft al heeft’ de hele gemeenschap van 1,4 miljoen krijgt, betaalt ze erfbelasting op 700.000 euro).

Nieuwe discriminatie

Dat is onredelijk. Federaal wordt een fair huwelijksregime wettelijk verankerd. Op Vlaams niveau wordt het onmiddellijk de pas afgesneden door het volledig te belasten. Vlaanderen voert een nieuwe discriminatie in tussen echtgenoten onder scheiding van goederen en koppels met gemeenschap goederen.

Vlaanderen, doe wat in talrijke Europese landen de regel is: tussen echtgenoten is de overgang van vermogen bij overlijden horizontaal en dus tijdelijk. Daarom moet die onbelast zijn. Voor álle gehuwden.

Lees verder

Tijd Connect