opinie

Vlaanderen en Nederland: de beste buren?

Vandaag spreekt Mark Rutte, de Nederlandse minister-president, het Vlaams Parlement toe. Goed dat de politieke wereld zich nog eens duidelijk uitspreekt voor een hechtere samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen.

Door Wilfried Vandaele (N-VA), voorzitter Interparlementaire Commissie Nederlandse Taalunie en voorzitter Interparlementaire Unie België-Nederland

Het zijn drukke dagen voor de Nederlands-Vlaamse samenwerking. Vorige donderdag ontving Remco Campert op het koninklijk paleis in Brussel de Prijs voor de Nederlandse Letteren. Zaterdag had in het Vlaams parlement een Taalcongres plaats, georganiseerd door tal van Nederlandse en Vlaamse verenigingen, die ervoor pleitten om niet minder, maar juist meer te investeren in het Nederlands.

Er waren en zijn tekenen dat politici samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland minder interessant vinden dan pakweg 15 jaar geleden.

Maandag werd in hetzelfde parlement de nieuwe Woordenlijst der Nederlandse Taal - het ‘Groene boekje’- voorgesteld. Twee weken geleden ontmoette Vlaams parlementsvoorzitter Peumans de Nederlandse voorzitster van de Tweede Kamer, Van Miltenburg. Een week geleden waren de Nederlandse en de Vlaamse ministers-presidenten Rutte en Bourgeois samen op missie in de Verenigde Staten.

©RV DOC

En vandaag spreekt de Nederlandse minister-president in Brussel het Vlaams parlement toe. Geen alledaagse prestatie, want die eer viel in het verleden enkel Herman van Rompuy te beurt, toen hij voorzitter was van de Europese Raad.

Het is goed dat de politieke wereld zich nog eens duidelijk uitspreekt voor een hechtere samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. Er waren en zijn immers tekenen dat politici het thema minder interessant vinden dan pakweg 15 jaar geleden.

Eind dit jaar sluit het secretariaat voor het Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) de deuren.

De voorbije jaren heeft de Nederlandse Taalunie 2,7 miljoen euro aan middelen ingeboet. Een en ander leidde de voorbije maanden tot behoorlijk wat commotie en ongerustheid, met name ook bij de docenten Nederlands in het buitenland.

Eind dit jaar sluit het secretariaat voor het Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) de deuren. Nochtans loopt het hele jaar ‘Beste Buren’, een uitgebreide reeks activiteiten om 20 jaar Cultureel Verdrag te vieren. De regeringen besteden het CVN-budget - zo’n 260.000 euro - voortaan aan gezamenlijke culturele projecten in het buitenland. En die zijn er: denk maar aan het gezamenlijk optreden op de Frankfurter Buchmesse volgend jaar. 

Op de verschillende werkvelden bloeien vele concrete samenwerkingsvormen. Op het gebied van de taal en de letteren, uiteraard, maar ook wat theater, wetenschap, onderwijs, welzijn, media betreft. Het pleidooi voor Nederlands-Vlaamse samenwerking mag niet gebaseerd zijn op theoretische verzuchtingen, maar moet stoelen op concrete, tastbare praktijk.

Zonder structurele inbedding komen we niet verder dan ad hoc-initiatieven, gebaseerd op de inzet van individuen en daardoor bijzonder broos

Dat er schijnbaar vanzelf veel gebeurt, mag voor de overheden echter geen argument zijn om de structuren die de samenwerkingsinitiatieven op gang brengen, ondersteunen en er de nazorg van doen, niet te ondersteunen.

Zonder structurele inbedding komen we niet verder dan ad hoc-initiatieven, gebaseerd op de inzet van individuen en daardoor bijzonder broos. Als de gedreven initiatiefnemer wegvalt, als het werkpaard zijn kracht verliest, komt ook het initiatief in gevaar. Er moet dus altijd  voldoende aandacht gaan naar structuren, zowel overheid als niet-overheid, om de samenwerking vorm te geven.

Het gevoelen dat Vlamingen meer belang hechten aan de samenwerking met Nederlanders dan omgekeerd, leeft al sinds het eerste Nederlandsch Congres in 1849. Dat het Vlaams parlement de Nederlandse minister-president uitnodigt, lijkt dat te bevestigen. Of mag Geert Bourgeois straks ook de Tweede Kamer toespreken?

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content