opinie

Wat een cadeau van Vervoort aan de federale regering

Je krijgt kop noch staart aan de uitspraak van Brussels minister-president Vervoort (PS) dat ‘ook de nazi’s de Joden hun Duitse nationaliteit afnamen’. Maar één ding is zeker. Zijn soloslim is slecht voor de PS en goed voor de ­federale regering.

Door Pascal Delwit, politicoloog aan de ULB

Welke wesp heeft Brussels minister-president Rudi Vervoort gestoken? De vraag beantwoorden is niet eenvoudig, hoe je het ook bekijkt.

Ook al zou Vervoort het debat willen openen met het petje van socialistisch kopstuk op, dan nog is de vraag: wat is dan de politieke betekenis van zijn uithaal?

Laten we eerst eens ingaan op de inhoud. Natuurlijk vergen de maatregelen die de uitvoerende macht neemt overleg, en natuurlijk mag daar oppositie tegen worden gevoerd. In een representatieve democratie is dat de logica zelve. En wat betreft het terrorisme en de jongeren die hier vertrekken om in Syrië of elders te gaan vechten, heeft een aanpak die zich alleen richt op het veiligheidsaspect zelden overtuigende resultaten opgeleverd. Over de aankondiging om Syriëstrijders de Belgische nationaliteit af te nemen kan dan wel nagedacht en gediscussieerd worden, feit is dat je ernstig kan twijfelen aan de effectiviteit van zo’n maatregel.

Anachronisme

Maar zo’n maatregel terugvoeren tot de praktijken in fascistische regimes jegens de Joden? Die redenering is moeilijk te volgen, en bovendien gaat het om een groot anachronisme. De systematische etnische zuiveringen door fascistische regimes en de richtingen die een democratische regering aangeeft voor - potentieel - enkele tientallen burgers, vallen niet onder dezelfde logica. En dus ook niet onder zo’n manke vergelijking. Een debat voeren? Akkoord. Maar wel op andere gronden.

©RV DOC

Naar de vorm is de aanpak van Rudi Vervoort niet minder onbegrijpelijk. Terwijl Brussel en Wallonië samen de bijeenkomst vroegen van het Overlegcomité, brengt de Brusselse minister-president de spanning erin op de dag dat de bijeenkomst plaatsvindt. Bovendien moet Vervoort als minister-president voorzichtig zijn met uitspraken zodra hij de regio die hij leidt en zijn partners van de meerderheid engageert.

Maar ook al zou Vervoort het debat willen openen met het petje van socialistisch kopstuk op, dan nog is de vraag: wat is dan de politieke betekenis van zijn uithaal?

Het gaat hier om gevoelige kwesties waarbij gedegen arbeid en nuance wellicht betere deugden zijn dan ondoordacht uithalen. Bovendien thema’s waar grote delen van de publieke opinie hypergevoelig voor zijn.

Stigmatisering

Voorts vestigt Vervoort zo de aandacht op een agenda die de federale regering zeker niet ongenegen is. Welk belang heeft de PS er immers bij om een politieke agenda op te stoken rond kwesties waarmee ze zich amper kan onderscheiden? Kwesties die ertoe leiden dat bepaalde a priori’s in het Nederlandstalige spectrum worden bestendigd; zeker de stigmatisering van verantwoordelijken en houdingen die verband houden met de Tweede Wereldoorlog.

Nu de federale regering zelf vol interne spanningen zit is Vervoorts demarche voor haar een geschenk uit de hemel. Zijn tegenbrand haalt de aandacht weg van andere branden.

Hoeft men zich te verbazen over de malaise bij de PS? ‘Il y a des propos plus subtils et plus adéquats’, was het ietwat ontwijkende commentaar van Waals minister-president Rudy Demotte (PS). Je kan de uitspraken van Rudi Vervoort dus maar interpreteren als een solo-uitstap in communicatie, en dan nog slecht gecalibreerd. Nogmaals, nu de federale regering zelf vol interne spanningen zit, is Vervoorts demarche voor haar een geschenk uit de hemel. Hij stichtte een tegenbrand die de aandacht weghaalt van andere branden.

Uiteindelijk krijg je dus een minister-president die gedwongen is tot het bijstellen van zijn uitlatingen - ‘Nee, #BeGov is niet nazi. Ja, de voorgestelde en bekritiseerde maatregel is onaanvaardbaar’ - en tot het maken van een weinig glorieuze bocht - ‘Ik wou bepaalde feiten in herinnering brengen en verwijzen naar de geschiedenis om een kwestie aan te kaarten en het debat te openen. Het was geenszins mijn bedoeling wie dan ook te kwetsen of te beledigen. Als dat toch zo is, dan spijt dat mij.’

Wat een ontwapenend amateurisme.

Lees verder

Tijd Connect