opinie

Wet-Renault moet herschreven worden

Herman Craeninckx

De zogenaamde 'wet-Renault' (13 februari 1998) is ontstaan in de naweeën van de sluiting van Renault Vilvoorde een jaar eerder en waarbij de directie de primeur van de aankondiging van de sluiting had voorbehouden voor de pers in plaats van aan de ondernemingsraad en de werknemersvertegenwoordigers.

Herman Craeninckx vennoot arbeidsrecht Stibbe

De wetgever achtte het dan ook opportuun om de effectiviteit te verbeteren van de bepalingen die het recht op informatie en raadpleging van de werknemers en hun vertegenwoordigers waarborgen in geval van collectief ontslag of sluiting van onderneming. Op zich een lovenswaardig initiatief.

Twintig jaar later stellen we echter vast dat deze wet het aantal herstructureringen niet heeft verminderd maar vooral het sociaal overleg in het kader van het collectief ontslag meer complex, minder open, surrealistisch en juridisch omslachtig heeft gemaakt. Dit ten koste van de belangen van de betrokken partijen en niet in het minst de betrokken werknemers.

©Tim Dirven

De eerste fase van de wet-Renault voorziet in een informatie -en consultatieperiode zonder tijdslimiet. In de praktijk leidt dit ertoe dat deze procedure onnodig in de tijd gerekt wordt. De focus ligt op de procedure in plaats van een eventuele aanpassing wat betreft het aantal voorgenomen ontslagen of de nieuwe arbeidsorganisatie na het collectief ontslag. Dit heeft een negatief effect, vooral op de werknemers die gedurende een lange periode in het ongewisse worden gelaten of zij al dan niet deel uitmaken van de reorganisatie, wat tot angst, stress en onzekerheid leidt, ook voor de getroffen families. De vaststelling dat er in de eerste fase niet geacht wordt over de inhoud van het sociale plan te onderhandelen - omdat het enkel een zogenaamde intentie is - leidt tot frustrerend tijdverlies, vermits eens te meer de werknemers die betrokken zijn onwetend blijven wat betreft de inhoud, etc.

Voor het bedrijf legt deze lange en complexe periode een hypotheek op de toekomstige organisatie en dynamiek van de activiteiten die na de reorganisatie blijven bestaan.

Ter illustratie, enkel voor de jaren 2016-2017 stellen we vast dat de gemiddelde duur van een volledige procedure wet Renault (eerste en tweede fase) 118 dagen bedroeg, met extreme gevallen waar de procedure zelfs meer dan 18 maanden heeft geduurd. België is hiermee, samen met Frankrijk, koploper.

Zelfs indien in bepaalde gevallen in fase 1 ook al over het sociale plan wordt onderhandeld, biedt dit geen rechtszekerheid en wordt misbruik van de wettelijke bepalingen niet uitgesloten. De zware civiele en strafrechtelijke sancties in geval van inbreuk op de wet leiden ertoe dat werkgevers aarzelen om fase 1 eenzijdig af te sluiten. Kortom, is de wet Renault in tijden van transparantie – denk maar aan sociale media en directe communicatie – in haar huidige complexe vorm met pseudo-confidentialiteit en juridisch perfide valkuilen volledig voorbijgestreefd.

Respect voor de werknemers en de onderneming veronderstelt een open dialoog van bij het begin van de procedure.

Voorstellen tot verbetering

Ik pleit niet om de wet Renault af te schaffen maar om ze aan te passen aan de sociaal-economische realiteiten van een constructief sociaal overleg in een maatschappij waar de internationale concurrentie, de snel wijzigende economische omstandigheden en de verder doorgedreven mondialisering een dagelijkse realiteit zijn.

Een nieuwe regelgeving moet toelaten om onmiddellijk een herstructureringsplan voor te leggen.

Een nieuwe regelgeving moet toelaten om onmiddellijk een herstructureringsplan voor te leggen, eerder dan een theoretische intentie, waarbij aan de ondernemingsraad en de werknemersafvaardiging de mogelijkheid wordt geboden om binnen een redelijke en wettelijke afgebakende periode van 60-90 dagen de impact van de voorgestelde reorganisatie te bespreken, eventueel te beperken en een sociaal plan te onderhandelen waar de nadruk ligt op herklassering eerder dan hoge verbrekingsvergoedingen.

Eveneens moet het in het kader van de reorganisatie mogelijk zijn om eenzijdig de bescherming van de werknemersvertegenwoordigers op te heffen indien dit objectief kan verantwoord worden. Te vaak wordt vandaag een bijkomende onderhandeling gevoerd met betrekking tot beschermingsvergoedingen en dit ten nadele van niet-beschermde werknemers. Ten slotte zou het mogelijk moeten zijn voor ondernemingen die een reorganisatie overwegen om hierover voorafgaandelijk vertrouwelijk overleg te plegen met de politieke wereld en de hoge syndicale instanties, zonder hiervoor afgestraft te worden via procedurefouten of door gebrek aan vertrouwelijkheid.

De wet Renault situeert zich in ons traditioneel sociaal overlegmodel waarbij men uitgaat van tegenstrijdige belangen. Dit overlegmodel dat dateert uit de jaren ’60 is voorbijgestreefd en mijn overtuiging is dat op heden de belangen van werkgevers en werknemers gelijklopend zijn, namelijk antwoord bieden op een uiterst concurrentiële en internationale omgeving met nieuwe spelers zoals GAFA, blockchain en andere virtuele munten. Een onderneming kan maar welvarend zijn indien alle traditionele stakeholders, waaronder naast de aandeelhouder ook de werknemers correct behandeld worden. Een herstructurering is vaak een noodzakelijke stap om werkgelegenheid naar de toekomst toe te verzekeren. Het komt aan de sociale partners, en indien zij in gebreke blijven, aan de regering toe om, rekening houdende met deze vaststelling, zo snel mogelijk een nieuw referentiekader uit te werken waarbij de rechten van alle partijen gerespecteerd worden. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content