opinie

Was ik een bank, ik maakte me zorgen over Google

Economiefilosoof aan de UGent en bij Etion

Vorige week verwierf Google een Ierse licentie als betalingsinstelling die toegang geeft tot de Europese Unie. Technologieplatforms verstoren tegenwoordig de ene sector na de andere. Hun stappen worden dan ook terecht met argusogen gevolgd.

Weet Google behalve waar je bent en wat je bezighoudt, binnenkort ook wat je koopt? Worden de KBC’s van deze wereld de nieuwe Kodaks?

Zo’n vaart loopt het niet. Toch niet op het eerste zicht. Google had een bankvergunning kunnen vragen voor toegang tot het volledige betaalverkeer, maar vroeg enkel een betaalvergunning. Ook de banken kunnen volgens Google op beide oren slapen, want Google wil liever met hen samenwerken dan hen aanvallen.

Advertentie
©Frank Toussaint

Was ik een bank, zou ik me toch zorgen maken. Google mag dan zelf geen bankproducten ontwikkelen, waarom zouden ze ook? Zelfs de banken zelf zijn op zoek naar alternatieve verdienmodellen nu het klassieke bankmodel is gebroken door de lage rente. Dat Google niettemin interesse toont in de sector, is een veeg teken. Wat weet Google dat banken niet weten?

Marges

Technologiespelers zijn gewend om te werken in omgevingen zonder marges. De spelregels van de digitale economie zijn niet dezelfde als die van de industriële economie. Klassiek nemen bedrijven een winstmarge op het einde van een waardeketen. Maar digitale producten zijn niet schaars, en moeilijk af te schermen. In zo’n wereld van digitale overvloed maak je jezelf onmisbaar niet door iets te produceren, maar door net omgekeerd de complexiteit van al die overvloed te reduceren: zoeken (Google), ontdekken (TripAdvisor), verzenden (Amazon), vertrouwen (Airbnb),...

Platforms onttrekken geen waarde direct aan de ketting, maar indirect aan het ecosysteem. Winstmarges op individuele producten zijn in dat model minder belangrijk. Veel platforms maken hun producten niet eens zelf, maar laten dat doen door hun gebruikers: software in de App Store, content op timelines, overnachtingen op Airbnb, ritten op Uber. Het is dus helemaal niet zo vreemd dat Google ook in de banksector niet van plan is dat te doen.

Kanteling

Veel platforms maken hun producten niet eens zelf, maar laten dat doen door hun gebruikers. Het is dus helemaal niet zo vreemd dat Google ook in de banksector niet van plan is dat te doen

Gebruikers zijn in die ecosystemen niet louter passieve consumenten, maar de belangrijkste productiefactor. Dat zorgt voor een paradigmashift. Terwijl industriële bedrijven streefden naar schaalvoordelen aan de productiezijde (beter, sneller, sterker, verder), verlegt de strijd zich in de digitale economie naar de vraagzijde. Het is in deze kanteling dat veel bedrijven zich tijdens hun digitale transformatie verslikken. Ondanks alle voorbereiding laten ze zich toch verrassen, omdat ze de aanval verwachten langs de aanbodzijde: een nieuw product, betere dienstverlening, goedkopere prijzen,... Ik noem dat het Maginot-syndroom, naar de kanonnen langs de Franse Maginot-linie die naar de verkeerde kant waren gericht na een Duitse parachuteaanval over de linies tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Google plant dus geen aanval op de aanbodzijde. Wat dan wel? Bouw een nieuwe schil erbovenop en neem daar controle over de vraagzijde. Het is een strategie die Google eerder al succesvol toepaste toen het erin slaagde het oppermachtige Microsoft te verdringen. In plaats van een concurrent te bouwen voor Windows, bouwde het er een browser bovenop en kreeg zo controle over het internet. Een ander voorbeeld van zulke ‘samenwerking’ is Booking.com dat de volledige vraagzijde inpalmde in de hotelsector. Op nauwelijks enkele jaren tijd zagen tal van onafhankelijke hotels zich gereduceerd tot freelancedienstverleners op een externe app. Banken worden dus niet de nieuwe Kodak, maar misschien wel de nieuwe Hilton.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.