opinie

Zullen we dan maar een waarheidspolitie installeren?

Ben Caudron

Google en Facebook gaan het fake nieuws dat via hun platformen wordt verspreid aanpakken (zie pagina 19). Beide bedrijven lijken te erkennen dat ook zij deel uitmaken van het probleem dat ons heeft opgezadeld met president Trump. Ik betwijfel of hun voorstellen deugen en ben beducht voor de gevolgen.

Door Ben Caudron, technologiesocioloog en professor aan de Erasmushogeschool Brussel.

Facebook-topman Mark Zuckerberg had vorige week nog het idee dat het fake nieuws een invloed zou hebben uitgeoefend op de uitkomst van de presidentsverkiezingen in de VS afgedaan als onzin. Zuckerberg doet er al langer alles aan om de onmiskenbare rol van zijn socialemediareus in de toegang tot en de consumptie van nieuws te minimaliseren. Facebook is niet meer dan een neutraal technologieplatform met vernuftige algoritmes die ervoor zorgen dat de mensen krijgen wat ze willen, blijft hij beweren.

Als ik mag kiezen tussen abstracte beslissingsregels zoals die van Facebook en Google die voor mij de norm stellen of een portie van de pot gerukte onzin, geef mij dan maar de onzin.

En toch is Zuckerberg nu bereid te investeren in kwaliteitscontrole. Waarom?

Hoewel omzichtigheid geboden is, lijkt de bezorgdheid over de rol die giganten als Facebook en Google kunnen spelen in de keuzes die mensen maken gerechtvaardigd. Diverse wetenschappelijke studies en experimenten tonen aan dat Google, Facebook en Twitter effecten kunnen uitoefenen op het complexe proces dat politieke verkiezingen zijn. Die effecten hebben vooral te maken met de opkomst voor verkiezingen, maar ook voorkeuren zouden erdoor gestuurd worden.

©rv

Hoewel elk platform specifieke effecten sorteert, hebben ze met elkaar gemeen dat de effecten volgen uit de commerciële logica waarbinnen ze worden opgewekt. Die logica dicteert dat het Google, Facebook, ja zelfs het noodlijdende Twitter er in eerste instantie om te doen is geld te verdienen. Dat doen ze niet door journalistieke objectiviteit na te streven, maar door inhoud te presenteren die aansluit bij wat we zelf graag geloven, berichten die ons bevestigen in wat we voelen en denken.

Google heeft er geen belang bij ons de best mogelijke resultaten voor te schotelen en kiest ervoor ons links te presenteren die de kans op een financiële transactie maximaliseren. Facebook zal het worst wezen dat het een echokamer is waarin berichten worden geserveerd die vooral moeten bijdragen tot een gevoel van welbehagen. Dat creëert immers meer activiteit van de gebruikers, en dat is nog altijd de grondstof van de Facebook-fabriek.

Facebook en Google dragen vanzelfsprekend bij tot de politieke bubbel, zoals de Amerikaanse sociologe Arlie Hochschild het noemt, maar ze aanwijzen als de belangrijkste oorzaak van die bubbel is een brug te ver.

Tirade

Dat het Google en Facebook zijn die onder vuur kwamen te liggen, is een beetje vanzelfsprekend. Dat hebben ze aan hun quasi-monopolie te danken. Toch zou het fout zijn zomaar mee te gaan in de tirade tegen deze merken zonder te wijzen op de invloed die onbekende maar in kleinere kringen zeer beminde online media, zoals Breitbart.com of Infowars.com, uitoefenen.

President-elect Donald Trump is naar verluidt volop bezig zijn team samen te stellen en liet alvast weten dat Steve Bannon hoofdstrateeg en senior adviseur wordt. Daarom parkeert Bannon zijn taken bij Breitbart News Network, het mediabedrijf dat optreedt als spreekbuis van Alt-Right, waar mensen van extreemrechtse gezindte die zich niet herkennen in de ideologie van conservatief Amerika onderdak hebben gevonden.

Ook mainstreammedia delen in de klappen. Zij moeten toezien hoe uitgesproken manipulatieve nieuwkomers hun vanouds gereserveerde plaatsje in de press room van de president innemen.

Niet alleen het politieke establishment werd door de Trump-kiezers afgeserveerd. Ook mainstreammedia delen in de klappen. Zij moeten toezien hoe uitgesproken manipulatieve nieuwkomers hun vanouds gereserveerde plaatsje in de press room van de president innemen.

Voor mediawetenschappers zijn het boeiende tijden. Welk model ze ook verkiezen, het ziet ernaar uit dat het geactualiseerd moet worden. Ook mijn favoriete fileermes, het propagandamodel van Noam Chomsky, moet eraan geloven. Dat model houdt geen rekening met de mogelijkheid dat nieuwkomers stormenderhand in het epicentrum van de aandacht zouden komen. Evenmin veronderstelt het model de mogelijkheid dat de noodzakelijke illusies - het belangrijkste product van media, volgens Chomsky - niet alleen door mediabedrijven met stevige inbedding in het establishment gecreëerd zouden worden.

Waarheidspolitie

Wat moeten we met de aankondigingen van Google en Facebook? Op het eerste gezicht lijken hun beslissingen een stap vooruit. Zijn we er niet allemaal bij gebaat dat we minder met onzin en meer met echt nieuws worden geconfronteerd?

Wat mag dat dan wel zijn, 'echt’ nieuws? En hoe zullen de slimme mensen uit Silicon Valley het verschil tussen echt en fake nieuws detecteren?

Of moeten we veel meer kritische vragen stellen? Over wat dat wel mag zijn, 'echt’ nieuws? Of over hoe de slimme mensen uit Silicon Valley het verschil tussen echt en fake nieuws zullen detecteren?

Sta me toe de zinvolheid van de voorstellen te betwijfelen en toch vooral beducht te zijn voor de kwalijke gevolgen ervan. Want staan we niet op het punt om een waarheidspolitie te installeren? Als ik mag kiezen tussen abstracte beslissingsregels zoals die van Facebook en Google die voor mij de norm stellen of een portie van de pot gerukte onzin, geef mij dan maar de onzin.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content