opinie

Wie zonder fiscale zonde is...

Michel Maus

Wie zelf een fiscaal onevenwicht creëert, heeft geen krachtige stem meer in het debat voor meer fiscaal evenwicht. Hoog tijd dus voor een mea culpa van het ACV. Enkel wie zonder fiscale zonde is, mag de eerste steen werpen.

Het blijft schandalen regenen in fiscaal wonderland. Na LuxLeaks, Swiss-Leaks, de Panama en de Paradise Papers is het de beurt aan LuxLeaks 2. In dat vervolgverhaal dat door de onderzoeksjournalistiek van de kranten De Tijd en Le Soir naar voren werd gebracht, worden de Luxemburgse belastingstructuren van tal van vooraanstaande Belgische zakenfamilies en bedrijven blootgelegd.

Als één organisatie het belang van fiscale maagdelijkheid in het fiscale debat zou moeten inzien, is het wel het ACV.

Let op, in tegenstelling tot de vorige schandalen gaat het overwegend om structuren om belastingen te ontwijken, niet om ze te ontduiken. Al moeten we ons de vraag stellen of werken met buitenlandse vennootschappen die niet meer dan een veredelde brievenbus zijn nog onder de noemer ontwijking valt.

Dat achter de Luxemburgse structuren opvallende namen schuilgaan, stond buiten kijf. Maar dat ook de vakbonden zich met Luxemburgse fiscale structuren zouden bezighouden, heeft allicht velen verrast. Inderdaad, in de documenten uit het Luxemburgse bedrijvenregister werden ook namen teruggevonden van vakbondslui van de industriële vakbond ACV Metea.

Die vakbond heeft in 2010 mee het Rural Impulse Fund II opgericht, een fonds voor microfinanciering, dat kleine kredieten aan landbouwers en andere kleine ondernemers in ontwikkelingslanden verleent. ACV Metea investeerde 5 miljoen euro in het fonds en is samen met andere ACV-beroepscentrales ook aandeelhouder van Incofin, de beheerder van het fonds.

©BELGA

De constructie werd in Luxemburg opgezet, maar wordt via België beheerd, wat meteen doet vermoeden dat er bitter weinig activiteit in de Luxemburgse structuur plaatsvindt. Daarenboven verliep een deel van de investeringen via vijf postbusvennootschappen in Mauritius.

ACV Metea weert zich nu als een duivel in een wijwatervat en probeert met allerlei argumenten de bevolking van zijn positieve intenties te overtuigen, zoals dat enkel in Luxemburg een nationale toezichthouder een dergelijk fonds kon controleren. Veel indruk maakt dat niet. Ongeacht de uitleg die ACV Metea voor de constructie uit zijn hoed probeert te toveren is het een feit dat de omweg via Luxemburg en Mauritius de vakbond geen fiscale windeieren heeft gelegd. Dergelijke structuren kunnen in Luxemburg volledig belastingvrij opereren en ook de keuze voor Mauritius met zijn lage belastingtarief van 15 procent is overduidelijk fiscaal geïnspireerd.

‘Et alors’, hoor ik u zeggen, heeft ACV Metea iets verkeerd gedaan? Het gaat toch om belastingontwijking? Dat valt nog te bezien.

‘Et alors’, hoor ik u zeggen, heeft ACV Metea iets verkeerd gedaan? Het gaat toch om belastingontwijking? Dat valt nog te bezien. Zoals ik al aangaf, werken met postbusvennootschappen is zoals werken met postduiven: verleden tijd. Of de fiscus en justitie het aandurven de structuren van ACV Metea onder de loep te nemen is een andere vraag, want de toepassing van de fiscale spelregels durft nogal eens te verschillen in functie van de ploeg tegen wie je speelt.

Bar België

Maar los van dat alles komt natuurlijk de fiscale deontologie op de voorgrond. Het is uiteraard vrij hypocriet om moord en brand te schreeuwen over de fiscale voordelen voor multinationals en grote vermogens en te pleiten voor de invoering van een rijkentaks, maar ondertussen zelf de internationale fiscale toer op te gaan om aan het barre Belgische fiscale klimaat te ontsnappen. Wie zich daaraan bezondigt, verliest zijn zitrecht aan de tafel van het debat over fiscale rechtvaardigheid. En als één organisatie het belang van fiscale maagdelijkheid in het fiscale debat moet inzien, is het wel het ACV.

Laat ons niet vergeten dat het fiscale blazoen van de christelijke zuil al was aangetast door het bedenkelijke fraudeschandaal uit 2013 rond het ACW

Laat ons niet vergeten dat het fiscale blazoen van de christelijke zuil al was aangetast door het bedenkelijke fraudeschandaal uit 2013 rond het ACW, dat nota bene op even bedenkelijke wijze door de Bijzondere Belastinginspectie is afgehandeld. Laat ons ook niet vergeten dat het Arco-spook nog steeds in de Belgische wandelgangen ronddwaalt en dat er in dit verhaal van de belastingbetaler wordt verwacht financieel bij te springen om de Arcocoöperanten te vergoeden. Met die verhalen in het achterhoofd mogen we best met zijn allen verontwaardigd zijn over de Luxemburgse capriolen van ACV Metea.

Of het nu gaat over verboden belastingontduiking of over toegelaten belastingontwijking, het resultaat is voor het collectief van de belastingbetalers hetzelfde: 1 min 1 is gelijk aan plus 2. Voor elke euro aan belasting die ontdoken of ontweken wordt, moeten de andere belastingbetalers die niet ontduiken of ontwijken een euro extra in de pot leggen.

De evenwichtigheid van de fiscale bijdrageplicht vormt daarom de kern van het debat over fiscale rechtvaardigheid. Dat lijkt het ACV even uit het oog te zijn verloren.

Lees verder

Tijd Connect