opinie

Woorden wekken, voorbeelden strekken. Dat geldt ook voor het spreekrecht van ambtenaren

Bart Weekers

Mijn oproep om het spreekrecht van ambtenaren te koesteren, door Elke Wambacq aangegrepen om te betogen dat je ‘als ambtenaar het best je nek niet uitsteekt’ (De Tijd, 22 april), wou ertoe leiden dat toppolitici en topambtenaren dat spreekrecht bevestigen. Nu dat is gebeurd, is het aan de ambtenaren om vol goesting te getuigen over hoe ze hun spreekrecht beleven.

Door Bart Weekers, Vlaams Ombudsman

Naar goede voorjaarsgewoonte hadden het klachtenboek en het jaarverslag van de Vlaamse ombudsman aandacht voor het ongenoegen over de Vlaamse overheid. Eind vorige week ging het dan plots ook over het spreekrecht van ambtenaren, toen een ambtenaar getuigde over haar gesprekken met de ombudsman en besloot dat een ambtenaar het best zijn nek niet uitsteekt (De Tijd, 22 en 23 april). Dan gebeurde wat vaak gebeurt met pijnpunten die de ombudsman mee signaleert: de zaak bleek pro’s en contra’s te hebben.

Laat nu maar die opiniestukken, tweets en blogs van ambtenaren verschijnen.
Bart Weekers

Op veel banken was er bijval voor de moed van deze ambtenaar. Maar ook wrevel en onbehagen bij collega’s die elke dag werken aan een betere dienstverlening. Ze wijzen me er dan bijvoorbeeld op dat ik, hun ombudsman, toch het ultieme bewijs ben van de ruimte die de Vlaamse overheid laat voor interne kritiek. En het interne personeelsblad van de Vlaamse overheid had een week eerder al als eerste aandacht voor de oproep van de ombudsman om het spreekrecht te koesteren.

Elke Wambacq, diensthoofd bij de Vlaamse overheid ©rv

Laten we daarom eerst even te rade gaan bij de feiten. Niet voor niets is een uitgangspunt van het spreekrecht dat de ambtenaar feitelijke informatie correct, volledig en objectief presenteert. De meest recente personeelspeiling (2014) leert dat de eigen medewerkers hun werkgever, de Vlaamse overheid, een 7,8 op 10 geven voor openheid. Zeker een mooie score.

Uitgangspunt

Voorts huldigt de overheid ook het uitgangspunt dat de ambtenaar persoonlijke standpunten of kritiek op de overheid mag formuleren. Tegelijk moet de ambtenaar zijn publiek wel duidelijk maken dat hij uit eigen naam spreekt. Daarnaast zijn er regels over het spreken als personeelslid of als privépersoon binnen en buiten het werk. Daarbij wordt bijvoorbeeld de volledige vrijheid benadrukt om te publiceren of voordrachten te houden over de domeinen waarin de ambtenaar ervaring heeft.

Niemand, en al zeker de ombudsman niet, wil dat ambtenaren en ministers mekaar in de vernieling rijden, denk aan ex-minister Jacqueline Galant en haar topambtenaar Laurent Ledoux.

Wie die regelingen meer in detail doorneemt, beseft al gauw dat we het met zijn allen hartstochtelijk eens zijn over de fundamentele plaats van de vrije meningsuiting als uitgangspunt. Tegelijk gaat het om een evenwichtsoefening, die ook aandacht heeft voor de grenzen van het spreekrecht, zoals loyauteit of geheimhoudingsplicht. Want inderdaad, en wees gerust. Niemand, en al zeker de ombudsman niet, wil dat ambtenaren en ministers mekaar in de vernieling rijden, denk aan ex-minister Jacqueline Galant en haar topambtenaar Laurent Ledoux.

Kortom, ook voor het spreekrecht van ambtenaren zijn de zaken vrij goed geregeld en knelt het schoentje dus niet bij de regelingen zelf. Balanceren is een oefening, die hoort bij zowat alle fundamentele waarden in onze samenleving.

Onze democratie draait toch vooral rond de beleving van afspraken in de praktijk. Op de werkvloer van de Vlaamse overheid, waar we wensen dat er een praatcultuur heerst en geen zwijgcultuur.

Maar laten we mekaar ook goed begrijpen. Onze democratie is veel meer dan een loutere optelsom van gemaakte afspraken op papier. Onze democratie draait toch vooral rond de beleving van die afspraken in de praktijk. In dit geval op de werkvloer van de Vlaamse overheid, waar we wensen dat er een praatcultuur heerst en geen zwijgcultuur.

Spreekkamer

Zo ben ik zelf de ombudsman van tientallen Vlaamse overheidsdiensten en mijn eigen oproep kwam er op basis van wat ik in mijn spreekkamer verneem over onevenwichtige worstelingen met het spreekrecht. En uiteraard bleef het niet bij mijn spreekkamer alleen. In enkele gevallen kwam de ombudsman wel degelijk tussen op het terrein om vastgelopen situaties mee open te breken. En zo besefte ook ik dat het nodig was om de principes nog eens onder de aandacht te brengen en om ons niet te laten verleiden tot debatten die louter de grenzen en de gevaren van het spreekrecht benadrukken.

Ik ben zelf de ombudsman van tientallen Vlaamse overheidsdiensten en mijn eigen oproep kwam er op basis van wat ik in mijn spreekkamer verneem over onevenwichtige worstelingen met het spreekrecht

Als mijn oproep één ding heeft willen teweegbrengen, dan is het niet dat ene opiniestuk dat wijst op de problemen. Maar dan is het ook de bevestiging van het spreekrecht door toppolitici en topambtenaren. Die bevestiging kwam er ondertussen. Zo antwoordde de minister-president in het Vlaams Parlement dat er geen sprake van kan zijn dat druk wordt uitgeoefend op ambtenaren die spreken.

Ik heb niet liever dat vele ambtenaren vol goesting getuigen van de manier waarop ze hun spreekrecht beleven. Van hoe hun bazen hen ruimte geven om maatschappelijk geëngageerd te mogen en te kunnen zijn. Laat dat alles nu maar even komen. Laat nu ook die opiniestukken, tweets en blogs van ambtenaren verschijnen. Want mijn grootmoeder zaliger leerde het me al: ‘Woorden wekken, maar voorbeelden strekken’.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content