opinie

Wie als ambtenaar spreekrecht claimt, moet ook recht van spreken hebben

Fons Leroy

Ambtenaren moeten het spreekrecht neutraal en objectief uitoefenen. Alleen als ze hun aantijgingen kunnen staven kunnen boodschappen gerationaliseerd worden en ontdaan van het vermoeden van eenzijdig gekleurde opinievorming. Pas dan heeft men recht van spreken.

Door Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB)

Het van de daken schreeuwen. Dat deed Elke Wambacq in haar opiniestuk in ‘Als ambtenaar bij de overheid steek je het best je nek niet uit’ (De Tijd, 22 april). Aangezien ik me beschouw als een leidend ambtenaar die droomt van een overheid ‘op de snelweg naar de klant’, voelde ik me rechtstreeks aangesproken door haar onverbloemde analyse. Ik doe dan ook mijn snavel open en zing zoals ik gebekt ben.

De praktijken die Elke Wambacq aanklaagt, noch de repercussies ervan, kan ik pikken.

Elke klaagt aan dat het spreekrecht van ambtenaren ingeperkt wordt, soms subtiel, soms minder subtiel. Vaak met als resultaat dat wat besproken zou moeten worden, niet meer ter sprake komt. En op termijn dikwijls met nefaste gevolgen voor zij die fungeren als spreekbuis. Elke heeft recht van spreken. De praktijken die ze aanklaagt, noch de repercussies ervan, kan ik (met die spreekwoordelijke snavel van me) pikken. Ze druisen in tegen mijn persoonlijke drijfveren om me in te zetten voor een innovatieve overheid, een overheid die draait om waarden.

Fier

Bij VDAB houden we vast aan de waarden ‘durF’, ‘Inspireren’, ‘Eerlijk zijn’ en ‘Respect tonen’. Het zijn waarden waarop we FIER zijn, binnen de VDAB, maar evenzeer binnen de bredere overheid - ook al is dat niet altijd bewust. Het zijn waarden die mijns inziens tot het dna moeten behoren voor ieder van ons als dienstverlener, collega, ‘civil servant’. Bij vele medewerkers stel ik trouwens vast dat het net die waarden zijn die hen motiveren om te werken bij de overheid (veel meer dan bijvoorbeeld de vergulde kooi van het statuut).

Klokkenluiders moeten hun aantijgingen kunnen staven aan de hand van onder meer feiten, cijfers, wetenschappelijke teksten, expertise en ervaringen, en gebruikersfeedback.

We zijn het als ambtenaren verplicht om te spreken. De maatschappij verwacht transparantie over het functioneren van het overheidsapparaat waarvoor ze betaalt. Het vertrouwen van burgers en ondernemingen moet je verdienen. De publieke sector heeft er zelf alle belang bij om zijn onvolkomenheden onder ogen te zien en te benoemen, wil ze een toegevoegde waarde blijven bieden en daartoe de schaarse middelen optimaal aanwenden.

Voorbeeldrol

Onze kwetsbaarheid tonen als overheidsorganisaties komt onze geloofwaardigheid ten goede en helpt ons de open partners te worden die we voor beleidsmakers en andere belanghebbenden willen zijn. Open kaart spelen houdt een uitnodiging in om in co-creatie te treden met externe en interne klanten.

Leidinggevenden, en leidend ambtenaren in het bijzonder, hebben in dat verband een voorbeeldrol te vervullen.

Een open overheid neemt niet alleen de signalen van het eigen personeel ernstig, maar evenzeer de feedback van zijn aandeelhouders-klanten.

Een open overheid neemt bovendien niet alleen de signalen van het eigen personeel ernstig, maar evenzeer de feedback van zijn aandeelhouders-klanten. Er is zeker nog een weg af te leggen om concreet gestalte te geven aan participatief bestuur, aan directe betrokkenheid van doelgroepen bij de vormgeving van de producten en diensten die we aanbieden. Nochtans zijn daartoe al diverse hefbomen voorhanden. Ik treed de Vlaamse ombudsman bijvoorbeeld volmondig bij in zijn pleidooi voor een overheid die klachten verwelkomt, bestudeert en aanwendt om de openbare dienstverlening te verbeteren.

Uitdagen

Wel de volgende bedenking, niet om te ‘milderen’, maar om uit te dagen. Wie spreekrecht claimt, moet ook recht van spreken hebben. Dat houdt eerst en vooral in dat wie als ‘ambtenaar in functie’ het woord neemt, de plicht heeft om dat te doen in overeenstemming met de afspraken uit het regeerakkoord. Het spreekrecht staat, met andere woorden, niet in dienst van het ambtenarenkorps zelf, maar van de realisatie van de beleidsdoelstellingen, die voortvloeien uit de democratische inrichting van onze rechtsstaat. De belangen van de brede samenleving moeten de toetssteen vormen voor zij die de overheid een spiegel willen voorhouden, die ze van binnenuit willen heruitvinden. Zoals Elke ook aangeeft, is het ons te doen om de klant, om de burgers en de ondernemingen.

Het gaat er niet om dat meningen geventileerd kunnen worden, maar dat verifieerbare vaststellingen gebeuren.

Tezelfdertijd verwacht ik dat het spreekrecht uitgeoefend wordt op een neutrale en objectieve manier. Het gaat er niet om dat meningen geventileerd kunnen worden, maar dat verifieerbare vaststellingen gebeuren. Klokkenluiders moeten hun aantijgingen kunnen staven aan de hand van onder meer feiten, cijfers, wetenschappelijke teksten, expertise en ervaringen, en gebruikersfeedback. Zo kunnen boodschappen gerationaliseerd worden en ontdaan van het vermoeden van eenzijdig gekleurde opinievorming. Pas dan heeft men recht van spreken.

De Vlaamse overheid is Twitter niet. In die zin is niet zozeer de boodschapper van tel, maar wel de boodschap. Ik ben in dat verband beducht voor tegenstellingen tussen ‘top’ en ‘basis’. Elk constructief en onderbouwd argument verdient het om in overweging genomen te worden.

Pas als aan die voorwaarden voldaan is, hebben zij die hun nek uitsteken ook echt recht op spreekrecht.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content